Hayo werd in 1950 geboren in Drachten, maar woont en werkt sinds 2011 in Edam. Door zijn vele exposities, opleidingen en betrekkingen als kunstenaar door de jaren heen heeft Hayo ontzettend veel ervaring opgedaan (en meerdere prijzen gewonnen), die hem een onuitputtelijke bron van kennis maken op het gebied van kunst in de praktijk en in de scholen, en in expositieruimtes en musea. 

Hayo, dank dat je mee wilt doen aan onze interviewreeks met enClave. Om te beginnen ben ik heel benieuwd hoe je ooit bent begonnen met kunst. Wat was het eerste moment waarop je dacht “hier wil ik de rest van mijn leven wat mee doen”? 

Ik heb mijn hele leven al getekend en geschilderd. Al vanaf de lagere school. Mijn herinneringen hierover gaan terug tot mijn zesde, zevende jaar. Maar vooral vanaf de tijd dat ik 9, 10 jaar was is het voor mij erg belangrijk geworden. Het was dan ook alleen maar logisch dat ik naar de kunstacademie zou gaan, en op de universiteit kunstgeschiedenis ging studeren.

Met schilderen ben je uit op “de vrije val, het loslaten, het meedrijven op de flow, op je intuïtie, het je laten verleiden door de zinnelijkheid van het materiaal, het je overgeven aan het onbewaakte ogenblik. Kortom: vrijheid.” Bij welk van jouw werken heb je dit gevoel het best weten te vangen? Oftewel: welk werk is het meest representatief van deze filosofie?

Dit is heel goed te zien in twee schilderijen: ‘Icarus’ en ‘La danse’. Ze zijn allebei heel groot: 2 x 7,5 meter, en 1,5 x 3 meter. Niet voor niks zijn ze heel geschikt als voorbeeld: juist het feit dat ze zo groot zijn geeft veel ruimte voor – wat je noemt – het vrije handschrift. Je hebt letterlijk de ruimte.

La Danse (hommage aan Matisse)

Je beschrijft jouw doel als “zintuiglijkheid met zin, met existentiële betekenis”, op welke manier geef jij dit doel weer in jouw kunst?

‘Zintuiglijkheid’ betekent dat dingen als kleur en materiaal (en het gevoel daarvoor) heel belangrijk zijn. Met andere woorden: dingen die je kunt zien, en waar je plezier in kunt scheppen. Maar ook vind ik dat het geen vrijblijvend vorm- en kleurspelletje moet worden. Het moet ‘zin’ hebben. Daarmee bedoel ik dat het een ‘rol van betekenis’ moet spelen in je bestaan (‘existentie’). Ik wil dus ook diepgang geven aan mijn werk.

Door de jaren heen is je werk al abstracter gaan lijken, wat is hier de verklaring voor?

Abstractie maakt het mogelijk om op een vrijere manier om te springen met je (figuratieve) motieven. Vandaar dat het steeds overheersende is geworden.

Wie (of wat) is je grootste inspiratiebron?

In mijn academietijd was de pop-art voor mij waarschijnlijk wel de belangrijkste inspiratiebron. En dan vooral de Engelse tak van de pop-art. Veel mensen denken dat pop-art een Amerikaanse uitvinding is, maar dat is niet zo. Hij is in Engeland, in Londen, ontstaan. Daarbinnen is vooral Peter Blake voor mij erg belangrijk geweest. Verder Matisse (Frankrijk), en Jim Dine (Amerika).

Er wordt vaak gezegd dat het lastig is om uit te blinken in de kunstwereld, hoe zie jij dit? En welk proces ben jij doorlopen om een naam voor jezelf op te bouwen?

Lastig is dat kunst in onze samenleving de laatste tientallen jaren steeds meer in de greep van de commercie is gekomen. Dat gaat ten koste van de ‘oprechtheid’. Verkoopbaarheid is dan belangrijker dan kwaliteit. De grote aantallen die in het kunstwereldje staan te dringen om op te vallen maken het er niet gemakkelijker op. Vandaar dat steeds vaker marketing trucjes worden toegepast. Lang niet alle kunstenaars hebben daar zin in, of kunnen dat. Wat je óók kunst doen (en dat heb ik veel gedaan) is je organiseren, en mee te doen met allerlei groepjes en kunstinstellingen. Daardoor lukt het beter om tentoon te stellen (en dus gezien te worden). En dat is ten slotte waar het om gaat.

Vaak wordt er neergekeken op studies zoals kunstgeschiedenis, wat zou jij tegen deze mensen zeggen? En wat heeft de studie kunstgeschiedenis jou met name gebracht?

Dat ‘neerkijken op’ komt voort uit onwetendheid. Kunst is één van de belangrijkste sectoren van de samenleving. En pas op: het heeft een geweldige economische uitstraling (spin off heet dat). Daarnaast is het – voor bedrijven – van belang voor een goed vestigingsbeleid. Ik heb trouwens ook kunstpsychologie, kunstsociologie en kunstfilosofie gestudeerd. Voor mij persoonlijk is dat in feite belangrijker geweest dan kunstgeschiedenis op zichzelf.

Maar in het algemeen geldt dat als je iets interessant vindt je daar zoveel mogelijk van wilt weten. Vergelijk het met verliefdheid: ook dan wil je zoveel mogelijk weten over degene om wie het gaat.

Het vak kunst dreigt te verdwijnen van het Don Bosco College in Volendam, denk je dat er een manier is om de jeugd meer te engageren op het gebied van de kunst?

Dit is het toppunt van kortzichtigheid. Als je flexibiliteit wilt ontwikkelen bij je leerlingen (en dat wordt steeds belangrijker) dan levert ‘kunst’ de goede mentaliteit. Begin vooral hiermee! Je raakt erin getraind zoveel mogelijk verschillende oplossingen te bedenken voor een bepaald probleem. Ik wil het daar wel eens over hebben!

Welke tip wil je meegeven aan beginnende kunstenaars?

Goed leren kijken is de kern. Dat kun je dan overal toepassen. Je slaagt erin om in de werkelijkheid om je heen alle mogelijke verschillen en nuances te ontdekken. Het helpt enorm als je daarvoor simpelweg tekent: met de hand (en met een puntig potlood) vorm volgen en dingen weergeven. Dit is de eerste stap. De rest volgt.

Gezicht op Colioure – olie paneel – 14 bij 25 cm – 2020

3 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Kleifilosofie

Gastschrijfster en kunstenares Catharina Kemper schrijft over keramiek en klei, trial en error, en de kleifilosofie die zij opdeed na haar kunststudie.