In welke mate en op welke manier cultureel behoudend?

Het in februari 2020 bij Atlas Contact verschenen ‘Eens ging de zee hier tekeer’ van historica Eva Vriend behoorde tot mijn achterstallige leeswerk. In figuurlijke zin laat ik mezelf namelijk graag een spiegel voorhouden. Het boek werd genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs. Aan de hand van het wel en wee van vier families ‒ Hopman (Spakenburg), Van den Berg (Urk), Van Eekelen (Wieringen) en Kwakman/Ballap (Volendam) ‒ vertelt Vriend op meeslepende wijze hoe de Zuiderzee IJsselmeer werd. Het interview met Vriend in het NRC van 9 februari 2020 had mijn nieuwsgierigheid gewekt. Vriend in het NRC: „De veerkracht van deze dorpen is indrukwekkend. Ook in de families die ik volgde, zag je hoe visserszonen als ondernemer grote internationale firma’s zijn begonnen. Innovatief zijn ze meestal niet, maar ze werken hard en voeren verstandig, behoudend financieel beleid.”
Ik vroeg mezelf al vaker af waar het van oudsher behoudend financieel beleid binnen onze gemeente primair in geworteld is: het geloof of de visserij. Na het lezen van Vriends boek, dat onder andere een historisch-antropologische kijk geeft op voornoemde, voormalige dorpen aan zee, concludeer ik dat dit met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijk is veroorzaakt door de onzekere inkomsten van de vissers. Punt is echter dat de inkomsten van een gemeente of een school veel minder onzeker zijn. Die kunnen zich dus een lagere solvabiliteit veroorloven. Wanneer zal dit besef indalen?

Asynchrone modernisering: economisch vooruitstrevend maar cultureel behoudend
Vriend iets verder op in hetzelfde NRC-interview:“Sociologen spreken van asynchrone modernisering: in de Zuiderzeedorpen is men economisch vooruitstrevend, maar cultureel behoudend.” Dat culturele conservatisme – „Men is hier bijvoorbeeld meer op elkaar gericht dan op de buitenwereld” – moet volgens Vriend niet met benepenheid worden verward. „Het is veel meer een trots soort weerstand. Het gevoel van: Ze hebben ons onze status van dorp aan zee of eilanddorp al afgenomen, maar onze identiteit blijft van ons. Bij discussies over windmolenparken in het IJsselmeer zie je dat sentiment nadrukkelijk opspelen: Niet ook nog ons laatste beetje uitzicht.”’
Na die 386 pagina’s in één dag uitgelezen te hebben ‒ a good read indeed ‒, resteerde er nog een aantal vragen. Vandaar dat ik vervolgens Eva Vriend ook heb geïnterviewd. Feitelijk had ik twee (centrale) vragen. De eerste: Welke maatschappelijke factoren spelen een beslissende rol bij het ontstaan van dit cultureel conservatisme? Vriend: “De innige relatie met het water bepaalt het volledige leven. Als het hoog staat of laag, wel of geen rijke vangst biedt, of soms zelfs levens neemt. Die orthodoxie (qua geloof) lijkt ook verband te houden met de aan deze bedrijfstak verbonden, moeilijk te beheersen risico’s voor lijf en leden. (…) De relatie met de zee zorgt er ook voor dat men eerder naar binnen dan naar buiten gericht is. Dit laatste aspect werd nog versterkt door de Afsluitdijk. Feitelijk betekende dit dat de overheid ook als een bedreiging werd gezien. Men was op elkaar aangewezen.” Het naar binnen gekeerd zijn, is via een hogere sociale controle debet aan dit cultureel conservatisme.

Urk en Volendam: verschillen en overeenkomsten
Bij het lezen van Vriends boek ervoer ik meerdere, met een fraai Duits woord, Aha-erlebnissen. Het continu blijven vergelijken van de culturen van die vier vroegere Zuiderzeedorpen vormde mijn primaire leesstrategie. Ik vergeleek Volendam vooral met Urk en incidenteel met Spakenburg. Wieringen, dat nog wel een grote vissersvloot bezit, kent onder meer vanwege de polderwerkers veel meer ‘import’ vanuit het vasteland, waardoor het cultureel daar wat diverser is. Zowel Spakenburg als Urk, dat orthodoxer is, wordt tot de biblebelt gerekend. Urk en Wieringen hebben nog een grote vissersvloot terwijl de visserij in Volendam en Spakenburg economisch geen rol van belang meer speelt. Een vergelijking tussen Urk en Volendam roept de vraag op of er een verband bestaat tussen het belang van de visserij als broodwinning en een trouwe kerkgang. Volendammers zijn na de zestiger jaren binnen twee decennia christenen-op-vier-wielen[1] geworden, terwijl in Urk de grote meerderheid op zondag nog twee keer naar de kerk gaat (de SGP is de grootste partij).Maar Urk vist dan ook nog.Spakenburg vormt een uitzondering: geen vissersvloot maar nog altijd goed gevulde kerken en bovendien ook toerisme. De nabijheid van Amsterdam lijkt ook hier uiteindelijk voor een minder orthodoxe geloofsbeleving te hebben gezorgd. Een verdergaande vergelijking tussen Spakenburg en Volendam zou interessant kunnen zijn. Overigens is het in heel Nederland zo dat protestanten trouwere kerkgangers zijn dan katholieken. Zorgt het grotere aantal ouderlingen (met name in Urk) voor een sterkere sociale controle?  Bijvoorbeeld ten aanzien van de zondagsrust (zie hierna). De alternatieve verklaring (los van de theologische verschillen) die Vriend (zie ook de theorie van godsdienstsocioloog Durk Hak) geeft voor het bestaan van zoveel verschillende kerken/denominaties (ruim twintig) op Urk is verrassend. Ouderling is op Urk een positie die aanzien verschaft. Dit zorgt voor een extra prikkel om een eigen kerk te beginnen. De oprechtheid van hun geloof wordt echter niet ter discussie gesteld.
De sterke economische overeenkomsten tussen Volendam en Urk en niet de grote religieuze verschillen bepaalden de onderlinge verhoudingen die altijd goed zijn geweest.[2] Het gemeenschappelijke werk zorgde voor gesprekstof en wederzijds begrip. Het verschil tussen staande en gaande visserij zorgde soms weleens voor ruzie tussen vissers. De gaande Urkers en Volendammers beschadigden met hun grotere botters regelmatig de staande Spakenburgse netten. De Spakenburgers waren ook tegen de kuilvisserij die door Urkers en Volendammers werd beoefend.
Vriends boek bevat indringende verhalen die de goede band tussen Volendammers en Urkers illustreren. Zo reed Job Kwakman (Ballap) (1925-2014) op 16 maart 1976 met 180 km/pu richting IJmuiden omdat de UK63 van Jurie van den Berg (1932-1976) vermist was op de Noordzee. Hij werd Broek in Waterland staande gehouden door de politie. Toen hij vertelde waarom hij zo hard reed, werd dat in Urk even telefonisch gecheckt. “Ik kan het uitleggen”, antwoordde Juries neef Jurie Fet (geb. 1942). “Dat zijn de emoties”. Job mocht, zonder bekeuring, doorrijden. De UK63 werd niet gevonden. Het rouwproces kwam dus nooit op gang.
Job Kwakmans zoon Kees (geb. 1954) wijst er in Vriends boek op dat de Urkers in de visserij meer risico’s namen dan de Volendammers. De protestante Urkers gaan ervanuit dat het toch God is die beschikt, aldus Vriend.[3] Het lijkt in eerste instantie strijdig met mijn door Geert Hofstedes geïnspireerde theorie waarin wedijver (ervan uitgaande dat dit leidt tot het nemen van meer risico’s) vooral een rooms-katholiek, masculien trekje vormt. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat orthodox-protestanten ook een masculiene cultuur hebben.[4] De spreekwoordelijke wedijver (inclusief ‘conspicuous consumption’) lijkt op Volendam net zo sterk als op Urk en zou dan mogelijk eerder geworteld zijn in de visserij. Ook op Urk houden ze van pronk(en). Blijkbaar ook geen zuiver rooms-katholiek trekje dus.
Het door Urkers nemen van grotere risico’s ‒ nog grotere kotters, nog meer pk’s, de grootste vissersvloot van Nederland, de grootste visafslag van Europa ‒ lijkt zeker ook een vanuit economische noodzaak ingegeven vlucht naar voren. Uit de Noord-Oost Polder (NOP) werden Urkers door de landelijke overheid op basis van schandelijke motieven geweerd. En andere economische sectoren waren er op Urk gewoonweg niet. Volendam heeft aan de hand van Leendert Spaander eind negentiende eeuw het toerisme omarmd, en via Hein Schilder na de Tweede Wereldoorlog de visserij uiteindelijk ingeruild voor de bouwnijverheid. In de jaren zestig ontsproot in het rooms-katholieke Volendam met The Cats nog een andere bedrijfstak: popmuziek c.q. entertainment. Omdat op Volendam Amsterdam de stad is en op Urk Emmeloord, is ook de zakelijke dienstverlening (waarbinnen het actuariaat een opvallende rol speelt) een andere, steeds belangrijkere pijler onder de Volendamse economie geworden.

Doordeweeks op zee en op zondag rust: geen voetbal
Een vergelijking tussen de voetbalprestaties van Urk en Volendam laat opvallende verschillen zien in het voordeel van Volendam. S.V. Urk (veertien velden) speelt met eigen kweek net als de RKAV Volendam in de hoofdklasse (derde amateurniveau). (FC) Volendam is daarnaast echter zolang het betaald voetbal bestaat (vanaf 1955) daarin ook vertegenwoordigd geweest. De gemeente Edam-Volendam leverde per hoofd van de bevolking in Nederland de meeste voetbalinternationals af. Misschien heeft het een rol gespeeld dat Volendammers die in de bouw werkten elke middag gewoon thuiskwamen en dus konden trainen. De Urkers waren doordeweeks immers op zee. Dat zij op zondag niet voetbalden speelde waarschijnlijk ook een rol. De zwaarst gereformeerden stonden zelfs helemaal negatief tegenover sport en spel. Volendams ongekende sportieve succes vormt een van haar grootste culturele schatten. Veroorzaakt door een visserijcultuur in combinatie met een wat lichter geloof (een minder strenge zondagsrust)? Die vanuit orthodox standpunt goddeloze popmuziek lijkt ook alleen binnen een rooms-katholieke (vissers)cultuur te worden getolereerd. Muziek lijkt binnen die traditie meer vrijheid te krijgen. Niet alleen religieuze gezangen begeleidt door een kerkorgel. Een Volendamse popmuzikant vindt financieel succes doorgaans overigens al snel belangrijker dan artistiek succes. De prestaties worden net als de visvangst gemeten naar kwantitatieve maatstaven. Het maakt (ook) de popmuziekscène tot een vanuit esthetisch oogpunt conservatieve sector.

‘onze identiteit’?
In welke mate en op welke manier is Volendam cultureel behoudend? Ik kom eerst even terug op een onderdeel van het tweede NRC-citaat van Vriend: ‘Ze hebben ons onze status van dorp aan zee of eilanddorp al afgenomen, maar onze identiteit blijft van ons’. Urk lijkt zowel economisch (visserij) als ideologisch (orthodox-protestant) nog stevig in de klei te staan. Voor Volendam ligt dat heel anders.In december 2019 stelde ik in verband met Volendam de volgende vraag: “Kan de huidige (en zal de toekomstige) jeugd zich nog voldoende identificeren met dat geïdealiseerde verleden? Willen wij eigenlijk dat zij ondanks die lege vissershaven en lege kerk gewoon blijven meespelen in het voornamelijk als toeristische product opgevoerde toneelstuk ‘het schilderachtige, negentiende eeuwse rooms-katholieke vissersdorp Volendam?’” Ik kan het ook anders formuleren. Kunnen wij in deze postmoderne tijden verder met een normen & waarden stelsel dat zowel vanuit ethisch als esthetisch oogpunt is gebaseerd op een feitelijk verdwenen rooms-katholieke visserijcultuur en haar doorgaans bijna lege kerken? Met betrekking tot de brede vraag waar deze paragraaf mee begint, focus ik in dit artikel dus op de rol die een in Volendam dominante bedrijfstak speelt: de toerismesector.
Mijn tweede centrale vraag aan Eva Vriend: “Zou er een relatie kunnen bestaan tussen cultureel conservatisme en een relatief grote toerisme sector?”  Vriend: “Een gezond historisch besef is belangrijk. Met een nostalgische blik en te veel vals sentiment als het ware continu over je schouders kijken, kan de ontwikkeling van een gemeenschap belemmeren. Een verstarde cultuur heeft minder oog voor de toekomst, en zij communiceert minder met andere culturen.” Ik heb het haar niet gevraagd, ik stel mezelf de vraag: Loopt Volendam dit risico?
Het toerisme als bedrijfstak zal waarschijnlijk sterk gaan veranderen. Heeft de Volendamse  toerismesector in zijn huidige vorm en met zijn huidige aanbod nog toekomst nu de uitbraak van de coronapandemie ons op bepaalde grenzen lijkt te willen wijzen? Blijven wij verzekerd van Chinezen? Wordt daar door de gemeente al over nagedacht? Of laat zij de stichting (!) Toeristisch Platform (TOP)[5] dat voor ons invullen? Meer klederdracht op de Dijk? Serieus? Misschien is een dependance van het sigarenbandjeshuisje op de Dijk ook een idee? Hoe onafhankelijk, inclusief en vernieuwend is dit ‘Platform’ eigenlijk? Welke bij dit platform betrokken partij gaat er schuil achter ‘grootzakelijk’? En waarom niet in zeg vijf jaar toewerken naar een uiteindelijk jaarlijks hoogstaand culinair festival (Preuvenement) op de Dijk? En wordt er door TOP eigenlijk wel overleg gevoerd met het culturele veld? Een sterke horeca-lobby lijkt er in het verleden medeverantwoordelijk voor te zijn geweest dat de culturele activiteiten van cultuurpodium PX door de gemeente niet worden gesubsidieerd. Met als argument dat er sprake zou zijn van oneerlijke concurrentie. Dit verdient een nader onderzoek. De opbrengst van populaire culturele activiteiten (beperkt in aantal) wordt door cultuurpodium PX gebruikt om meer vernieuwende culturele activiteiten te financieren. Wat is binnen het cultuurbeleid van de gemeente ϋberhaupt de verhouding subsidies vernieuwende culturele activiteiten / subsidies traditionele culturele activiteiten? Ons kunst & cultuurbeleid zou meer gericht moeten zijn op onze huidige jeugd. Zeker na deze tijden van corona waarin deze jeugd een zware prijs heeft betaald. Die Dichter des Waterlands vormt een goede start.


[1] Men gaat alleen nog naar de kerk met de auto: doop, eerste heilige communie, vormsel, huwelijk en begrafenis. 

[2] In 2010 onderkenden Hofstede, Hofstede & Minkov nog een dimensie waar landbouwsamenlevingen (terughoudendheid) en jagers- & verzamelaars (inclusief visserij) (toegeeflijk) de uitersten vormden, al werd dat niet verder uitgewerkt.

[3] Het calvinisme kent de dubbele predestinatie, het leerstuk dat God van tevoren heeft bepaald, welke mensen hij zal uitverkiezen en welke hij zal verwerpen.

[4] Het als protestant (Nederlands Hervormd) bekendstaande Nederland (de LeitKultur) is binnen Hofstede’s wereldwijde cultuuronderzoek bij IBM-vestigingen op drie na het meest feminiene land.

[5] Zie www.grootwaterland.nl, 16 januari 2021.

0 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Het O-woord

Een brief aan mannen die nog ongemakkelijk worden van tampons en maandverband.
Lees verhaal

Data is een drama

Een blik op de verontrustende CO2-uitstoot van data met een oproep tot bewuster gebruik.