In deel 1 van deze serie zit Frank Bond vast in het jaar 2071. Daar wacht hij op eten in wat ooit een supermarkt was. Om de tijd te doden besluit hij een Groene Amsterdammer te lezen die op tafel ligt. Hierin leest hij een artikel dat terugblikt op het internet van vroeger. Tot zijn schrik ontdekt Frank dat de Groene Amsterdammer een oud interview bevat met niemand minder dan hemzelf. Deel 2 start met dit interview.

2 Niemand Is Zijn Gezicht?

INTERVIEWS VAN TOEN
14 oktober, 2040

NIEMAND IS ZIJN GEZICHT
Naomi Galrani spreekt Frank Bond over zijn ondervraging van selfies in de jaren ’20.

Rond mijn zesde werd de mobiele telefoon verboden op scholen in Europa en mocht je pas vanaf je 16e een datasubject worden. De selfie was in mijn jeugd dus al iets van vervlogen tijden. Het was iets waar mijn oudste zus nog wel over kon vertellen. Zij was verslaafd geweest aan haar telefoon, maakte vele selfies per dag en had veel moeite met de nieuwe wetgeving. Mijn ouders vertelden me dat er vrij nonchalant over selfies en telefoongebruik werd gedacht daarvoor. Waarom begon jij de selfie te ondervragen zoals je dat deed in je essay ‘Niemand Is Zijn Gezicht’?

Het was in de zomer van 2022 dat ik gefascineerd raakte door de selfie. Het viel mij op dat jongeren die ik goed kende, waaronder mijn zoons (stiefzoons, red.) veranderden wanneer ze zichzelf met de smartphone fotografeerden. Het leek alsof ze hyperbewust werden van zichzelf. Op hetzelfde moment waren ze voor mij duidelijk volstrekt niet zichzelf wanneer ze de selfies maakten.

Omdat ze zoveel selfies maakten per dag, begon ik het onderwerp actief te ondervragen in mijn omgeving. Ik had sterk het gevoel dat selfies slecht waren voor de geestelijke ontwikkeling van kinderen en jongeren.

Nam je zelf wel eens selfies?

Nee. Selfies hadden iets unheimisch voor mij. Het was opvallend dat, gechargeerd gezegd, oudere generaties geen selfies namen. Grofweg vanaf de millenial en ouder. Iedereen die nog “analoog” was opgegroeid, dat wil zeggen zonder mobiele telefoon en het internet, voelde dat er mogelijk iets niet klopte.

Hoewel de jongeren die ik sprak vele selfies maakten iedere dag, kon geen van hen mij uitleggen waarom ze dit deden. Daarnaast gaven zij unaniem aan dat ze niet in staat zouden zijn een dag geen selfies te nemen. Dit zou een problematische keuze zijn die niet zou worden geaccepteerd of begrepen door vrienden. Deze antwoorden verontrustten me.

 
Zelfs Frank z’n bevriende AI-bot B613 vond het fenomeen van de selfies verontrustend, zoals blijkt uit deze gegenereerde afbeelding uit 2023.


Werd het dan in 2022 nog helemaal niet ondervraagd?   

Jawel hoor, maar op een te kleine schaal. Ik kon geen langere kritische teksten of essays over de selfie vinden. Het bleef oppervlakkig. Naar mijn idee was er een dieper gravende filosofische ondervraging nodig. Vanuit mijn fascinatie begon ik het onderwerp toen retorisch te ondervragen.

Hoe deed je dat?

Basaal. Ik maakte notities van mijn overpeinzingen en zocht naar houvast. Bijvoorbeeld in definities die bestonden. Ik vond het typisch dat de Wikipediadefinitie van 2022 al achterliep op de tijd. Die luidde:

“een gefotografeerd zelfportret, doorgaans gemaakt met een smartphone of webcam, vaak met de bedoeling de foto te uploaden naar een sociaalnetwerksite”.

Er ontbrak een essentieel deel in deze definitie dat mij toescheen als het onderliggende probleem van de selfie.

Welk deel bedoel je dan?

De selfie was een zelfportret dat bedoeld was om te worden gedeeld met het publiek. Het was dus geen spontaan, “echt” zelfportret. Het werd in scène gezet. Voor foto’s, portretten of zelfportretten in het algemeen is dit geen enkel probleem. Voor foto’s van het zelf gemaakt door het zelf die moeten doorgaan voor een echte weergave van het zelf, is dit toch problematisch.

Als ik het goed begrijp was het zo dat mensen die selfies maakten, er vaak iets van honderd per dag maakten. Waarom zou je herhaaldelijk zelfportretten blijven maken als deze iedere keer worden vervangen door een nieuw in scène gezet zelfportret?

Dat was een van de vragen die mij bezig hield. In het geval van een portret dat genomen of gemaakt is door iemand anders is er een eindpunt. Een afgerond geheel. Een moment van het zelf dat gevangen is in de tijd. Dit kan later als zodanig worden bekeken. De selfie daarentegen is nooit af. Het is een oneindig visueel schrijf- & wisboek van het zelf.

Gezien de selfie een digitaal, visueel communicatiemiddel is, is de uiterlijke impressie leidend. Het wordt gedeeld om indruk te maken. Daarom was mijn definitie van de selfie anders:

“een door het zelf geënsceneerd en gefotografeerd digitaal zelfportret dat wordt gedeeld via social media met als doel een vooraf bedachte indruk achter te laten bij de toeschouwer.”

Ik snap je probleem. Het achterlaten van een indruk bij anderen was het doel van de selfie… Maar waar kwamen de wensen van het publiek ten opzichte van de selfie-maker dan vandaan? Werden deze afgeleid van wat de maker eerder had gezien in zijn omgeving?

Deze wensen werden afgeleid van wat de maker eerder had gezien op het internet, op social media of via vrienden. Of wat als norm van buitenaf was opgelegd. Er lag weinig identiteit, eigenzinnigheid of intrinsieke waarde in.

***

Ik kijk op. Wrijf in mijn ogen. Nog geen eten te bekennen. De kale man tegenover me rommelt wat met zijn Rubiks kubus. Hij kijkt me op en kijkt me onderzoekend aan. Misschien omdat ik hardop zat te lachen bij het lezen van het stuk. Lachen voelt al dagen als de beste remedie tegen deze duizelingwekkende realiteit. Want hier zit ik dan in de toekomst van 2071 een verleden te lezen dat nog een toekomst is in de tijd waar ik oorspronkelijk vandaan kom.

In dat wondere 2040 zijn mobiele telefoons verboden op school en zijn selfies niet langer gangbaar. In die toekomst is er redactionele ruimte voor lange, veel te ingewikkelde interviews. Dat had ik in 2021 toch niet voor kunnen stellen.

Ik ril. We zitten hier met een groep van bijna vijftig mensen bij elkaar, maar de kou blijft snijdend. De kale man heeft de kubus op tafel gelegd en poetst z’n bril. Deze keer kijkt hij me zonder bril doordringend aan. Ik verberg me weer in m’n lezen.

***

Ze maakten zichzelf vrijwillig ondergeschikt aan een van buitenaf opgelegde norm. Maar selfies werden toch gemaakt en gedeeld om jezelf beter te voelen?

Ik denk dat dat het idee was en ook echt zo voelde voor de makers. Met een gedeelde selfie voldeed je even aan de wensen van buitenaf en de eigen wens hieraan te voldoen. Of bevestigde de maker hieraan te voldoen. Het probleem van een foto is echter dat deze pas visueel communiceert zodra er een eerlijke blik vanuit iemand anders bij komt.

Wat bedoel je hiermee?  

Een foto communiceert visueel een boodschap door impliciet of expliciet een boodschap over te dragen. Stel je hebt een foto genomen door Koos Breukel. Omdat hij deze foto neemt, werpt hij zijn eerlijke externe blik op het subject waarmee hij met een foto van het uiterlijk poogt het innerlijk van de persoon naar voren te brengen.

De autonome blik van de fotograaf, de ander, legt het subject bloot. Het subject kan hierin niet ontsnappen aan de blik van de ander. Zo’n type foto is zodoende een oprechte vorm van onderling afgestemde communicatie. Er is immers een dialoog geweest tussen subject en fotograaf. De foto geeft deze dialoog weer.

Bij een selfie was dit anders. Het was de wens van de maker om met de selfie te voldoen aan de wensen van het publiek. Maar dit publiek dat tevreden moet worden gesteld was ingebeeld. Het was niet aanwezig bij de foto. Het was pas aanwezig bij het beoordelen of “liken” van de foto. Maar de maker was hier dan ook weer bij aanwezig door de reacties op de foto te monitoren via een app. Bij een “normale” foto zijn maker en subject niet altijd aanwezig bij de beoordeling van de geëxposeerde foto. Dit zou nogal vermoeiend zijn. En dat was het ook voor selfiemakers.

Maar waar het me om draaide was dat deze vorm van visuele communicatie, in tegenstelling tot zo’n foto genomen door Koos Breukel bijvoorbeeld, niet oprecht was.

De ik klikt. Alles wat niet bevalt de eerlijke blik of weergave van de zelf op dat moment, wordt verwijderd. De selfie was daarom een visuele monoloog die alleen het uiterlijk van de persoon weergaf. Of alleen de uiterlijke persoonlijkheid. Niet de innerlijke. Selfies werden ingezet voor communicatie, maar communiceerden dus helemaal niet.

Met deze schets probeerde Frank in zijn notities het probleem van de selfie weer te geven.

Dat lijkt me onbevredigend. Je bedoelt dus dat mensen wilden worden gezien, of erkend, hier continu selfies voor maakten en deelden, maar vervolgens niet echt werden gezien?

Ja. Dat breekt op een gegeven moment op.

Ik dacht altijd dat selfies bedoeld waren om de persoonlijkheid van de maker over te brengen. Dat een selfie wél persoonlijkheid en het innerlijk zou kunnen weergeven vormde toch haar bestaansrecht?

Dat klopt ook wel. De selfie dankte zijn populariteit aan de misvatting dat de selfie dit zou kunnen doen. Maar door zelf de foto te maken en door op voorhand aan van buitenaf opgelegde wensen te voldoen, was de selfie bovenal een leugen. Een leugen richting anderen. En een leugen richting het zelf.

Dat voelden de makers ook wel aan denk ik. Het feit dat de selfie wensen van de ander tevreden moest stellen, getuigt juist van een volstrekt gebrek aan persoonlijkheid. Het ontkracht persoonlijkheid. En dat dan dus honderd keer per dag.  

De selfie was voor jongeren als een impulsaankoop die existentiële twijfel even stilde. Het uitstellen van het onder ogen komen van de complexere waarheid: het ik en het zelf, mij en mijn, bestaan alleen bij de gratie van een ander. Dit vereist dialoog die resulteert in reflectie, maar selfies boden makers niet de mogelijkheid om met elkaar in dialoog te gaan.

Terwijl ze hier wel naar verlangden. Ze wilden zichzelf uiten, maar deden het tegenovergestelde door de meest platte, stille en nietszeggende, tijdelijke ik denkbaar voor te schotelen.


Niemand is zijn gezicht. Er ligt altijd meer onder de oppervlakte dat je dient te kennen om de ander te doorgronden.  

Als ik het fenomeen dan historisch bekijk sluit het naadloos aan bij de overdadige illusie van oneindigheid die gangbaar was in die tijd. Iedere selfie was volstrekt inwisselbaar. Iedere selfie verving de vorige in een rap tempo.

Een zichzelf in standhoudende zee van monologen.

Alsof de enige reflectie van een selfie-maker, reflectie was op basis van dezelfde fout van een ander.

Dat formuleer je fraai. Het werd een gewoonte onder jongeren waar je aan moest voldoen om voor waar aan te worden genomen. Terwijl je jezelf alleen maar meer verwaterde.

Misschien werden selfies niet bekritiseerd omdat ze juist de schijn hadden van het jezelf kwetsbaar openstellen?

Dat zou best wel eens kunnen.

Vanwege de hyperfocus op het zelf in de samenleving, werd het zelf ook hypergevoelig voor de eerlijke blik. Of de waarheid. Was kritiek in het algemeen niet een taboe aan het worden in de vroege jaren ’20?

Selfies werden simpelweg een parallelle dimensie voor de makers ervan denk ik. Een voor waar aangenomen tweede werkelijkheid van het zelf waarbinnen de blik op het zelf vervormde. Misvormde.  

Jongeren konden de werkelijkheid niet meer aan omdat ze op een dag teveel van de leugen tot zich namen en probeerden in stand te houden.

Dit bleek uiteindelijk de oorzaak van de schrikwekkende toename van mentale problemen onder de jeugd die deels de ontwikkeling van een gezonde digitale wereld in gang zette. De selfie hoorde hier niet langer in thuis.

***

Ik word uit mijn lezen geroezemoesd. Enthousiasme alom, want daar is dan eindelijk het eten. Godzijdank. De pannen worden op tafel geknald door grauwe vrouwen die eruitzien alsof ze zelf volledig leven op van die voedingssupplementen.

De deksels worden gelicht en de lichtoranje, waterige soep geurt me tegemoet. We mogen opscheppen. Het is me in ieder geval duidelijk dat de toekomst sociaal is. Zelfs dit eten wordt met respect behandeld. Er wordt niet over gevochten of gebekvecht. Er wordt sociaal opgeschept. Zeven lepels per persoon. Hoppa. Pompoen, tomaat, ui en water gok ik. Balletjes in de soep is iets van vroeger.

WIL JE WETEN OF DE SOEP SMAAKT? EN HOE FRANK IN 2071 TERECHT IS GEKOMEN?
JE ONTDEKT HET VOLGENDE WEEK IN DEEL 3!


Het Artwork voor 2071: A Selfie Odyssey wordt mede mogelijk gemaakt door Frank Bonds AI Bot B613

1 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Even voorstellen… Esmee Tol

Tijd om de redactie van enClave aan jullie voor te stellen! Dit keer: Esmee Tol over het Songfestival, Harry Styles en de kracht van broccoli en muziek.