Voorlopige analyse inclusief openstaande vragen 

1. Inleiding 

‘Kruitdampen’ en hakenkruizen 
Nu de eerste kruitdampen van de ‘discussie’ omtrent de Volendammer Kermis 2022 lijken te zijn opgetrokken, de hakenkruizen uit de ramen van een van de ondernemingen zijn gewassen, en de huidige wethouder binnenkort tijdens een openbare raadsvergadering vragen zal moeten beantwoorden omtrent de ingrijpende beleidskeuze die haar voorganger en de huidige burgemeester rondom kermis 2022 hebben gemaakt, wordt het tijd voor een voorlopige analyse. In het bijzonder focus ik daarbij op de weigering op voorhand een vergunning voor de beun af te geven (hoewel in het dorp het gerucht gonsde dat als betreffende horecaondernemers de vergunning wel hadden aangevraagd zij die ook hadden gekregen), bezien in samenhang met de vergunningverlening aan kermisfestival Uis Faist (cap. 5.000 mensen). Misschien kan ik met deze voorlopige analyse inclusief openstaande vragen het aanstaande debat in de gemeenteraad alvast wat op weg helpen.
 
De volgende vragen bleven voor mij leidend: Is er in dit dossier iets misgegaan, en zo ja wat? Zijn wij bij een eventueel bevestigend antwoord vervolgens in staat om een mogelijk gerezen probleem dan wel kwestie op een democratische manier op te lossen? In hoeverre is dit inderdaad nog Ons Feest? 

Verantwoording werkwijze 
Zowel het bestuur van Uis Faist als de burgemeester & wethouder heb ik in deze kwestie om een face-to-face interview verzocht. Ik heb twee bestuurders van Uis Faist apart van elkaar ruim een uur lang via de telefoon gesproken. De eerste bestuurder was aanvankelijk bereid tot een persoonlijk gesprek waar ook zijn administrateur/adviseur bij zou zijn. Twee dagen later bleek dat binnen de door mij gestelde termijn (binnen vier dagen) toch niet mogelijk. De burgemeester en wethouder gaven geen interviews, omdat ze tot ergens in november willen wachten op de uitkomst van een onderzoek waar ze zelf de opdracht voor hebben gegeven. Mijn vragen konden echter alleen worden beantwoord door de burgemeester, de wethouder en de ondernemers zelf. De burgemeester en wethouder beantwoorden blijkbaar liever de vragen van een zelf ingehuurd bureau. Volgens de vertegenwoordiger van het bestuurssecretariaat zou ik hun weigering om een interview te geven vast wel begrijpen. Zeker wel. Zo’n extern onderzoek betekent twee maanden extra tijd voor de beantwoording van de inmiddels op tafel liggende vragen, en tegelijkertijd kunnen de horloges weer even worden gelijkgezet. Erg democratisch lijkt dat allemaal niet.

Ik hoop dat het door het gemeentebestuur gekozen externe bureau een gedegen, onafhankelijk onderzoek doet onder betrokken partijen, gedupeerden, én een statistisch relevant aantal belanghebbenden, en daar ongefilterd verslag van zal doen. De onafhankelijkheid van dit externe onderzoek blijft mij echter grote zorgen baren.

Uiteraard heb ik het bestuur van Uis Faist en dat van de gemeente een voorlopige versie laten lezen. Zo konden zij minimaal de feiten checken. Daarbij bood ik aan om inhoudelijke antwoorden op mijn vragen of andere serieuze reacties op te nemen in de uiteindelijke tekst. Er werd door één van de twee bestuurder(s) van Uis Faist op gereageerd. Zijn opmerkingen zijn meegenomen bij het opstellen van de uiteindelijke tekst. De burgemeester en wethouder hebben niet inhoudelijk gereageerd. Daarom spreek ik noodgedwongen van (voorlopige) feiten en van een voorlopige analyse. Paragraaf 6 en 7 bevatten met de voorlopige conclusies en aanbevelingen de kern van dit artikel. 

2. Gaat de huidige wethouder door op de ingeslagen weg? 
 
Wordt er boven onze hoofden over ons feest besloten? 
De snelle post van de gemeente Edam-Volendam d.d. 6 september (dinsdag na kermis) https://www.edam-volendam.nl/geslaagde-kermis-voor-velen-maar-aandachtspunten-voor-toekomst besluit als volgt: ‘Ondanks dat heel veel mensen tevreden zijn over de afgelopen dagen zijn er ook andere geluiden. Het college wil hiervoor niet de ogen sluiten en gaat op zoek naar een manier om inwoners ideeën te laten aanleveren voor volgend jaar. De komende tijd gaat de gemeente eerst met alle betrokken partijen evalueren (onderstreping, MT).’ Wie zijn ‘alle betrokken partijen’? De stichting Uis Faist, de gemeente (wethouder én burgemeester?) en de mogelijk door deze vergunningverlening benadeelde horeca-ondernemers (inclusief Slobbelandtent)? Inwoners zijn volgens de gemeente geen betrokken partijen, maar belanghebbenden zijn wij zeker wél. Wordt er door de burgemeester, de wethouder en de bestuurders van Uis Faist boven onze hoofden over ons feest besloten? 

Een debat op het scherp van de politieke snede? 
Lijst Kras kondigde 7 september jl. https://www.groot-waterland.nl/2022/09/07/kermis-traditie-om-zeep-geholpen/comment-page-1/ aan vragen te gaan stellen aan de wethouder (VD’80) inzake het beleid van haar voorganger (VVD). De achttien vragen volgden op 17 september jl. op grootwaterland.nl. https://www.groot-waterland.nl/2022/09/17/vervolg-evaluatie-kermis-2/ In haar post van 7 september had Lijst Kras reeds geconcludeerd dat de ondernemers achter Uis Faist niets viel te verwijten. Een typisch Volendamse reflex? Kom niet aan onze heilige koe? Lijst Kras focust volledig op oneerlijke concurrentie en haar beschuldigende vinger gaat uitsluitend richting ons gemeentebestuur. Achter elk van de achttien vragen schuilt het belang van ‘de gedupeerde ondernemer’ waarbij het risico bestaat dat het hier gaat om de Slobbelandtent plus één andere onderneming. Hoeveel horecaondernemers hebben bij Lijst Kras aangegeven dat zij te maken hadden met een omzetderving van 30% of meer?

Nog los van de oneerlijke concurrentie vind ik de wijze waarop is besloten om de ziel uit onze kermis te halen ondemocratisch, en bovendien in lijn liggen met eerdere besluitvorming (zie verder paragraaf 5). Hoe denkt los van de betrokken en gedupeerde ondernemers de rest van de Volendammers (99%) over de toekomst van onze kermis? Willen zij verder met Uis Faist met deze grootte op deze plek? Dit neemt niet weg dat ook ik nieuwgierig ben naar de antwoorden van de wethouder op de door Lijst Kras gestelde vragen. Staat ons een debat op het scherp van de politieke snede te wachten? Vormt dit de vuurdoop voor onze kersverse wethouder?  

VD’80-wethouder: vormt onze kermis te beschermen cultuurgoed? 
Maakt het voor de toekomst van onze kermis een inhoudelijk verschil dat de huidige wethouder lid is van VD’80, de partij die zegt op te komen voor de traditionele Volendamse cultuur? Onze altijd al relatief grote kermis – wij Volendammers weten immers hoe je feest viert, én hoe je daar vervolgens een verdienmodel op loslaat! – vormt daar een belangrijk onderdeel van. De belangrijke vraag die de wethouder spoedig (in ieder geval voor zichzelf) zal moet beantwoorden, is in hoeverre zij in deze casus het beleid van haar voorganger wil voortzetten en de tent wat haar betreft met dezelfde omvang op deze afgelegen plek blijft staan. Gaat de wethouder een soortgelijke vergunning aan Uis Faist geven, bijvoorbeeld omdat het anders op zo’n afgelegen plek commercieel niet aantrekkelijk genoeg is? Zal het haar lukken om de beantwoording van deze vragen nog even voor zich uit te schuiven totdat de uitkomsten van de externe evaluatie binnen zijn?  

3. Wie kwam met het voorstel voor een tent van deze omvang? 
 
Kermis 2019: onveilige situatie beun en dijk? 
Bij wie kwam het oorspronkelijke idee of voorstel voor een tent van deze enorme omvang vandaan? Wie is de idee eigenaar? De stichting Uis Faist of de burgemeester (zie paragraaf 6)? Eerst wat (voorlopige) feiten die alleen kunnen worden bevestigd door de burgemeester en wethouder en de bestuurders van Uis Faist. Er is geen vergunning voor de beun aangevraagd omdat vanuit de gemeente het signaal werd afgegeven dat de vergunning sowieso niet zou worden verstrekt. De situatie zou tijdens de laatste kermis (2019) onveilig zijn geweest. Na afloop van de kermis bleek de beun (ca. 1.250 personen) een flink stuk verschoven. Het was de drukte in zijn algemeenheid (max. 2.500 personen op straat en beun) die zorgde dat er sprake was van een onveilige situatie, aldus één van de ondernemers die ik ruim een uur telefonisch heb gesproken. Dezelfde bestuurder/ondernemer gaf verder aan dat het voordeel van een tent is dat eenvoudig en effectief op corona kan worden getest. Omdat zowel de tent als de kermis vorig jaar vanwege corona niet doorgingen, lijkt de keuze – de tent of geen kermis – echter nooit aan de orde te zijn geweest. Corona lijkt dus geen beslissende factor te zijn geweest. In die zin kan de doelomschrijving van de stichting (zie verder paragraaf 4) dus ook niet worden begrepen. 

Uis Faist (5.000) -/- Dijk & Beun (2.500) = overmaat (2.500)  
Aannemelijker is dat deze tent in plaats van de gevaarlijk drukte op straat en beun (totale capaciteit ca. 2.500 mensen) is gekomen. Maar waarom dan een tent waar 5.000 mensen in kunnen? Een overmaat van 2.500! Een kleinere tent had de drukte op de dijk toch ook binnen de gewenste veiligheidsnormen kunnen brengen? Of had een kleinere tent op die afgelegen plek (een mogelijke wens van de burgemeester?) te weinig commercieel potentieel? Ik twijfel sterk aan de onafhankelijkheid van de externe evaluatie in opdracht van het gemeentebestuur. Kunnen wij op dit punt desgewenst een second opinion krijgen? Verder vind ik dat ook de burgemeester zich moet verantwoorden in de gemeenteraad zodat niet alleen door haar zelfgekozen externe onderzoekers zonder juridische macht haar vragen kunnen stellen. https://www.en-clave.nl/de-politiek-achter-het-kunst-cultuurbeleid-binnen-de-kom-volendam-deel-iii/
 
Valt de ondernemers achter Uis Faist inderdaad niets te verwijten? 
Terug naar de opvatting van Lijst Kras. Valt de oprichters van deze stichting (annex leveranciers/ondernemers) inderdaad niets te verwijten? Hebben deze Volendamse ondernemers zich bijvoorbeeld serieus de vraag gesteld of deze beslissing – om ons volksfeest ingrijpend van karakter te veranderen – wel aan hen was? Zelfs wanneer onze burgemeester dit per se zo wilde, zijn zij toch akkoord gegaan met deze tentgrootte (5.000 (!) bezoekers) op een afgelegen plek een kwartier lopen van het centrum? Anders dan mogelijk de burgemeester (zie paragraaf 6) wisten deze ondernemers heel goed wat een uitverkocht huis voor de Volendammer kermis op de dijk zou betekenen. Vonden zij dat zij – in de wetenschap dat zij daar zelf een groot financieel belang bij hadden – vanuit ethisch oogpunt gerechtigd waren om een beslissing te nemen die mogelijk dat gevolg zou hebben?  

Een van haar ziel beroofde feestkermis? 
Het uiteindelijke resultaat: géén beun, en de vijf centrale horecabedrijven aan de dijk van drie van de bestuurders/ondernemers op maandagmiddag om vier uur dicht. De gasten waren w-o-e-d-e-n-d toen de emmers sop tevoorschijn kwamen en hen de deur gewezen werd. Hoe goed is deze toch ingrijpende maatregel gecommuniceerd richting ons als inwoners?
 
Volgens velen bood de dijk tijdens deze kermis regelmatig een trieste, soms bijna verlaten aanblik. In plaats van dat de feestkermis daar werd gevierd, gebeurde dat op een kwartier lopen op een afgelegen parkeerplaats in een tent waar de gehele bevolking van Edam in paste. De algemeen heersende opvatting lijkt te zijn dat het feest goed was georganiseerd, maar dat het een festival was, en géén kermis. Jongvolwassen Volendammers bezoeken in het zomerseizoen wel drie festivals. Hoe uniek is onze kermis dan nog? 

Te rigoreus in Volendammer kermis ingrijpende burgemeester? 
Vanaf de andere kant is de centrale vraag in hoeverre de burgemeester met als argument veiligheid zonder de bevolking of de gemeenteraad te raadplegen, in casu te rigoureus heeft ingegrepen in een plaatselijk bijna heilige traditie. Met de intocht van FC Volendam (april 2021) deed zij dat al eerder. Werd er door regelgeving vanuit het Rijk, de provincie of de veiligheidsregio druk op haar uitgeoefend? Indien zij vanwege haar achtergrond als brandweercommandant de neiging heeft om als een hamer in alles een spijker (onveiligheid) te zien, hoop ik dat zij zich daarvan bewust is. Is een zo leeg mogelijke dijk en de feest & draaikermis geheel gescheiden haar uiteindelijke doel? De Nieuwjaarsramp of een corona-uitbraak zullen voor onze burgemeester de grote schrikbeelden zijn, en terecht natuurlijk, maar wie beoordeelt in hoeverre haar besluitvorming in dit geval nog ‘proportioneel’ was? Haar besluitvorming dan wel bestuursstijl lijkt hier eerder autoritair dan democratisch.
 
Ik vind dat de burgemeester tijdens dezelfde openbare raadsvergadering / raadsplein waar de wethouder vragen beantwoordt haar voorzittershamer even uit handen zou moeten geven, om een voor alle inwoners begrijpelijke toelichting te kunnen geven op haar besluitvorming inzake de vergunningverlening aan beun (niet) en tent (wel). Ook moet er vanuit de gemeenteraad de mogelijkheid zijn om haar vragen te stellen. En niet pas over twee maanden. Terug naar stichting Uis Faist. 

4. Wat is het doel van stichting Uis Faist, en hoe bereikt zij dat?
 
Doelomschrijving stichting Uis Faist 
Uit haar doelomschrijving (art. 2, lid 1): ‘De stichting heeft als doel het ondersteunen van de ondernemers die schade hebben ondervonden van beperkende maatregelen van de overheid wegens de Covid 19 pandemie en alles wat daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn’. Welke ondernemers worden hier bedoeld? Alle Volendamse horeca-bedrijven en/of professionele muzikanten (inclusief de bestuurders van de stichting)? De vaste kermisexploitanten ook? Kunnen zij allen een beroep op de stichting doen? Zijn er naast deze vijf bestuurders ook nog andere ondernemers uitgenodigd om deel te nemen aan de besluitvorming? Ik neem aan dat de stichting gedupeerde Volendamse ondernemers wil helpen door diensten of producten van hen af te nemen. Welke diensten of producten neemt de stichting af van door Covid 19 getroffen horeca-instellingen in het centrum van Volendam? In paragraaf 3 gaf ik daarbij al aan dat de keuze – deze tent of geen kermis – nooit aan de orde is geweest. In die zin kan de doelomschrijving van de stichting (zie paragraaf 4) dus niet worden uitgelegd.

Hoe bestemt de stichting in lijn met haar doelomschrijving de door haar gerealiseerde winst? Gaat zij uitkeringen uit die winst doen? De tweede zin artikel 2 lid 1 verbiedt in ieder geval dat er uitkeringen (uit het batige saldo van de stichting) worden gedaan aan bestuurders. Verder zeggen de statuten alleen iets over uitkering bij de ontbinding van de stichting (artikel 12 lid 2). Maar wat gebeurt er dan met de winst? De statuten zwijgen. Verwacht de stichting geen winst? Volgens artikel 3 lid 5 kan een bestuurder wel een beloning ontvangen. Daarnaast kunnen bestuurders zoals gezegd leveranciers van de stichting zijn. Dat laatste lijkt mij hier ook het geval want volgens een recent uittreksel uit het Handelsregister is er maar één persoon werkzaam bij de stichting. De vijf bestuurders zijn dus waarschijnlijk alle vijf ook leverancier van de stichting of zijn dat via een gezamenlijke BV. Persoonlijk vind ik dat deze structuur en de daaruit voortkomende relaties en overeenkomsten geen schoonheidsprijs verdient. Het roept te veel vragen op. Zijn deze vragen tijdens de vergunningverlening niet gesteld? Zo nee, waarom niet?

Artikel 4 lid 7 van de statuten, dat over tegenstrijdig belang gaat, tracht onder meer te voorkomen dat bestuurders als leveranciers via te hoge prijzen (of arbeid tegen een te hoge beloning) verkapte uitkeringen aan zichzelf doen. Wie bepaalt hoeveel ‘overwinst’ de ondernemers in de stichting laten zitten? Zo eenvoudig lijkt mij een juiste prijsbepaling in deze heel specifieke situatie nog niet. Op basis van artikel 8, lid 3 van de statuten kan het bestuur besluiten om een accountantscontrole als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek te laten uitvoeren. Dat lijkt mij i.c. de juiste beslissing. Misschien is dat vanwege de aan een accountantscontrole verbonden kosten bij een grote omzet altijd al de bedoeling geweest.  

Stichting Uis Faist: weinig transparant 
Tenslotte blijf ik mij afvragen in hoeverre de huidige opzet niet op gespannen voet staat met de doelomschrijving van Uis Faist, indien de overige door Covid 19 getroffen Volendamse horecaondernemers juist worden gedupeerd door Uis Faist? Het grootste gedeelte van haar 5.000 dagelijkse gasten gaan immers nooit richting centrum, haven of dijk. Kunnen alle door Covid 19 getroffen ondernemers een beroep doen op de stichting en zich daar melden? Hoe wordt er een keuze gemaakt tussen deze ondernemers?
 
De conclusie van deze paragraaf is dat het doel van stichting Uis Faist en de wijze waarop dat wordt bereikt veel vragen oproept en dus weinig transparant is. Dit valt de oprichters van deze stichting (annex leveranciers/ondernemers) in mijn ogen wel degelijk te verwijten. Uit dit dossier begint langzaam maar zeker een Sywert-van-Lienden-geur op te stijgen. Ik hoop dat ik het mis heb.
 
5. Het bredere kader: stichting TOP en stichting Uis Faist 

Stichting TOP versus stichting Uis Faist: overeenkomsten en verschillen 
Eén reden om dit artikel te schrijven is dat de casus Uis Faist niet op zichzelf lijkt te staan. Aan het einde van mijn artikel naar aanleiding van Eens ging de zee hier tekeer https://www.en-clave.nl/eens-ging-de-zee-hier-tekeer/ sprak ik al mijn zorgen uit omtrent de mogelijke toekomstige invulling van de enthousiast aangekondigde samenwerking tussen de gemeente en de Stichting Toeristisch en Ondernemers Platform Edam-Volendam-Zeevang (hierna: TOP) Ik wees op het risico dat toekomstig toerismebeleid feitelijk wordt uitbesteed aan de binnen TOP dominante ondernemers, die uiteraard vooral of uitsluitend zijn gericht op hun private belang. In hoeverre hier vanuit de gemeente een neo-liberale agenda achter schuilt, vormt een belangrijke vraag. In dat geval kunnen wij immers meer van dit soort constructies verwachten.

Ik zie meerdere overeenkomsten tussen stichting TOP en stichting Uis Faist, al zijn er ook belangrijke verschillen. Een overeenkomst is dat door het gebruik van de stichting de achterliggende belangen van de ondernemers enigszins aan het zicht worden onttrokken. Een tweede overeenkomst lijkt te zijn dat de invulling van belangrijke onderdelen van onze cultuur wordt uitbesteed (Uis Faist) dan wel dat het risico daarop aanmerkelijk wordt vergroot (TOP). Daarbij is één van de bestuurders van Uis Faist naast initiatiefnemer van TOP lokaal ook nog eens politiek actief. Een belang van deze ondernemer lijkt bijvoorbeeld ook terug te komen in het programma van de lokale partij waar hij tijdens de laatste verkiezingen vrij hoog op de kieslijst stond. De wethouder die de vergunning verleende aan Uis Faist komt uit dezelfde partij. Zijn dit soort combinaties van (informatie)posities maatschappelijk gewenst? Controle hierop vormt m.i. een taak voor onze gemeenteraad. Kan onze gemeenteraad deze rol wel aan?
   
Een verschil tussen Uis Faist en TOP is dat het in de eerste geval gaat om veiligheid en openbare orde (burgemeester), en in het tweede geval om het mogelijk in de toekomst door de gemeentelijke overheid (wethouder) aan de private sector deels of feitelijk uitbesteden van een publieke taak (het opstellen en uitvoeren van een toerismebeleid). Een tweede verschil is dat er in de stichting Uis Faist winst uit onderneming terecht lijkt te komen, al blijft het de vraag of dat ook daadwerkelijk gaat gebeuren, in welke mate, en wat er met die winst gaat gebeuren. 

Waarom de stichting als rechtsvorm? 
Waarom is voor Uis Faist de stichting als rechtsvorm gekozen? Een stichting die een onderneming uitoefent zoals een kermisfestival (Uis Faist) is ook belastingplichtig. Is voor een stichting gekozen omdat het dan eenvoudiger is om vanuit een eventuele overwinst belastingvrij uitkeringen te doen aan door coronamaatregelen getroffen ondernemers? In de statuten staat daar niets over. Wordt er door de bestuurders (lees ondernemers) geen overwinst verwacht? Kunnen de ‘uiteindelijk belanghebbenden’ achter Uis Faist in een reactie aannemelijk maken dat de tussenkomst van een stichting niet overwegend is ingegeven om te maskeren dat hier primair een privaat belang werd nagestreefd? Wanneer de stichting als rechtsvorm een harde eis was van onze gemeente (burgemeester?) lijkt dat laatste eenvoudig.

Wanneer de stichting niet de keuze was van de burgemeester, is zij daar wel mee akkoord gegaan. Vindt er vanuit het gemeentebestuur wel een voldoende screening plaats van de rechtspersonen waarmee dit soort ingrijpende overeenkomsten worden aangegaan? Ook hier ligt een taak voor onze gemeenteraad. Is zij tegen deze taak opgewassen? 

6. Voorlopige conclusies en openstaande vragen
 
Draai- & feestkermis volledig gescheiden als uiteindelijk doel? 
Eerst terug naar mijn vraag uit de ondertitel: een wel uitbestede Volendammer kermis of een ‘ondemocratisch’ monsterverbond tussen veiligheid tegen elke prijs en winstmaximalisatie? Om te beginnen stel ik vast dat onze burgemeester weinig lijkt te begrijpen van de ziel van de Volendammer kermis, die volgens mij zijn oorsprong vindt in de bijzondere combinatie van draai- & feestkermis. Of begrijpt zij het juist heel goed? In ieder geval lijkt zij er alles aan te doen om deze twee sferen volledig van elkaar te scheiden.
 
Commercieel gevoel vormt een sterk punt van veel Volendamse ondernemers. Opportunisme is hier geen vies woord. Maar wanneer er geen rem zit op commercie https://www.kermis-in-volendam.nl/ heeft dat uiteindelijk altijd zijn prijs. Wat betreft de kermis lijkt dat punt nu te zijn bereikt. Het resultaat van jarenlang onbelemmerde capaciteit- en omzetgroei bracht onze burgemeester vorig jaar tot een ingrijpende keuze – vergunning voor Uis Faist met een capaciteit van 5.000 gasten op een afgelegen parkeergelegenheid (kwartier lopen van centrum) – waarmee zij de ziel uit onze kermis heeft gehaald. De wal keerde het schip. Op het altaar van de in het rooms-katholieke Volendam zowel heimelijk als openlijk, maar altijd vurig aanbeden Mammon is de ziel natuurlijk al wel uit meer dingen gehaald. ‘What else is new?’ Volendammers hebben veel begrip en zelfs bewondering voor mensen die de kans grijpen om wat dan ook te gelde te maken. Is er wat onze kermis betreft nog een weg terug? Of wordt ook dansen op de dijk uiteindelijk een vage herinnering? Wat wil onze burgermoeder?

Anders dan Lijst Kras concludeer ik dat deze ondernemers vanuit ethisch oogpunt wel degelijk iets valt te verwijten. Meerdere dingen. Allereerst was deze beslissing niet aan hen, en dat behoorden zij te weten. Ten tweede roept de doelomschrijving en de manier waarop de stichting haar doel wil bereiken te veel vragen op. Het lijkt mij daarom verstandig om een accountant in ieder geval te laten controleren in hoeverre deze toch onervaren bestuurders – besturen is een vak – zich houden aan hun statuten (met name art. 2 lid 1, tweede volzin en art. 3, lid 7). Die accountant moet maar vaststellen in hoeverre de gehanteerde onderlinge prijzen zakelijk zijn geweest.

Daarbij dienen de ondernemers en de burgemeester en wethouder alsnog uit te leggen waarom voor deze constructie, rechtsvorm en de daaruit voortvloeiende verhoudingen en overeenkomsten is gekozen. Kunnen beide partijen aannemelijk maken dat de stichting niet hoofdzakelijk als rechtsvorm is gekozen om aan het oog te onttrekken dat hier: 
1) primair een privaat belang wordt nagestreefd (mogelijk motief ondernemers achter Uis Faist),  of te verhullen dat hier; 
2) een belangrijk onderdeel van onze cultuur wordt uitgeleverd aan private partijen (mogelijk motief gemeente).

Een ondemocratisch monsterverbond 
Mijn (voorlopige) conclusie is dat er inderdaad sprake lijkt te zijn van een tussen twee belangen (veiligheid tot elke prijs en winstmaximalisatie) zonder inspraak van de inwoners/belanghebbenden gesloten monsterverbond. De gemeente en ondernemers past meer terughoudendheid bij het sluiten van overeenkomsten waarbij er sprake is van een evident groot publiek belang. Daarbij vind ik dat het gemeentebestuur voorzichtiger zou moeten zijn bij het maken van afspraken met stichtingen waar uiteindelijk commerciële belangen achter zitten. Ook de communicatie richting de Volendamse gemeenschap had beter gekund. Veel woedende gasten wisten blijkbaar niet dat de bepalende horeca-ondernemingen op de dijk maandagmiddag om 16.00 dichtgingen. Het schijnt geen fraai tafereel te zijn geweest. 

Hoe nu verder? 
Zitten wij dankzij onze burgemeester en de vorige wethouder (VVD) vast aan deze opzet van Uis Faist? Zeker niet! Niet wanneer blijkt dat de meerderheid van ons dat niet wil, en in staat wordt gesteld om haar stem te laten horen tenminste. Want als dit wordt doorgezet lopen wij het risico dat onze kermis definitief van karakter verandert. Mag een passant als een burgemeester – in samenwerking met een particuliere stichting waarvan de bestuurders al dan niet via een andere rechtspersoon waarschijnlijk ook leveranciers zijn – dergelijke ingrijpende beslissingen (waarom deze grootte?) nemen wanneer de noodzaak daartoe lijkt te ontbreken?

Krijgen wij tijdens de door Lijst Kras aangevraagde vragenronde ook al van de huidige wethouder te horen hoe het nu verder moet? Alle achttien vragen van Lijst Kras gaan over de belangen van horeca-ondernemers en kermisexploitanten. Hoe zit het met het belang van die andere Volendammers (99%)? En, ik herhaal het nog eens, zou onze burgemeester tijdens dezelfde openbare raadsvergadering een nadere toelichting te geven op haar handelen in dit dossier? 

7. Aanbevelingen 
De gemeente geeft in haar persbericht d.d. 6 september jl. aan op zoek te gaan naar een manier om inwoners ideeën te laten aanleveren voor volgend jaar. Vergis ik mij, of proef ik hier tussen de regels door dat de grote lijnen wat betreft het gemeentebestuur al vaststaan? Ik vind Peter Louters idee om uiteindelijk een referendum over de toekomst van de kermis te houden zo gek nog niet. Mág onze gemeente volgens haar eigen reglementen hierover een referendum houden? Kán onze gemeente dat qua organisatie aan? Kúnnen wij dat als gemeenschap aan? Een enquête door een onderzoeksbureau zou, mits dit onafhankelijk gebeurt, een eerste indruk kunnen geven. Het lijkt mij de investering meer dan waard. Bestaat er een constructie waarbij de gemeente uiteraard de rekening betaalt (zij is immers ook verantwoordelijk voor de ontstane situatie), maar niet de directe opdrachtgever is?

Hoe dan ook dient de beslissing hoe wij in de toekomst onze kermis gaan vieren democratisch te worden genomen, en niet in een besloten kamer door onze burgemeester en vijf ondernemers die daar veel geld mee verdienen. De uiteindelijke vraag blijft in hoeverre dit inderdaad nog ons feest is, en in het verlengde daarvan of Volendam het predicaat democratie wel verdient. Willen wij het karakter van onze kermis bewaren, dan zal de commercie mogelijk een offer moeten brengen. Vloeken in de kerk natuurlijk. Is de Volendamse bevolking in staat om hier een grens te trekken? 

8. Nawoord 
Bij het schrijven van dit artikel was de voor journalisten opgestelde leidraad [https://www.rvdj.nl/leidraad] mijn vertrekpunt. Ik wilde de aandacht vestigen op een ondemocratische tendens binnen onze gemeenschap. De combinatie van al te opportunistische ondernemers en een mogelijk veiligheidsdronken burgemeester brengt hier het risico met zich mee dat een van de laatste restjes authenticiteit die wij nog bezitten ook wordt omgezet in klinkende munt. Die zoals te doen gebruikelijk niet gelijk onder alle Volendammers wordt verdeeld. Ik wil voorkomen dat een belangrijke traditie op een ondemocratische manier ‘geruisloos’ overgaat in iets waarvan het de vraag is of de meerderheid van de Volendammers dat wel wil. Verder is het kritisch controleren van ons gemeentebestuur naast een taak van de gemeenteraad ook een taak voor onafhankelijke, lokale journalistiek. Welk gemeente van onze grootte beschikt daar nog over? Het zou goed zijn wanneer ons gemeentebestuur dat wat meer op waarde zou schatten.
 
Als Volendammer zet ik mij graag in om ons dorp wat democratischer te maken. Maar zoals een bekende uitspraak luidt: democratie is niet voor bange mensen. Daar is moed voor nodig. Beschikken Volendammers of hun bestuurders daar in deze specifieke situatie over? De burgemeester en wethouder lijken vooralsnog weg te duiken.
 
Ik heb geen namen genoemd omdat die niet zo belangrijk zijn. Veel Volendammer ondernemers zouden waarschijnlijk hebben meegedaan als ze de kans hadden gekregen. En dat is mijn punt. Ik zie een ondemocratische tendens die mijns inziens kritisch moet worden beschouwd, of misschien wel met wortel en tak moet worden uitgeroeid. Kunnen wij deze ondemocratische fase achter ons laten, en kan ons gemeentebestuur daarbij het voortouw nemen? Mensen die hakenkruizen in ramen schilderen kunnen wij daarbij overigens missen als kiespijn.  

“We do not learn from experience… we learn from reflecting on experience.” (John Dewey) 

1 Shares:
You May Also Like