“If you are lucky enough to have lived in Paris as a young man, then wherever you go for the rest of your life, it stays with you, for Paris is a moveable feast.” — Ernest Hemingway tegen A. E. Hotchner

Parijs voelt deze maanden onmogelijk ver weg nu we ons opnieuw in een lockdown begeven. Zelfs al zouden we de reis wagen, per auto, trein of vliegtuig, dan nog zou er in de Franse hoofdstad weinig leuks te doen zijn momenteel. Net als Amsterdam wordt Parijs gevormd door haar restaurants en het leven op straat, maar ook de sigarenrokende boekenverkopers aan de Seine, haar modebewuste flaneurs en charmante café’s. Maar helaas, de hele wereld staat momenteel even op pauze. Toch kunnen we Parijs op een andere manier ervaren, namelijk door middel van de literatuur, en met name de literatuur van Ernest Hemingway, de Amerikaanse auteur en nobelprijswinnaar, die in Parijs woonde in de jaren ’20 van de vorige eeuw.

A Moveable Feast (1964) biedt ons een tijdmachine naar een andere plaats en tijd. Dit autobiografische, postuum verschenen boek is Hemingways liefdesbrief aan de stad en haar bruisende bewoners. Opvallend aan A Moveable Feast is het acute observatievermogen van de auteur. Hemingway is in staat om dat wat anorganisch aandoet leven in te blazen: de bestelling van een demi blonde in een klein café gaat het hele universum aan, en een intiem gesprek tussen twee geliefden belichaamt de uniekheid van ieder ogenblik in een alsmaar doordenderende tijd. Zodoende bouwt Hemingway zijn eigen versie van Parijs, één waar wij als lezer van kunnen leren dat we oplettender kunnen zijn, en in staat zijn constant schoonheid te scheppen in de kleine dingen. Mijn doel met dit essay is drieledig, allereerst wil ik diegenen die onbekend zijn met Hemingway en zijn fictie introduceren aan de auteur, zijn leven en zijn werk; ten tweede zal ik pogen het Parijs van Hemingway een beetje tot leven te wekken, door te vertellen waar en hoe hij schreef, waar hij woonde en zijn wijn dronk, en hoe uiteindelijk Parijs niet alleen Hemingway vormde, maar Hemingway ook Parijs blijvend heeft veranderd. Ten derde zal ik beargumenteren waarom Hemingways literatuur juist nu relevant is, en ons kan helpen om het optimale uit ons menszijn te halen.

De Eerste Wereldoorlog en een Verloren Generatie

Wil je een goede cinematografische introductie aan het Parijs van de jaren ’20, kijk dan Woody Allens Midnight in Paris (2011). Gil Pender, gespeeld door Owen Wilson, komt op wonderlijke wijze terecht in de ‘roaring twenties’waar hij vervolgens zijn helden ontmoet: Pablo Picasso, James Joyce, Salvador Dalí, Gertrude Stein, F. Scott Fitzgerald en vele andere kunstenaars, waaronder Ernest Hemingway. De film zet een romantisch beeld neer van hoe het leven moet zijn geweest in Parijs in een tijd waarin zulke culturele giganten elkaar constant zagen en spraken: dit was de generatie die een heel nieuwe kunststroming zou gaan bepalen, en ze bevonden zich allemaal in dezelfde stad. We zien dat er veel wordt gedronken en gedanst, veel gefilosofeerd en gedicht, en het Parijse nachtleven blijkt de perfecte uitlaatklep voor vele jonge kunstenaars.

Toch was de werkelijkheid anders. Deze generatie smachtte naar betekenis in een betekenisloze wereld. Stein zou Hemingway en zijn lotgenoten bestempelen als een “lost generation”, die na de Eerste Wereldoorlog zoekende was naar idealen en een nieuwe manier van leven die de wreedheden van de oorlog erkende, en tegelijkertijd persoonlijk geluk probeerde veilig te stellen zonder voorbij te gaan aan de peilloze betekenisloosheid van ons bestaan. Inderdaad, hoe kan iemand nog schaamteloos de schoonheid van het leven bezingen nadat bij de Slag aan de Somme meer dan een miljoen slachtoffers waren gevallen (waarvan 19.240 alleen al in de eerste vierentwintig uur)? Loopgraven, modder en de mechaniek van oorlogsvoering kenmerkten de Eerste Wereldoorlog: “in place of fire there was mud; in place of heroes there were faceless masses of men butchering each other with little or none of the personal tests celebrated in epics reaching back to the origins of language itself. There were no identifiable gestures of nobility in this war,” (8) zoals Stanley Cooperman schrijft in World War I and the American Novel. De 18-jarige Hemingway had de horror van deze manier van oorlogsvoering met eigen ogen gezien, toen hij zich als vrijwilliger had opgegeven als ambulancechauffeur voor het Rode Kruis. Het noodlot sloeg toe in 1918, aan het Italiaanse front nabij Fossalta di Piave, toen er naast Hemingway een mortier tot ontploffing kwam, welke zijn been verbrijzelde. Wonderlijk genoeg wist hij nog een Italiaanse soldaat in veiligheid te brengen, waarna hij flauwviel. Voor zijn heldhaftige daad ontving Hemingway de Italiaanse medal of valor. Over zijn ervaringen in Italië in de Eerste Wereldoorlog schreef hij later zijn roman A Farewell to Arms (1929).

Hemingway had dus al roem vergaard voor hij een voet in Parijs had gezet, en ruim voordat hij zijn eerste literaire werk publiceerde. Interessant in dit opzicht is het essay van John Peale Bishop, getiteld “The Missing All” (zijn versie van Steins lost generation), over zijn eerste ontmoeting met Hemingway, vergezeld door Ezra Pound:

“In the summer of 1922, in Paris, Ezra Pound told me about a young newspaper correspondent who had written some stories. Pound had not then renounced discovery; he had a restless passion for literature which led him to seek it out wherever it might be. And presently he took me to the rue Cardinal Lemoine, where I followed him up five flights of narrow winding stairs. At the top, answering the poet’s knock against a door under the roof, came a stalwart, smiling, good-looking young man. It was he, Pound said, who had written the stories. His name was Ernest Hemingway. As he led us into his apartment, I saw that he limped badly. We did not stay long. On the way back across the Left Bank, Pound told me that the limping young man had been with the Italians during the war and, when his trench was blown up, wounded and, covered by falling dirt, left four days for dead.”

In andere woorden, Hemingway was op zijn drieëntwintigste al een figuur waar mensen met bewondering over sprakenHij was geboren in Oak Park, Illinois, in 1899, en begon zijn loopbaan als jonge reporter voor de Kansas City Star, vervolgens reisde hij af naar Italië om deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog, en zodoende bezocht hij voor het eerst Europa. Bij terugkomst werd Ernest onthaald als een held, hij trouwde met Hadley Richardson in 1921, en kort na hun huwelijk stapte het kersverse paar op de boot richting Europa. Dit trouwens op aandringen van de Amerikaanse auteur Sherwood Anderson, die voor een korte tijd als Hemingways mentor fungeerde. Anderson had speciaal voor Hemingway aanbevelingsbrieven geschreven gericht aan Ezra Pound, Gertrude Stein en Sylvia Beach (de eigenaar van de boekenwinkel Shakespeare & Co.); alledrie hadden zij al naam gemaakt in zowel Parijs als de rest van de Westerse literaire wereld. Op een koude decemberdag in 1921 stapten de Hemingways uit op Gare de Lyon, en bevonden ze zich eindelijk in de Franse hoofdstad.

Hadley Richardson en Ernest Hemingway

Een Jonge Kunstenaar in Parijs

Waarom Parijs? Allereerst was de reden voor Hemingways verhuizing literair en kunstzinnig. Gedesillusioneerd door het materialisme en kapitalisme dat het na-oorlogse Amerika kenmerkte werd Frankrijk, en voornamelijk Parijs, het centrum van de vrijdenkende, kunstminnende intellectueel. Sherwood Anderson verzekerde Hemingway: Parijs was dé plek waar een talentvolle, jonge schrijver zoals hij het kon maken. Een tweede, minstens net zo belangrijke reden voor Hemingways verhuizing was financieel, want de dollar deed het extreem goed ten opzichte van de franc in 1922: 1 Amerikaanse dollar was 12,5 franc waard (en in 1925 zelfs het dubbele). Zoals Hemingway schreef voor the Toronto Star Weekly in 1922“Paris in the winter is rainy, cold, beautiful and cheap. It is also noisy, jostling, crowded and cheap. It is anything you want—and cheap.” Hemingway was dan ook niet de enige expatriate in Parijs in die tijd, op het hoogtepunt woonden er rond de 40,000 Amerikanen in de stad. Als gevolg hiervan was het niet noodzakelijk dat een Amerikaan de Franse taal beheerste: er waren Amerikaanse klerenmakers en begrafenisondernemers, er was Engelstalig theater, maar ook Amerikaanse literaire tijdschriften en onafhankelijke drukkerijen gerund door Amerikaanse immigranten. Alles bij elkaar genomen was Parijs dus geen slechte plek voor een arme, jonge kunstenaar uit de Verenigde Staten met een drang naar avontuur.

74 Rue du Cardinal Lemoine was het eerste vaste adres van Ernest en Hadley Hemingway, op de linkeroever van de Seine (toevallig dezelfde straat als waar James Joyce ook had gewoond). Dit was het begin van een groots avontuur, en niets stond de twee in de weg: niet het koude, natte winterweer of de naoorlogse bedrukte sfeer in de stad, noch de ruwe buurt of hun kleine budget. Sterker nog, deze tegenspoed zou Hemingway bijna 40 jaar later inspireren om zijn jonge gloriedagen te herleven en op te tekenen in A Moveable Feast; met terugwerkende kracht blijken onze beproevingen juist de momenten waarop het meest intens werd geleefd. Hemingway schrijft in zijn memoires het volgende over zijn buurt op de heuvel achter de Place de la Contrescarpe:

“Then there was the bad weather. It would come in one day when the fall was over. We would have to shut the windows in the night against the rain and the cold wind would strip the leaves from the trees in the Place Contrescarpe. The leaves lay sodden in the rain and the wind drove the rain against the big green autobus at the terminal and the Café des Amateurs was crowded and the windows misted over from the heat and the smoke inside. It was a sad, evilly run café where the drunkards of the quarter crowded together and I kept away from it because of the smell of dirty bodies and the sour smell of drunkenness.” (15)

Dit is de opening van A Moveable Feast, en onmiddellijk bevinden we ons Hemingways Parijs, waar kasseien glimmen in de regen, volgeladen paardenwagens langs kletteren, de Parijzenaren samen de regen trotseren en over platgetrapte herfstbladeren wandelen. Groezelige café’s met vuile, dronken gasten zijn eerder regel dan uitzondering. Elders vertelt Hemingway hoe Hadley en hij zo arm waren dat hij soms in Parc du Luxembourg stiekem duiven ving om deze vervolgens thuis te roosteren. De twee maakten van een lastige situatie het beste. Ze maakten zich niet druk om het feit dat ze iedere dag vijf trappen op moesten bij 74 Rue du Cardinal Lemoine, of dat ze geen warm water, noch een wc in hun kamer hadden, maar een piepklein toilet in het trappenhuis.

Wanneer hij klaar was met schrijven voor de dag wandelde Hemingway langs de Seine en langs de bouquinistes, de verkopers van antieke en klassieke printwerken (tegen absolute bodemprijzen). Verder gingen Hemingway en Hadley vaak samen ’s avonds uit eten in de stad, of bezochten ze hun vrienden, zoals bijvoorbeeld F. Scott Fitzgerald, de schrijver van The Great Gatsby (1925). Fitzgerald was al beroemd in die tijd, en hij introduceerde Hemingway aan Maxwell Perkins van de Amerikaanse uitgeverij Scribner’s, die voor de rest van zijn leven Hemingways vriend en editor zou zijn. De avonden in Parijs waren gevuld met eten, dansen en drinken; op sommige avonden konden Ernest en Hadley niet slapen van de bal-musette die tot vroeg in de ochtend werd gespeeld in de danszaal onder hun appartement.

[…]

Benieuwd naar de rest van het artikel? Koop dan nu enClave Cultureel Opinieblad bij Boekwinkel ‘t Pakhuys, Jan Cas Sombroek, of Primera Volendam!

8 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Het Boorgat

Ik blies even door het gaatje. Nu kon ik zien wat er aan de andere kant gebeurde.
Lees verhaal

Strips van Straks

Een introductie en voorproefje van Frank Bonds stuk "Strips van Straks". Dit stuk is in zijn geheel te lezen in cultureel opinieblad enClave (mei 2021) en vanaf nu te koop bij de boekhandel.
Lees verhaal

Voorwoord

(Uit het nieuwe magazine en-Clave, nu te koop bij Jan Cas Sombroek, Primera Volendam en Boekwinkel ‘t Pakhuys…