Dit artikel vormde Eddy Veermans bijdrage aan Cultureel Opinieblad 2Rewind jaargang 2018 (voorloper van en-Clave). Het had deze week kunnen zijn geschreven.

Wie zou niet eens in de tijdmachine willen stappen? Gewoon, om te kijken hoe het vroeger was. Die haven vol met botters, de klederdracht, luisteren naar waar de gesprekken van toen over gingen, die melancholische klanken van The Cats. Gewoon, om het even van dichtbij te mogen beleven. De pegel van ‘De Knoest’ (Dick Tol), de tijd van vier broers (‘de Kippen’) in het eerste van Volendam, de bekerfinale tegen Sparta van 1959 in het Amsterdamse Olympisch Stadion, de legendarische overwinning op Feyenoord in de Rotterdamse Kuip, iets later. De voetbalhistorie van Volendam is al prachtig vastgelegd, in woord en beeld. Maar waar gaat het heen? En wat leren we van het verleden?

Chauvinisme is ons niet vreemd. In de kermisliedjes van ‘Uis Volledam’ zijn Bill Duin en Nick Buter lyrisch over de linkervoet van Arnold Mühren en de rechtervoet van Gerrie Mühren. Die, als hij nu had gedaan wat hij vijftig jaar geleden deed in het shirt van Ajax tegen het grote Real Madrid in het monument Bernabeu, viraal was gegaan. Midden in de wedstrijd stoïcijns een balletje hooghouden. Op de kleine ‘achterstraat’ in de Dirklandstraat begonnen, zetten de broers Mühren later beide – in verschillende episodes – Johan Cruijff in zijn kracht. 


Door een enkeling wordt er nog met terugwerkende kracht vol trots over gezongen of gesproken. Want was er vroeger wel ruimte voor trots? Waren en zijn we wel in staat iemand een compliment te geven? In de grote gezinnen van toen werd weinig gepraat over het gevoel, was er nauwelijks ruimte voor emoties. Het missen daarvan laat zich onmiskenbaar voelen sinds de jaren dat welvaart haar intrede deed en het meeste wat uitgevonden wordt, ook bereikbaar wordt voor jong en oud.

Van voetballers van weleer hoor je de verhalen dat hun vaders niet kwamen kijken bij wedstrijden. En meestal kreeg je te horen wat je niet goed had gedaan. Er werd met harde hand opgevoed. Als je slaag of een grote mond had gekregen van een superieur zoals een meester, juf of trainer, dan had je het er vast zelf naar gemaakt. En bij een botsing, valpartij of pijn, dan was er altijd nog die blik zonder compassie, of de ‘troostende’ woorden ‘daar word je hard van’.

Zoals veel ouderen – sinds beleidsbepalers iets aan het drank- en drugsgebruik proberen te doen – schermen met ‘dan had ik al lang dood moeten zijn’ of ‘ben ik er slechter van geworden?’, zo wordt gezien dat die manier van opvoeden de dorpelingen geen windeieren heeft gelegd. Ongetwijfeld. Maar er mag niet voorbij worden gegaan aan de schade die het heeft berokkend.

Iets waarvan we onszelf maar deels bewust zijn.

Sommige schrijnende situaties van verscheurde gezinnen zijn ons bekend. Van personen die door een cocktail van verslavingsgevoeligheid, emoties niet kunnen delen, dna, groepsdruk en welvaart, aan de rand van de afgrond – of nog verder – zijn beland. Zoals er ook de verscheurde gezinnen zijn waar afgunst en geld – in combinatie met het niet kunnen uiten van of luisteren naar elkaars verhaal en wederzijds begrip kweken – ook een grote rol spelen in ons dorp. Het besef van dat alles is groeiende binnen de nieuwe generatie. Alsmede het bewustzijn dat het ook anders kan. Je zou wel eens wetenschappelijk willen onderzoeken hoe het toch kan dat we op zo divers gebied – zowel sport, muziek als in het bedrijfsleven en uniek in de evenementen – talentvol onderlegd zijn. Maar we verkwanselen ook een hoop. Steeds vaker valt het woord ‘cultuuromslag’. Rechtdoend aan het verleden kunnen we de kinderen – onze toekomst – op een andere – doordachte – wijze laten ontplooien als mens en als sporter.    

Om goede gesprekken te kunnen voeren moet je wel eerst bij je eigen gevoel kunnen komen, jezelf kwetsbaar durven opstellen, aan zelfreflectie doen en over je eigen schaduw heen kunnen stappen. Het gebrek daaraan heeft de laatste decennia bijgedragen aan tal van verwijderingen op plaatselijk voetbalgebied en in de plaatselijke muziekwereld.

Geld, bekendheid en machtposities, ze leiden maar al te vaak tot overschatting bij mensen en da’s een grote valkuil. Voorbeelden te over, van mondiaal tot lokaal. Stromingen binnen clubs, ze zijn overal en van alle dag. Ze zorgden er her en der voor dat men wegdreef van de kern – het voetbal – en dat mensen van buiten met de ziel van een club mochten spelen.

Betaald voetbalclubs konden in de loop der jaren uitgroeien tot multinationals, wat niet wil zeggen dat het voetbal simpelweg geleid kan worden als een bedrijf. In het voetbal regeert de waan van de dag, ben je als Marco van Basten decennialang een heilige, totdat je trainer wordt en minder presteert met de club die jij als spits zoveel schonk: dan daalt het woord ‘pannenkoek’ van de tribunes af.

Voetballer, trainer of bestuurder worden, dan heet het dat je een publieke functie hebt en mag van alles over je worden gezegd en geschreven. Bij succes is het ‘wij’, bij teleurstelling ‘hij’ en ‘zij’. En bij dat laatste kan het ver gaan, zo merkte Dick de Boer, in het seizoen dat hij als hoofdtrainer uitstekend begon, maar naderhand klap na klap kreeg. Het waarderen van mensen die de clubnaam hebben gegeven, daar schortte het met grote regelmaat aan in Volendam.

Gerrie Mühren, ambassadeur met zijn rondreis langs Ajax, Sevilla en Hong Kong, had het niet gemakkelijk bij zijn terugkeer op het Volendamse veld. Met Arnold Mühren’s adviezen werd weinig gedaan, zodat hij op een gegeven moment bedankte. Dick de Boer betrok de oud-speler van Ajax en Manchester United nog bij zijn staf, maar gek genoeg geen enkele hoofdtrainer die Mühren naderhand vroeg om wekelijks een kop koffie te drinken.

Volendamse voetballers mochten ook niet teveel verdienen, uitzonderingen daargelaten. En gaandeweg onderging de dorpsclub een transformatie, werden er steeds meer spelers van buiten aangetrokken. Parallel daaraan groeide het gevoel bij voetbaltalenten van eigen komaf dat ze geen kans kregen in het eerste. De dijk en haar verlokkingen lonkten. In die uitgaanscultuur groeiden onze jongeren immers óók op.

Het bleek daarom moeilijk om terug te gaan naar de roots, daar waar het allemaal was begonnen: de buurtjongens die met straten tegen elkaar voetbalden. Bovendien was men in Volendam gewend geraakt aan successen. Zoals de zesde plaatsen in de seizoenen ‘89/’90 en ‘92/’93, alsmede de bekerfinale in 1995. In tijden van succes ontstaan echter ook situaties zoals eerder geschetst: voor en achter de schermen dringen mensen zich op. Omdat ze ook belangrijk willen zijn, omdat ze anderen die plek in de spotlights niet gunnen of omdat er zaken verdoezeld moeten worden.

Mensen uit het bedrijfsleven, politici, charlatans, ze konden allemaal zeggenschap verwerven over en bij de voetbalclub FC Volendam, wat bijna tot de ondergang leidde. Er werden pogingen ondernomen om terug te keren naar het voetbal, maar naast een aantal misperen, kregen mensen van eigen bodem weinig speelruimte. Een technische commissie met oud-spelers als Ben Steur, Pier Tol, Jan Hoogland en Ruud Plat werd maar kortstondig in leven gehouden. 

Een paar jaar later werd Wim Jonk bereid gevonden zich belangeloos op het technische vlak dienstig te maken voor de club. Hij trainde (jeugd)spelers individueel, sparde met trainers. Maar de geschiedenis zou zich herhalen. Zo’n dertig jaar nadat hij bij FC Volendam als speler onvoldoende op waarde werd geschat, in het tweede belandde en door Johan Cruijff naar Ajax werd gehaald, gebeurde na zijn actieve carrière hetzelfde. Hij botste met de beleidsmakers bij FC Volendam, vertrok en zou later door Cruijff bij Ajax vanwege zijn visie en vakkennis wel op een voetstuk worden geplaatst.

Niemand is groter dan de club. Althans, zo zou het moeten zijn. Maar zoals eerder gememoreerd: in bepaalde situaties blijkt dat mensen op z’n zachtst gezegd moeite hebben ergens afstand van te doen. Maar wanneer iemand zijn of haar eigen functioneren niet laat toetsen, wie doet dat dan wel? Dus wie bepaalt de houdbaarheidsdatum? Het lang(st) zittende bestuur van FC Volendam leidde de club naar zwarte cijfers en veel meer dan dat. Een gezonde club, waar in de loop der jaren echter ook talrijke ongezonde situaties wortel konden schieten. Door de houdbaarheidsdatum op te rekken en te verwijzen naar ‘je vindt niet zomaar iemand om erin te stappen’, deed het bestuur afbreuk aan haar eigen functioneren.

Eind 2017 ontstond een grote rel, toen één van de sponsoren tot het bestuur zou toetreden en zich alsnog terugtrok. In de heisa die werd gemaakt, werden tal van nieuwe signalen afgegeven. Het was tijd voor bestuurlijke vernieuwing, in zowel de Raad van Commissarissen als in het bestuur. Het momentum leek aangebroken. Op meerdere vlakken wordt in de gemeente gewerkt aan cultuurverandering. Rechtdoend aan het mooie verleden, maar anticiperend op het heden en de toekomst. Daar moet de voetbalclub als instituut in mee gaan. Geleid door mensen uit nieuwe generaties, nieuwe denkers, zoals dat ook bij andere belangrijke organen gebeurt.

Voetbal is veelal uiterlijk vertoon geworden. Salarissen van topspelers hebben absurde vormen aangenomen, een beetje voetballer van naam rijdt in een dure gesponsorde auto, de kleding- en haarstijl is van groot belang, de koptelefoon hoort bij een coole houding, tatoeages zijn trendy en de manier van juichen ook. Agressiviteit, schwalbes, het taalgebruik, de jeugd ziet en hoort het allemaal voorbijkomen op tv en sociale media.

Voetbal, het blijft één van de leukste spelletjes ter wereld, maar alles wordt zó ontzettend belangrijk gemaakt door het ongeremde volume aan (sociale) media. Terug naar vroeger gaat niet meer. Maar een poging wagen de eigen identiteit en authenticiteit te herijken, dat kan. Het Volendamse volk is verwend geraakt, door successen bij de FC, het zaalvoetbal, het handbal, evenementen, uitjes. Ondertussen hebben allerlei situaties tot afstand geleid. En daar helpt het spelen op vrijdagavond niet aan mee. Maar dat is niet de enige reden dat maar weinig vaders met hun kinderen de weg naar het stadion vinden.

Om het weer dichter bij het volk te krijgen, zal bij de jongste jeugd moeten worden begonnen. Net zozeer als dat geldt wanneer men een cultuuromslag wil maken als het gaat om zitjes, drank- en drugsgebruik en gokverslaving. Alleen moet de concurrentie worden aangegaan met een andere maatschappelijke trend: het gamen. Hele Fortnite-generaties brengen dagelijks veel tijd op de spelcomputer door en spelen minder buiten.

In het sportieve Volendam is het percentage jeugd dat lid is van een vereniging hoog te noemen, ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Maar wat doet de jeugd op de andere momenten, wanneer er geen training of wedstrijd staat gepland? Werd er vroeger nog gevoetbald op elk stukje gras of straat, tegenwoordig lijkt de iPad, smartphone, PlayStation of Nintendo Switch voorrang te krijgen.

Een ontwikkeling die niet tegen te houden is en bepaalde spellen hebben nog iets educatiefs, maar dat geldt lang niet voor alle games. Belangrijk bij deze ontwikkeling is de begeleiding en het toezicht van ouders, die ook al zoveel om handen hebben en van alles willen. Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van kinderen en dat is in deze tijd een allesbehalve gemakkelijke opgave.

Die kinderen groeien op in een landschap vol prikkels. Het ene kind ontwikkelt een sterke intrinsieke motivatie, het andere kind heeft veel stimulans nodig. Op de velden van RKAV Volendam staat een rits aan bevlogen vaders die probeert de jongste jeugd betere vriendjes te laten worden met de bal. Na die ouders met beste bedoelingen komen de mannen met papieren. Tot vorig jaar stond een bevlogen man als Berry Smit met enkele jonge Volendamse spelers van FC Volendam op het trainingsveld om talentvolle voetballertjes van de Volendam Voetbal Academie op allerlei manieren nóg enthousiaster te maken dan dat ze al waren.

Het is een grove nederlaag dat FC Volendam niet in staat is gebleken een cultuurbewaker en verbinder als Smit te behouden. Voeten in de klei, midden in de samenleving, nieuwsgierig om te leren van grote voetballers, een man die kon lezen en schrijven met zowel de jeugd als de ouders. Het hart van Berry Smit had nog jaren door willen gaan op de weg die hij was ingeslagen, maar het hoofd besloot anders. Mede ingeven door het gebrek aan waardering voor zijn missiewerk. Schrijnend als je verneemt en leest hoe de club met zo’n situatie omgaat. Typerend, want zo vaak ontbrak het de laatste decennia aan inlevingsvermogen en menselijkheid. Bij kritiek daarop, schoot de clubleiding vaak genoeg in de verdediging en in de aanval, maar verzuimde men goed in de spiegel te kijken, om te bezien wat er met de signalen kan worden gedaan.

En als je maar hard genoeg terug schreeuwt, verstomd de kritiek vanzelf weer. Sterker nog, de mensen geloven niet dat het nog anders wordt. Dat is een bedenkelijke status. Inmiddels heeft een aantal mensen – gevraagd en ongevraagd – aangegeven wel iets te willen betekenen voor FC Volendam, mits de langstzittende bestuurs- en RVC-leden plaatsmaken. Die laatste groep, die ongekend veel tijd en energie aan de club heeft gegeven, gaf eind vorig jaar ook aan plaats te willen maken wanneer nieuwe bestuursleden zich aandienen. In de afgelopen maanden is daaraan gewerkt door Jan Smit en de nieuwe RVC-leden.

Op het moment van schrijven (begin december 2018) is nog de vraag hoe wordt doorgepakt en wanneer de transitie echt vorm krijgt. Diverse oud-voetballers zijn benaderd. Het blijft vreemd om te zien dat Wim Jonk op het veld van RKAV Volendam individueel traint met Ajacied Carel Eiting en geen dorpsgenoot als speler zijn hulp inroept. Team Jonk rolt de Cruijff-visie momenteel uit in de Chinese hoofdstad Peking, alsmede in Dubai. Dat zou toch ook bij RKAV Volendam en FC Volendam moeten gebeuren.     

De kruisbestuiving tussen BVO en amateurtak kan veel optimaler en zou op zoveel vlakken meer rendement kunnen opleveren. Een elftal met vier broers in het eerste, dat zal nooit meer worden geëvenaard. In de afgelopen tien jaar hadden dat wel drie broers kunnen zijn. En het is gemakkelijk om te stellen dat het niet gezamenlijk slagen van Danny, Michael en Nick Tol ‘Pier’, Cees, Ron en Johan Keizer, Johan, Robert en Stefan Plat ergens het midden ophoudt tussen onvoldoende potentie, mentaliteit, bereidwilligheid of onvoldoende begeleiding van de club. Afgaand op het gegeven dat in de huidige opstellingen van jeugdelftallen van FC Volendam nog nauwelijks Volendammers staan, moet zoveel mogelijk worden gefaciliteerd én ook door de voetballer en ouders worden aangegrepen om die slagingskans te vergroten.

Cees Keizer stapte afgelopen zomer als jeugdtrainer over van de AV- naar de FC-opleiding, terwijl oud-buurjongen Johan Plat als trainer juist in de RKAV-opleiding is begonnen. Twee leeftijdsgenoten met visie en ambitie. Ambitie die nodig is om de jongste voetballertjes te stimuleren. Tijden zijn veranderd. Kwaliteit kan ook op latere leeftijd boven komen drijven, maar over het algemeen wordt nu op heel jonge leeftijd al veel gevraagd van spelertjes. Clubs als Ajax stropen al vroeg amateurvelden af en scouten al voetballertjes op zesjarige leeftijd.

Ook al heeft FC Volendam vaak genoeg in negatieve zin de publiciteit gehaald, de club heeft en houdt de sympathie van het land en haar volk. Wie is er niet trots als Joey Veerman op termijn naar een grote club verkast? En de nieuwe jongetjes met voetbalaanleg, ze worden nog steeds geboren op het dorp. De RKAV wil daar graag wat mee, evolueert, maar wil terecht ook de breedtesport mogelijkheden bieden. Als de FC niet alleen de bovenste verdiepingen vernieuwt, maar ook van onderop – samen – wil bouwen – dan krijgt die missie steeds meer mensen mee. Dan groeit de interesse voor de club weer en kan het niet zover komen dat er meer mensen naar RKAV Volendam-zaterdag tegen Vitesse gaan, dan naar FC Volendam-Willem II. Dan zit het twee dagen goed gevuld. Wie zou er niet graag in de tijdmachine willen stappen? Gewoon, om te zien hoe de toekomst er hier uit ziet?

0 Shares:
You May Also Like