Foto: Markus Spiske, Unsplash  

Of je nu een politieke junkie bent die er ’s nachts van droomt minister-president te worden, of iemand die zich stiekem afvraagt wat nu eigenlijk het verschil tussen links en rechts is; het zal je hoe dan ook niet ontgaan zijn dat de verkiezingen weer voor de deur staan. Aankomende woensdag  mogen alle Nederlanders vanaf achttien jaar weer stemmen op hun politieke partij naar keuze. Tenminste, dat is het idee. In werkelijkheid zijn er een hoop Nederlanders die niet naar de stembus gaan, waaronder (helaas) heel veel jongeren. Volgens een onderzoek van Ipsos uit 2017 was de opkomst van 18 tot 24-jarigen bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen slechts 66%. In een onderzoek van het CBS uit 2019 gaf minder dan de helft van de 18 tot 25-jarigen (iets meer dan 40%) aan geïnteresseerd te zijn in politiek. Een “opvallende” trend volgens onderzoekers, aangezien er in de laatste jaren juist méér geprobeerd is om jongeren te overtuigen van het belang van het stemrecht.  

Het feit dat de lage opkomst onder jongeren vaak nog als “opvallend” wordt bestempeld, vind ik ongelooflijk naïef. Als je ook maar één blik werpt op de huidige samenstelling van de Tweede Kamer, kom je toch vooral 40-plussers tegen die weinig idee hebben van wat er onder de jongere generaties speelt. Ik durf te wedden dat Gert-Jan Segers nog nooit een aflevering van Euphoria gezien heeft, en dat Lilianne Ploumen niet zo bekend is met de wondere wereld van TikTok als de meeste pubers tegenwoordig. Of neem Mark Rutte die afgelopen maand in gesprek wilde gaan met jongeren, en dat in eerste instantie via Facebook besloot te doen (onder Gen Z’ers ook wel bekend als het ‘boomer platform’). De voorbeelden die ik hier benoem zijn uiteraard gechargeerd; ik begrijp heus wel dat Ploumen niet op de hoogte hoeft te zijn van de laatste TikTok-trends om een goed politicus te zijn. Wat schuurt is echter dat het niet bij dit soort voorbeelden blijft. De afgelopen jaren heeft de Haagse politiek keuzes gemaakt die desastreus zijn geweest voor duizenden jongeren in Nederland. Ik heb het dan bijvoorbeeld over de wegbezuinigde GGZ, waardoor het voor jongeren met mentale problemen ontzettend moeilijk is geworden om psychische hulp te krijgen. En ik heb het over een kabinet dat de ogen sluit voor het smelten van de poolkappen, waardoor jongeren wereldwijd opgescheept zitten met een klimaatprobleem. En ik doel op de coronacrisis waar we nog altijd mee worstelen; deze crisis is misschien wel hét ultieme voorbeeld van een jonge generatie die lijdt onder de keuzes van net iets te oude politici. Ik vraag me dan ook soms af of de hele situatie er anders had uitgezien als Hugo de Jonge een jaar of negenentwintig geweest was; had ik dan nog steeds online lessen gevolgd vanuit mijn eenzame kamer? En wat als er bij de linkse oppositiepartijen meer jongeren gezeten hadden, was er dan meer échte weerstand tegen alle maatregelen geweest?

Of het gebrek aan jonge beleidsmakers ook daadwerkelijk de oorzaak is van alle ellende, valt te betwisten. Maar feit is wel dat ik mij als jonge twintiger allesbehalve gehoord heb gevoeld de afgelopen maanden. Ik zit al té lang tussen de vier muren van mijn slaapkamer om nog te kunnen bouwen op de beloftes van het kabinet. Ik heb té veel collegegeld moeten ophoesten in ruil voor té weinig onderwijs om nog te geloven dat politici vechten voor de toekomst van jonge generaties. En ik ken té veel jongeren met mentale problemen om nog te vertrouwen op het feit dat Den Haag het beste met ons voor heeft. En ik ben niet de enige. Ik sprak met een aantal leeftijdsgenoten over dit onderwerp en bijna iedereen gaf aan zich nauwelijks gehoord te voelen door de mensen die op dit moment ons land besturen. Zo gaf Donna (21) aan dat “de politiek in Den Haag af en toe net is als de goden op de Olympus, erg ver verwijderd van de echte wereld.” Linda (21) schreef dat er “veel geroepen wordt als het gaat om onderwerpen die jongeren raken, maar dat er weinig tot niks wordt gedaan om de situatie ook wezenlijk te veranderen”. En Loes (19) benadrukte dat “de meeste politici nog wel bekend zijn met de situatie van dertigers, maar dat ze totaal geen kijk hebben op wat twintigers bezighoudt in het dagelijks leven en wat hun situatie is.” Alleen de 22-jarige Eric verraste mij met een tegengeluid. Hij schreef het volgende:            

 “Ik voel me niet minder gehoord of vertegenwoordigd dan een ander. Als je constructieve kritiek hebt op het beleid of een alternatieve oplossing voor een probleem hebt, dan is een kamerlid makkelijker te bereiken dan je denkt. Het enige wat men wel moet doen is daar actief melding van maken. Ik denk dat het vaak daar fout gaat: een passieve houding van sommige burgers en een gebrek aan constructieve kritiek.”

Zou Eric gelijk hebben? Moet onze generatie inderdaad minder zeuren en meer doen? Ik vind het een lastig dilemma. Enerzijds geloof ik dat het probleem vooral zit in een gebrek aan herkenning bij jongeren; ze kunnen zich moeilijk spiegelen aan politici die in een vorig tijdperk geboren zijn. En als jongeren zichzelf nergens terugzien, zullen ze zich er ook minder voor interesseren. Zo simpel is het gewoon. Dit punt hangt samen met de discussie die tegenwoordig gevoerd wordt over het feit dat de Kamer een zo goed mogelijke afspiegeling moet zijn van de maatschappij. De focus in deze discussie ligt veelal op het gebrek aan kleur, vrouwen en lhbti’ers in het kabinet, maar wat mij betreft hoort leeftijd ook zeker in dat rijtje thuis.  

Hoe zeer ik pleit voor méér twintigers in de Kamer vanwege het belang van representatie, besef ik dat Eric ergens wel een punt heeft. We kunnen wel blijven steunen en kreunen, maar zolang we niets van onszelf laten horen, worden we ook niet gehoord. Het is exact dít gegeven dat mij aanstaande woensdag naar dat stemhokje brengt. Ik begrijp immers maar al te goed dat als mensen zoals ik niets doen, er sowieso niets verandert. En dat kan ik eerlijk gezegd niet over mijn hart verkrijgen. Wie er ook zo over dachten, waren de zes jongeren waarmee ik sprak. Allemaal gaven zij aan dat ze sowieso naar de stembus gaan morgen, of ze nu vertrouwen hadden in de politiek of niet. Dus ook jij, degene die dit leest, ga alsjeblieft stemmen. Al is het slechts om één van deze redenen:

“Een democratie is geen democratie als een groot gedeelte niet meedoet” – Donna, 21 jaar

“Eén ding is zeker, als je niet stemt heb je ook geen recht om te klagen over de regering. Daarom ga ik wel stemmen, dat is zeker. Dan heb ik recht om te zeuren als de VVD er weer een puinzooi van maakt. Nee grapje, ik denk dat het heel belangrijk is dat er een representatieve groep stemt in plaats van alleen ouderen. Een democratie is geen democratie als een groot gedeelte niet meedoet.”  

“Stemmen is zo gebeurd, dus ga vooral!” – Linda, 21 jaar

“Voordat ik achttien was, kon ik niet wachten tot ik zelf ook mocht stemmen en was ik jaloers op mijn klasgenootjes die dat wel mochten. Ik heb gewoon altijd het besef gehad dat stemrecht een voorrecht is, het is immers niet in alle landen vanzelfsprekend. Ik vind dat je ook van dat recht gebruik moet maken. Zeker nu bij de landelijke verkiezingen gaat de uitslag het beleid van de komende jaren bepalen. Daar heb ik deels invloed op, dat is tof! Daarom vind ik het belangrijk om te stemmen, zeker ook omdat ik duidelijke idealen en waarden heb, en ik hoop dat de partijen die deze idealen delen, meer inspraak krijgen. En daarnaast zou ik meegeven: stemmen is zo gebeurd, binnen een paar minuten sta je weer buiten. Dus ga vooral!”

“In Den Haag worden beslissingen genomen die jou raken” – Sean, 25 jaar

“Politiek kan best verwarrend zijn. Politici zeggen soms het ene ding om het andere te bereiken, of ze doen beloftes die later als sneeuw voor de zon verdwijnen. Maar onthoud: de enige oplossing voor de ondervertegenwoordiging van jongeren is meedoen. Mensen zeggen vaak: ik hou me niet bezig met politiek. Het probleem is: politiek houdt zich wel bezig met jou! In de gemeenteraad, de provincie en Den Haag worden beslissingen genomen die jou raken. Er wordt bepaald hoeveel belasting je moet betalen, hoeveel woningen er worden gebouwd, hoe schoon de lucht moet zijn, enzovoort. Dan wil je toch dat die besluiten worden genomen door iemand die hetzelfde vindt als jij?”

“Stemmen is een recht, dus maak er gebruik van” – Loes, 19 jaar

“Ik denk dat veel jongeren ervoor kiezen om niet te stemmen, omdat ze niet weten op welke partij ze moeten stemmen. Desinteresse dus. De motivatie is ver te zoeken, omdat ze denken dat het geen invloed heeft. Maar invloed heeft het zeker. Dus natuurlijk ga ik stemmen! Dit doe ik omdat het mijn recht is. Je hoeft hier niets voor te doen; iedere Nederlander heeft dit recht. Maak er dus gebruik van. Het is jouw kans om inspraak te hebben op beslissingen die direct invloed hebben op je dagelijks leven. Als je niet stemt, gaat je stem verloren. Tuurlijk heeft jouw stem invloed; hoe meer stemmen een partij krijgt, hoe meer zetels, hoe meer inspraak. Zo simpel is het gewoon.”

“Stemmen is de belangrijkste manier om je mening te laten gelden” – Eric, 22 jaar

“Een vriend van me overweegt om niet te stemmen wegens gebrek aan vertrouwen in het gehele politieke systeem. Toch denk ik dat de reden wat dieper zit. Het is een gebrek aan kennis over de politiek, een gebrek aan interesse, en ik denk dat het cynisme gevoed wordt door de hoge mate van fake news bronnen die op internet rond zwerven. Ik ga wél stemmen. Het is het belangrijkste democratische recht dat wij kennen en de manier om je mening te laten gelden in politieke beleidsvorming. Het is choquerend hoe weinig landen eigenlijk een volledige democratie zijn met vrije verkiezingen. We moeten daarom het recht om te mogen stemmen blijven koesteren.”

“Als wij onze stem niet gebruiken, verandert er ook niets voor de volgende generatie jongeren” – Melinda, 22 jaar

“Stemmen ga ik zeker. Ik vind het belangrijk dat wanneer we de mogelijkheid krijgen onze stem te laten horen, we dit ook doen. Iemand van vijftig heeft bijvoorbeeld een hele andere kijk op dingen dan iemand die net achttien is en volop aan het studeren is. Als wij onze stem niet gebruiken, verandert er ook niets voor de volgende generatie jongeren en studenten die in diezelfde situaties komen te zitten. Denk dus ook aan elkaar.”

Bronnen

1 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Naakt voor het milieu?

Over het algemeen weten we wel wat er fout is aan deze industrie, maar de vraag is of we met deze kennis ook wat doen.
Lees verhaal

Kerstpreek 2020

Coronamoe en thuiswerkbeu zijn sommige van ons zelf veranderd in The Grinch en dat.. is oké.
Lees verhaal

Data is een drama

Een blik op de verontrustende CO2-uitstoot van data met een oproep tot bewuster gebruik.