Hoera! De bioscopen zijn weer open, en dat betekent ook dat mijn Cineville-pas na maanden van ongebruik kon worden afgestoft, en ik eindelijk Oscarwinnaar Nomadland (2020) op het grote doek kon zien. Alhoewel Nomadland inmiddels ook beschikbaar is op Disney+, had ik het voorgevoel dat dit zo’n film was die beter tot zijn recht zou komen in het rode pluche van de filmzaal. Niets was minder waar, Nomadland is een film die zich als een traag, lang gedicht voor je ontvouwt, en de film sleepte met recht drie Oscars binnen: die voor beste film, beste regie (Chloé Zhao), en beste actrice (Frances McDormand). Naast de cinematografische hoogvliegkunst van Nomadland, is het verhaal ook een dat iedereen aangaat. Allereerst levert Zhao met Nomadland haar unieke blik op de onbevattelijkheid van de ‘American dream’, maar nog belangrijker is dat de film een diepe en doorvoelde empathie vertoont. Zhao laat zien dat we de verliezers van het kapitalistische spel, of de onderlaag van de samenleving, nooit onbekommerd of ongezien mogen laten. Hun begrip van een rauw en puur leven, en alle pijn die zij al jaren tot hun metgezel rekenen, maakt ze bewuster van de grootsheid en schoonheid der natuur dan vele andere spelers op het bord. 

Nomadland volgt Fern, gespeeld door Frances McDormand, die zich in de levensfase bevindt waarin ze zich eigenlijk zorgen zou moeten maken om haar pensioen, haar kleinkinderen, en haar orchideeën. Maar de laatste jaren zijn zwaar voor Fern geweest: haar man overleed, en de gipsplatenfabriek waar Fern haar hele leven hadden gewerkt werd gesloten, als gevolg waarvan de postcode van het hele fabrieksstadje in Nevada werd opgeheven en Fern wezenlijk werd gedoemd tot dakloosheid. Rondrijdend in haar witte busje waarin ze ook slaapt en eet wordt Fern een nomade, ze neemt her en der part-time baantjes aan, in de warenhuizen van Amazon tijdens de drukke Kerstperiode, als schoonmaakster, in burgerrestaurants, als bietenplukster, maar Fern is vooral dolende. De relaties die ze aangaat zijn vluchtig en onbetekenend, uit angst om haar onafhankelijkheid en levensstijl te verliezen, of zelfs maar te compenseren. Een scène die heel tekenend is, is wanneer Fern op een camping een pup vindt die is achter gelaten door zijn baasje. De dame van de receptie zegt dat Fern hem wel mag hebben, waarop ze resoluut “nee” antwoordt. Als ze daarna buiten staat, in de dwarrelende natte sneeuw, geeft ze de hond een aai, waarna ze wegloopt, het beeld uit. We kennen dit beeld, het is het shot waarin we daarna de hoofdpersoon terug zien rennen om de hond tóch mee te nemen, waardoor de hoofdpersoon wordt bevrijdt van zijn norsheid en we sympathie kweken. Maar dit is de realiteit, en empathie of schattigheid zijn twee dingen die Fern zich niet kan veroorloven: ze heeft geen geld, geen ruimte in haar busje, en bovendien heeft ze de mogelijkheid van een “happy ending” allang opgegeven. Fern is geen nihilist of pessimist, maar dat de wereld rauw, koud en onverbiddelijk is, stond voor haar al jaren vast. 

Toch ligt de focus van Nomadland op de schoonheid die het duister nu en dan op verblindende manier oplicht: in South Dakota wandelt Fern door de prachtige natuur in Badlands National Park, in California logeert ze bij nieuwe vrienden en proeft ze aan het rustige en veilige familieleven van een gezin met een pasgeboren baby (dit maakt haar nerveus en uiteindelijk vlucht ze het huis uit om in haar busje te slapen), ze rijdt door een tree tunnel in Sequoia National Park, ziet bisons, zwemt naakt in een beekje, bewandelt de oneindige velden van Nebraska, en ontmoet mede-nomaden in het midden in de woestijn, in Quartzsite, Arizona. Op deze laatste plaats ontmoet Fern een andere vrouw, genaamd Swankie, een oude nomade die door kanker nog maar een paar maanden te leven heeft. Swankies laatste wens is om terug te gaan naar Alaska, daar te kajakken en nog eenmaal één te zijn met de schoonheid van de natuur, om vervolgens in alle rust te overlijden, op haar eigen voorwaarden. Nomadland benadrukt op deze manier de maakbaarheid van eenieders leven, want alhoewel we als mens nietig zijn, en altijd ondergeschikt aan het grootse nukken der natuur, zijn alleen wijzelf verantwoordelijk voor hoe we het leven nemen, hoe we dansen met de pijn die het soms op ons afvuurt, en hoe we ons soms getroost kunnen voelen door een gouden zonsondergang, of het getjirpt van krekels in een wolkeloze sterrennacht. Deze houding, de unieke manier waarop eenieder danst met het leven, kunnen we doorgeven aan generaties onder ons. Fern vindt haar dans dankzij haar vader, die zegt: “What’s remembered lives” — het fysieke is tijdelijk, het herinnerde tijdloos. We moeten blij zijn omdat iets was, en niet treuren omdat het voorbij is gegaan; de vreugde voor wat is geweest overstijgt de treurnis van het verlies.

Met haar prachtige shots van wijde horizons en oceanen, en eindeloze kilometers asfalt levert regisseuse Zhao ook haar indirecte kritiek op menselijke expansie. We kunnen de aarde niet bezitten, en vooral de Verenigde Staten is als koloniaal project te ambitieus gebleken. Je kunt snelwegen aanleggen en lijnen tekenen op kaarten, maar het Amerikaanse continent is zo onnoemelijk groot, dat alle pogingen tot het opeisen van het land in de afgelopen 400 jaar lachwekkend zijn gebleken. Ook al het eindige financiële gewin dat gepaard gemaakt met de “American Dream” en Westers kapitalisme verbleken bij de eindeloze wijsheid van het land. Deze kennis hebben Fern en haar mede-nomaden reeds geïnternaliseerd en het heeft ze nederig gemaakt, maar het systeem en haar machtsstructuren denderen door en deze bekommeren zich niet of nauwelijks om de randfiguren van de samenleving. Linda May vertelt Fern: “So, I was getting close to sixty-two, and I went online to look at my social security benefit. It said five hundred and fifty dollars. Fern, I had worked my whole life. I’d worked since I was twelve years old, raised two daughters. I couldn’t believe it.” De vrijheid en voortvarendheid die Linda May en Fern waren beloofd als ze maar zouden werken, bleken niets waard te zijn. Ferns voormalige woonplaats heette niet voor niets Empire. Ferns empire, de plaats waar zij haar geluk had gevonden, brokkelde af om haar heen, en er is niets wat zij hieraan kon doen. Zonder acht te slaan op de sociale en persoonlijke consequenties voor de inwoners werd de postcode van het dorpje simpelweg stopgezet zodra er minder vraag kwam naar gipsplaten, en de fabriek waar Empire ooit omheen was gebouwd werd gesloten. Als Fern in de film teruggaat naar Empire vindt zij daar niets van haar oude geluk terug, alleen de vergane glorie van een vervallen rijk. 

Nomadland toont het contrast tussen de grootsheid van de natuur, en de futiliteit van een mensenleven. Gedurende dit korte leven is het werk dat we doen niet zaligmakend, en we kunnen niet de kaarten inzien die we gedeeld krijgen. Waar we echter wel invloed op hebben is wat we doorgeven, en waar we dat doen. Worden we een nomade? Of vinden we een vaste plek waar we blij zijn om herinneringen te kunnen maken? Voor de vrijwillige nomade is bewegen synoniem aan leven, en een uitgestippeld bestaan een verlies. “You left a big hole by leaving”, vertelt haar zus, maar had Fern dan moeten blijven en haar gevoelens moeten negeren? De zussen — de ene met haar familie in haar grote huis in de suburb, de andere met haar matras in een wit busje — zullen elkaar nooit snappen. Fern heeft haar lijden tot een levensstijl gemaakt: de strijd voor overleven geeft haar littekens van geluk. Nomadland is in deze zin qua boodschap vergelijkbaar met bijvoorbeeld Into the Wild (2007), waarin Chris McCandless de samenleving verruilt voor de natuur, en onzekerheid accepteert als voorwaarde voor een intens en oprecht leven. Als filmkijker hoef je het comfort van je bank gelukkig niet in te ruilen voor een roestig busje of een versleten kampeertent. Wij leren al kijkende van films zoals Nomadland: dans met het leven en geniet intens, en geef de mooie en goede dingen door. Wees zelf de rots waar anderen op kunnen bouwen.

16 Shares:
You May Also Like