In een samenleving die wel wordt bestempeld als egoïstisch zijn we nog best mededeelzaam. Lawines van opinies overdonderen ons dagelijks in de vorm van blogs, vlogs, columns en gesproken woord via de diverse media. Even positief denkend, geloof ik dat de evolutie, die allesdrijvende kracht erachter zit. Het delen van kennis en bijv. schoonheidsbeleving vergroot onze kans op overleven. Schoonheid ook? Ja, want schoonheid is belangrijk voedsel voor ons brein en voor de denkbeeldige ziel. Prof. Kuipers, een wereldwijde autoriteit in de psychiatrie en onderzoeker van mentale depressie, werd op latere leeftijd zelf het slachtoffer van de vreselijke kwaal die hij z’n leven lang had geprobeerd te doorgronden en te bestrijden. Hij kwam tot de conclusie dat geen medicijn zo effectief was als het regelmatig luisteren naar klassieke muziek. Ik denk dat voor andere patiënten dan toch maar iets van Hazes of Bauer opgezet moet worden. Ik ken mensen die zich geen grotere kwelling kunnen voorstellen dan een dagelijks half uurtje cellosuites van Bach. Muzikale medicatie op maat dus graag voor deze arme zielen, om erger te voorkomen.

Ik ga me hier (in het volgende) ook schuldig maken aan overmatige mededeelzaamheid. Dat komt omdat ik dat in een vorig artikel in dit blad heb beloofd aan de eventueel geïnteresseerde lezer. Het stukje was getiteld ‘Kleur bekennen’, ik bekende een groot bewonderaar te zijn van Bruce Springsteen en beloofde in een vervolg uit te leggen waarom. Er is verdomme alweer een jaar om. Onwillekeurig moet ik bij deze opdracht denken aan de schitterende Jiskefet-Mockumentary ‘The Cards’ (kijken op Youtube). Maar dan ongeveer zo (stel je er de overdreven diepe voice-over van Kees Prins even bij voor): de allesomvattende stem van Springsteen huilt, brult en scheurt. Z’n geteisterde Fender Esquire lijkt met prikkeldraad bespannen en is zwaar ontstemd onder de zweepslagen van de meester. Je kunt de bejaarde karretjes van de rollercoaster in ‘The Amusement Park’ waarover hij zingt als het ware horen knerpen in dit geweld. De jankende cirkelzaag die z’n leven, z’n jeugd en zijn hoop genadeloos verscheurt. Hetzelfde aan de kust gelegen pretpark dat door de zilte adem van ‘The Atlantic’ schreeuwt om een verfbeurt, maar desondanks z’n kermisachtige magie blijft uitstralen op de kinderen en de opgeschoten jeugd van New Jersey. De plaats waar het Epos, leven en werken van Bruce “The Boss” Springsteen, een aanvang vond.

Laat ik maar iets minder hoogdravend beginnen. In 1981 werd ik door een bevriende collega en eerdere bekeerling meegesleept naar Ahoy, naar het tweede concert in Nederland van Bruce Springsteen and the E Street Band. Ik had al wel wat dingen gehoord en was maar matig enthousiast. Een beetje overdreven manier van zingen en een gedateerde sound. Het laat zich raden, die avond werd ik ingewijd in de leer van The Boss. De religieuze hersenspoeling uit mijn jeugd moet er iets mee te maken hebben, maar vanaf het begin van het pop/rock tijdperk had ik altijd al gezocht naar mooie zinnen, of, zo je wilt, ‘een boodschap’ in de liedjes. In de jaren ‘60 en ‘70 was ik daar maar beperkt in tegemoetgekomen. Ho ‘s even! hoor ik de kritische lezer denken, hadden we toen al niet o.a. Dylan, Cohen, Lennon en Kristofferson. Jawel, maar de aardse poëzie en de directe manier waarop de nieuwe profeet de luisteraar aansprak waren nieuw voor me. Mogelijk bezwaar: hij spreekt uitsluitend de mannelijke luisteraar aan, met het altijd weer terugkerende “Mister”. Omdat ik nogal licht over het grootse werk van genoemde tekstdichters heen stap maak ik even een pas op de plaats om mezelf nader te verklaren.

Die boodschap waar ik het over had, wat houdt die in? Nou, ik bedoel een soort maatschappelijke visie, een betrokkenheid met de wereld en de mensheid. Terugkerende thema’s en motieven die die visie onderstrepen en vooral de eerlijkheid en de hartstocht die daarbij voelbaar worden. Blue Collar-observaties verwoord met soms filmische kwaliteit en dan weer in simpele mensentaal. Dat hoorde ik voor het eerst bij Springsteen. Of, een van z’n stokpaardjes, overlevingsromantiek in gespierd Amerikaans. En nee, ik heb niets met agogische, geitenwollensokken- of New Age achtige zwijmelboodschappen. De zweefmolen was nooit een favoriete attractie. Later wat voorbeelden uit de door mij zo bewonderde teksten.

Als ik beweer dat er van dat soort bevlogenheid of boodschappen nauwelijks sprake is bij de pioniers van de pop zullen de meeste mensen het wel met me eens zijn. Beatles en Stones dan maar voor de duidelijkheid. Afgezien van wat Lennon-songs (Working class hero) en wat maatschappelijke observaties van Jagger (Street fighting man), blijven de vertellingen allemaal dicht aan de oppervlakte. Zaken worden meer geconstateerd dan bekritiseerd. Geen enkel bezwaar mijnerzijds trouwens, I love R ‘n R. By the way, Stones teksten kwamen bij mij altijd het hardst aan en Jagger is volgens mij een zwaar ondergewaardeerde rock-dichter. Provocatief, op het randje van de (toenmalige) legaliteit en dan ook weer die fraaie uitstapjes naar conventionele country-achtige warmte. Ik zou niet durven kritisch te zijn over de intelligente taal en de vindingrijkheid van de heren Beatles, maar het bleef voornamelijk bij nostalgie, Britse humor/sarcasme en hallucinogene fantasieën. Maar ja, die gasten hebben wel, en zeer terecht, eeuwige onschendbaarheid verworven en staan daardoor ver verheven boven iedere kritiek of discussie. Van bepaalde dingen blijf je gewoon af. En Dylan dan? Die zit dan comfortabel nog een stuk verder verheven als het om de woorden gaat. Toch bleef de enigmatische duivelskunstenaar ver van betrokkenheid. Meer dan eens en in niet verkeerd te begrijpen bewoordingen maakte hij duidelijk dat hij geen zin had in de functie van wereldleraar of goeroe. En dat hoor je.

Erg kort door de bocht en erg oud: How many times must the cannonballs fly? The answer my friend is blowing in the wind. Ofwel, ik ga de daders niet aanwijzen. (Had wat minder kort en oud gekund). Virtuoze vrijblijvendheid. Misschien vind je de antwoorden of vaststellingen wel niet zo belangrijk meer als je zo briljant vragen kan oproepen en beelden kan schetsen. Als Leonard Cohen al een boodschap had aan de mensheid heeft hij die wel zo vernuftig verstopt in z’n magisch realistische teksten dat we er alleen maar naar kunnen raden. Ik denk dat de man z’n poëzie zover mogelijk bij de alledaagse werkelijkheid vandaan hield. Gelukkig maar. Rest ons Kris Kristofferson. Misschien komt die van de onderhavige dichters wel het dichtst in de buurt van die zogenaamde boodschap. In ieder geval uit het leven gegrepen verhalen over liefde en de strijd die het leven vaak is. De oudere man die prachtige verhalen vertelt, te laat ‘s avonds in de kroeg. Levenswijsheid op onsterfelijke melodieën, zoals is gebleken. Kortom, ik genoot mateloos en leerde veel van deze helden maar stond meermaals op het punt terug te keren naar de Vincentiuskerk… voor antwoorden. Wat een cynisme. Teruglezend zie ik dat m’n onderzoeksobjecten wel heel stoffig zijn. De vragen en meningen zijn echter van alle tijden. Ik neem ook de grootste artiesten uit de geschiedenis als voorbeeld om een zo groot mogelijk lezerspubliek aan te spreken. Mijn commerciële achtergrond speelt daarin een rol.

Die avond in Rotterdam was er geen tijd voor literaire analyses want er was natuurlijk de man zelf met z’n band, een organisch gegroeid geheel. Er was die fenomenale stem die live altijd weer veel harder aankomt en z’n persoonlijkheid. Vooral ook die nooit verslappende energie was en is indrukwekkend. De toch een beetje ouderwetse of tijdloze E Street Band, de sobere aankleding, het minimale maar effectieve licht, het leek allemaal nieuw. En dan de ‘American Showmanship’ factor. De opbouw en afwisseling van sentiment, uitbundigheid en humor. De fysieke dialoog tussen Bruce en saxofonist Clarence Clemons kan in het rijtje van de bekkenspasmes van Elvis en de danspasjes van James Brown. Naast die inhoudelijke boodschap is er blijkbaar altijd de opdracht geweest om te entertainen, om bezoekers na de show thuis te laten komen met een gek hoofd. Elton John: “Ik ging naar een Springsteen show omdat ik me afvroeg waar die Yanks nou zo gek van waren. Na 4 uur had ik geen vragen meer.” De quote stamt uit diezelfde tijd.

We hebben gekeken naar de show, naar de tijdgenoten en een beetje vergelijkend warenonderzoek gedaan, maar de liedjes, de muziek en de teksten, zouden we het dáár niet ‘ns over hebben? Is goed. Lang geleden schreef een popjournalist: “De muziek van The Band heeft de schoonheid van verweerd hout of oud leer”. Mooi verwoord is dat en hetzelfde geldt voor mij voor het werk van S. Tijdloos, los van trends of mode, universele menselijke verhalen. Muzikaal-technisch is het interessant te zien hoe hij in het latere werk steeds meer de kracht van de eenvoud zocht. Gelukkig was er ook dat legendarische drieluik: Born to run, Darkness on the edge of town en The River. Vooral op die eerste 2 albums wordt het grote muzikale gebaar niet geschuwd. We zouden het qua tekst en compositie zijn ‘Sturm und Drang’ periode kunnen noemen. Het daarna volgende album The River is niet minder bevlogen als het om de inhoud gaat maar daar ontbreken de complexere songs. Muzikaal, melodisch hebben de Springsteen melodieën hun wortels voor een groot deel in het begin van de vorige eeuw. De folk roots, dat hij een groot bewonderaar van bijv. Woody Guthrie is, is door z’n hele oeuvre hoorbaar. Later zou hij The Seeger Sessions opnemen. Opgedragen aan z’n helden uit die tijd.

En dan toch, in songs als Born to Run of Thunder Road ontsnapt hij als componist virtuoos aan het dwingende 3 akkoorden folk schema en componeert verrassend complexe songs. Intuïtief, ongeschoold muzikant als hij was, volgen de akkoordovergangen de emotie van de tekst feilloos. De song Born to Run werd ooit door Amerikaanse popjournalisten verkozen tot de beste rock song ooit. Niet onterecht, als Wagner een rocker was geweest zou hij tot hetzelfde resultaat hebben kunnen komen. Of hij net zo’n begrijpbaar menselijk verhaal had geschreven is onzeker. Authentiek is het woord, volkomen origineel z’n instinct volgend schrijft een vroege twintiger een meesterwerk. Misschien was en is hij niet een componist van het kaliber van McCartney, maar in combinatie met de zeggingskracht van dat ‘verhaal’ overstijgt hij die beperking en maakt hij dat soort vergelijkingen overbodig. Dat maakt pop/rock interessant, gutfeeling, het direct vertalen van indrukken en gevoelens en daarmee het hart van de luisteraar penetreren.

The screen door slams, Mary’s dress waves. Like a vision she dances across the porch as the radio plays. Roy Orbison singing for the lonely, hey that’s me and I want you only.

De verteller in Thunder Road komt z’n vriendin halen. Hij wil haar redden. De snelweg op, weg uit de bekrompenheid.

These two lanes can take us anywhere. Show a little faith there’s magic in the night. Probeert hij haar te overtuigen. Het alternatief is geen optie: You can hide ‘neath your covers and study your pain. Make crosses from your lovers throw roses in the rain. Waste your summer praying’ in vain, For a savior to rise from the streets, enz.

Ik had een wat minder voor de hand liggend voorbeeld kunnen nemen, maar met al mijn gezeur over ‘De Boodschap’ is dit misschien het meest rake als het gaat om een belangrijk thema in z’n werk. De drang om te ontsnappen aan de sleur, het nauwe denken en de angst voor de naderende volwassenheid met z’n verantwoordelijkheden en daarna de langzame verstikking in een kleine gemeenschap op het platteland. It’s a death trap, we gotta get out while we’re young.

Komt het misschien voort uit de oude Amerikaanse pioniersgeest, de zoektocht naar groenere weiden met de wanhopige illusie van een betere toekomst als een wortel voor de bek van het paard? Het ligt voor de hand. The Ghost of Tom Joad, een later soloalbum, verwijst naar Steinbeck’s The Grapes of Wrath dat de vlucht van duizenden berooide boeren naar California beschrijft. Weg uit The Dustbowl op weg naar een vermeende zonnige toekomst. Dat album bevat verhalen uit die tijd, over de armoede en de wreedheid van de heersende klasse.

Richard Dawkins noemt het ‘memes’ en bedoelt daar niet de grappige internet afbeeldingen mee, maar genetisch overdraagbare culturele kenmerken. Ideeën, voorkeuren en overtuigingen die eeuwen overleven. De overeenkomsten in het werk van Springsteen en Steinbeck zijn in dat licht, hoewel de tussenliggende tijd niet groot is, opvallend en een sterk argument voor Dawkins’ theorie. Ook Cormac McCarthy kan in dat rijtje. Schrijvers die een groot inzicht in de menselijke geest hebben en dat indrukwekkend kunnen overdragen. Het is dan ook geen toeval dat die twee schrijvers bij mij in de top 5 aller tijden staan. Als Bruce meer tijd had gehad dan de luttele minuten die popsongs mogen duren, had hij er ook tussen gestaan.

Over genetische verbanden gesproken. Mijn oudste broer is 10 jaar ouder dan ik. Hij ging met z’n vrienden, ze waren toen pakweg 18, vaak naar ‘Het Amvo Theater’, onze trotse toenmalige bioscoop. Westerns, daar ging het om. Al lang vergeten helden als Gary Cooper en John Wayne schoten met gemak alle indianen dood. Als ze daarna thuis kwamen waren ze gek en speelden de knok-en schietpartijen na in onze veel te kleine huiskamer. Het is bijna 60 jaar later en Blood Meridian van Cormac kan ik eigenlijk onafgebroken opnieuw lezen. Een met bloed doordrenkte roman over How the west was won. Voor mij is hij de beste verteller van de wereld. In een alinea kan hij genadeloos de wrede zinloosheid van ons bestaan aanraken en vervolgens de natuur beschrijven op een manier die maakt dat je graag 200 zou willen worden. Maar de beste motivational speech is van Bruce, toen in Ahoy: “Don’t sell yourself cheap”.

______________________________________________________________________________________________________

Dit artikel is verschenen in het Cultureel Opinieblad 2Rewind 2018

0 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Katy Kirby – ‘Cool Dry Place’

Tijdens een heftige regenbui dit voorjaar ontdekte Roy de Smet deze fijne Cool Dry Place. In 28 minuten en een paar seconden komen de meest uiteenlopende onderwerpen voorbij, verspreid over 9 liedjes. Katy Kirby verovert je hart met haar aanstekelijke popmelodieën, poëtische teksten en loepzuivere kopstem.