Fascinatie voor oorlogsfilms
De Oost is na Rabat (2011) en Wolf (2013) de derde speelfilm van de Moluks-Nederlandse regisseur en Gouden Kalf winnaar Jim Taihuttu (geb. 1981). Laatstgenoemde houdt van genrefilms en kent zijn klassiekers. Waarschijnlijk ontstond mijn eigen fascinatie voor oorlogsfilms toen ik op mijn twaalfde van mijn ouders de in vier delen op tv uitgezonden Soldaat van Oranje (Paul Verhoeven, 1977) mocht zien. Paul Verhoeven is van grote invloed geweest op mijn filmsmaak.
Later maakte de waanzin van The Deer Hunter (Michael Cimino, 1978), Apocalypse Now (Francis Ford Coppola, 1979), Full Metal Jacket (Stanley Kubrick, 1987) en Platoon (Oliver Stone, 1988) een verpletterende indruk op mij. Net als op Taihuttu. De Oost (budget € 6,6 miljoen) staat zowel cinematografisch als thematisch duidelijk in deze traditie. Die typische jungleoorlog-kleuren als okergeel, strontbruin en (leger)groen roepen samen met die wat M.A.S.H.-achtige grove korrel het gewenste realistische beeld op. De panoramashots van de groene rijstvelden van de gordel van smaragd zijn adembenemend. De cast is ijzersterk met veel korte rollen voor bekende acteurs. De film kreeg een 18+ rating. In Amerika betekent dat inmiddels commerciële zelfmoord.

Narratologie: geschiedenis en verhaal
De narratologie (verteltheorie) maakt onderscheid tussen de geschiedenis, en het verhaal. Dat verhaal (de eigenlijke film) begint bij hun thuiskomst in Nederland en springt vervolgens terug naar hun aankomst op Java en verloopt vanaf dat moment, met uitzondering van drie flash-forwards die zich na Johans thuiskomst afspelen, vrijwel chronologisch.
Onder geschiedenis verstaat men in narratologische zin de naakte in chronologische volgorde geplaatste feiten: Tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog sluit een Nederlandse vrijwilliger zich aan bij een elitekorps, komt in moreel conflict met zichzelf en zijn commandant, en eenmaal thuis is hij niet meer in staat om zijn ‘normale’ leven weer op te pakken. De film roept daarnaast veel vragen op omtrent de context zijnde de complexe politieke situatie in het Indonesië van net na de Tweede Wereldoorlog.

Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog
Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan en twee dagen daarna riep Soekarno met hulp van de Japanners de republiek Indonesië uit. Indonesia Merdeka! Vrijheid voor Indonesië! Het hoofdkwartier van deze nationalisten was ook gelegen op Java (circa vijftig procent van de Indonesiërs leeft op Java, en circa vijfentwintig procent op Sumatra). Hoewel het gehele conflict vaak met de eufemistische term politionele acties wordt omschreven, waren dit – in ruim vier jaar tijd – twee slechts enkele weken (juli-aug 1947 en dec 1948- jan 1949) durende offensieve acties die tot doel hadden het Nederlandse gezag in bepaalde gebieden te herstellen.
Het Nederlandse standpunt dat het om een opstand ging en dus een interne kwestie was, werd door de oppermachtige Verenigde Staten niet gesteund. Toen laatstgenoemden dreigden de beloofde Marshallhulp in te trekken, koos Nederland eieren voor haar geld. Op 28 december 1949 werd de soevereiniteit over voormalig Nederlands-Indië overgedragen aan de republiek Indonesië.
De ongemakkelijke vraag die de film ook oproept, is waarom de Nederlandse staat meende – nadat Nederland zelf vijf jaar lang onder het juk van nazi-Duitsland en de Indiërs vier jaar onder dat van de Japanners hadden geleden – dat zij haar ‘rechten’ op Nederlands-Indië weer kon doen laten gelden? En dit dan ook nog door uiteindelijk deels voor dezelfde rücksichtslose methodes te kiezen.

De Oost in helrode gotische letters
De helrode gotische letters waarmee de filmtitel na de openingsscène op het doek verschijnt, laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Samen met het zwarte KST-uniform (eigenlijk heel donker groen) en de snor van Westerling bevatte (de trailer van) de film daarmee onnodige nazi-associaties, aldus criticasters. De sterke openingsscène start met alleen de geluidsopname (en een zwart beeld met opening credits) van wat later opgewonden, thuiskomende soldaten blijken te zijn, waarbij een van hen in reactie op hun gezeur over wat hij ziet geïrriteerd met onvervalste soldatenhumor aangeeft dat hij binnenkort waarschijnlijk hun blote zusters zal zien. Dan volgt het openingsshot met daarin in koel blauwe kleuren een groepje soldaten waarvan de voorste door een verrekijker kijkt. Vervolgens in close-up het ernstige, turende gezicht van een rokende Johan de Vries via wiens perspectief de kijker de wereld van de film binnentreedt. Het Nederlandse schip waarmee zij in de dichte mist thuiskomen, wordt niet tegemoet gevaren door een welkomstcomité inclusief fanfare en ‘blote wijven’ maar door kleine vissersboten opgetuigd met spandoeken waarop zij voor nazi’s en moordenaars worden uitgemaakt. De Vries wordt bekogeld met rode verf. Kleeft er bloed aan hem?

Ernstige PTSS
Terug in Nederland loopt een dan wat langharigere Johan rond met iets wat op een ernstige PTSS lijkt. Altijd draagt hij het pistool dat hij van Westerling (zie hierna) kreeg aan de binnenkant van zijn linker enkel. Ook tijdens een gesprek met zijn oude werkgever dat uiteindelijk uitmondt in een woedende, een spiegel verbrijzeld klap waarbij de fragmentatie van zijn spiegelbeeld symbool lijkt te staan voor zijn in scherven liggende leven. Ondanks dat dit door de Nederlandse overheid wel was toegezegd, krijgt hij zijn oude baan niet terug. “We zijn niet allemaal met vakantie geweest”, aldus zijn voormalige werkgever. Terwijl hij vroeger op kantoor werkte, lijkt hij na zijn uitzending veroordeelt tot de lopende band.

Zonder voice-over blijft Johan een mysterie
Omdat er geen voice-over wordt gebruikt, en de vrij zwijgzame Martijn Lakemeier met zijn sterke spel die vraag prangend weet te houden, blijft de kijker zich afvragen waarom deze uit het Noord-Limburgse Arcen afkomstige achttienjarige Johan de Vries zich eigenlijk als vrijwilliger bij de Koninklijke Landmacht heeft aangemeld. Om Nederlands-Indië volgens de tekst van een overheidsaffiche van de Japanners (die Soekarno hadden geholpen) te bevrijden? Johan zal Multatuli’s Max Havelaar (1860) niet hebben gelezen. Nederlands-Indië (De Oost) moet van terroristen en andere subversieve elementen worden gezuiverd, aldus (de fictieve) majoor Penders (een kort – twee scènes – maar krachtige vertolking van Peter Paul Muller) in zijn welkomst- annex motivational speech. Johan komt terecht op een relatief rustige basis nabij de grote havenstad Semarang aan de noordkust van Java.

Javaanse gamelan invloeden, bevrijdende bigband jazz en Nederlandstalige liedjes
’Herinner je de Javaanse muziek”, schreef Claude Debussy in 1895 aan de dichter Pierre Louÿs, „die elke subtiele betekenis kon uitdrukken, zelfs de onzegbare betekenissen, en die onze akkoorden deed klinken als doorzichtige spookverhalen die je aan ongehoorzame kinderen vertelt.” De muziek vormt een sterk onderdeel van de film. Gino Taihuttu’s (deels) zelf gecomponeerde soundtrack bevat behalve Javaanse gamelan en bevrijdende Amerikaanse bigband jazz ook naadloos in betreffende scènes ingepaste Nederlandse liedjes die een tijdsbeeld oproepen. Soms speelt de muziek een subtiele rol op de achtergrond en soms domineert zij scènes. Die door Taihuttu geregeld toegepaste techniek om geluid en beeld niet synchroon te laten verlopen, fungeert vaak als overgang naar de volgende scène, maar wordt met geslaagd effect ook gebruikt om de botsing van culturen weer te geven. Het muzikaal uit bigbandjazz bestaande ‘Dag, schatteboutje, dag’ contrasteert zo fraai met het optreden van een traditionele Javaanse danseres, en geeft vervolgens een ironisch commentaar op hun tocht naar een gelegenheid waar publieke vrouwen zichzelf aanbieden. Nadat hij eerst de diensten van twee vijftienjarige meisjes had geweigerd, ontmoet Johan daar de als prostituee werkende Gita.
Een scène die zijn kracht ook ontleent aan de soundtrack is die waarin een soldaat met heimwee aan een kampvuur in een mooie ballade vertelt dat hij zonder veel nadenken uit wanhoop zijn poot onder het aanmeldingsformulier had gezet. Had zijn verhaal overeenkomsten met dat dat van de aandachtig luisterende Johan?

Belediging koningin Wilhelmina
Een sleutelscène volgt op die in een Westers georiënteerde drinkgelegenheid waar Johan en zijn kameraden hun verdriet wegdrinken nadat ze afscheid hebben genomen van een gesneuvelde kameraad die bovendien de sfeermaker was. Wanneer zijn Joodse collega staand op een tafel een dronken tirade afsteekt tegen een achter de bar hangend portret van koningin Wilhelmina, raken zij in een knokpartij verzeild met de ook aanwezige Molukse KNIL-militairen, die deze belediging van hun koningin niet pikken. Die daaropvolgende met hypnotiserende trommels begeleidde duizelingwekkende tocht – op de vlucht voor de militaire politie  – die door de smalle straatjes van Semarangs Chinatown leidt, eindigt bij de vrouw (Gita genaamd) die als prostituee (Denise Aznam) moet werken om haar kind te kunnen onderhouden. In zijn jongensachtige naïviteit is hij verliefd op haar geworden. In deze scène die thematisch volgt op en zich spiegelt aan die eerdere (vrolijke) scène waarin hij Gita voor het eerst ontmoette, lijkt Taihuttu ook Johans innerlijke gevecht te verbeelden. Een strijd die uitmondt in een drastisch besluit met grote persoonlijke gevolgen.

Sneuvelen kameraad blijkt omslagpunt
Na het sneuvelen van een kameraad krijgt Johan genoeg van dat zonder gevechtshandelingen patrouilleren vanuit het kamp Matjan Liar onder de kampcommandant van de Koninklijke Landmacht. In Coen Verbraaks vierdelige interviewserie ‘Onze jongens op Java’ (2019) vertelt een veteraan dat de vriendschapsband die je in het leger met elkaar opbouwt de meest intense is. Meerdere soldaten gaven aan dat het in de strijd sneuvelen van kameraden inderdaad door woede gevoede moordlust kon oproepen. Of zoals in deze film zelfs martellust.

Onder invloed van kapitein Raymond Westerling
Johan komt onder invloed van de charismatische kapitein Raymond Westerling alias de Turk (een schitterende Marwan Kenzari die als acteur een Gouden Kalf won voor zijn rol in het ook door Taihuttu geregisseerde Wolf) die hem op een gegeven moment vraagt: ‘Kom je hier om rondjes te lopen net als de anderen of om wat te doen?’ De Turk leek nergens bang voor, was van goede komaf, als commando opgeleid en cultureel geschoold. Johan keek tegen hem op en meldt zich uiteindelijk aan als lid van het onder Westerlings leiding staande Korps Speciale Troepen (onderdeel van het Koninklijke Nederlands-Indische Leger (KNIL)). Dit korps (KST) moest na de gewelddadige Bersiap (van juli/eind 1946 (tot maart 1947) het ten Noorden van Java gelegen Zuid-Celebes pacificeren. De vraag of Westerling op eigen initiatief handelde, dan wel op gezag van hogerhand, wordt in de film eenduidig beantwoord: hij handelde op basis van een afspraak met (de fictieve) majoor Penders die slechts één laag onder de opperbevelhebber zat en die laatstgenoemde vertegenwoordigde.
Vooral vanaf het moment dat er verwijdering tussen beiden ontstaat omdat Johan Raymond Westerlings methodes openlijk ter discussie stelt, verandert de film van karakter of misschien zelfs wel van genre. Het tot dan toe rustige verteltempo versnelt, en de afwikkeling van hun relatie die op de voorgrond komt te staan krijgt een theatralere invulling (zoals bijvoorbeeld al eerder in die doopscène) waardoor het slot van de film gekunsteld aandoet.  

Bijzondere status Molukkers
Wanneer ze op een landingsbaan kijken naar Westerling die van een hele hoge militair de benodigde papieren ontvangt, vraagt Johan aan zijn Molukse KTS-medestrijder waarom hij vecht tegen zijn eigen landgenoten. Deze vertelt hem dat het zijn landgenoten niet zijn en dat zij hem als christen ook als een vijand zien.
Doordat de eerste VOC-nederzetting rond 1600 vanwege de nootmuskaat, foelie en kruidnagel op Ambon was gevestigd, werden de door de Portugezen inmiddels tot het katholicisme bekeerde Molukkers onder Nederlands bewind protestant en leerden zij de Nederlandse taal. Uit de indringende interviewserie van Coen Ter Braak ‘de Molukkers in Nederland’ (2021) blijkt dat de trouwe Molukkers (KNIL-militairen en hun gezinnen) door de Nederlandse regering slecht en oneervol zijn behandeld. Net als de overige veteranen (zie ‘Onze Jongens op Java’). Waarschijnlijk omdat beiden herinnerden aan een pijnlijk verleden.

Conclusie
Het werd tijd dat er een volwassen Nederlandse film verscheen over de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. De Tweede Wereldoorlog lijkt inmiddels voldoende verbeeld. Het cinematografisch sterke De Oost geeft vanuit het perspectief van de Nederlanders een getrouw beeld van ons eigen Vietnam. Wellicht dat in een volgende film over dit onderwerp het verhaal meer vanuit het perspectief van de Indonesiërs zou kunnen worden getoond.

0 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Classics Review: Citizen Kane (1941)

Het meesterwerk presenteert zichzelf als een geïsoleerde tour de force, een Goddelijk geschenk tussen de aardse creaties van haar tijdgenoten. In die zin is Citizen Kane voor de cinematografie wat de Mona Lisa is voor de schilderkunst.