“All the money you made will never buy back your soul”

Zo. En toen verkocht Bob Dylan de publishingrechten van zijn liedjescatalogus voor 300 miljoen dollar. Uiteraard een feitje met veel nullen om bij te smullen. Wat was dit financieel gezien vanuit belastingoogpunt toch een fraaie, logische keuze met een rampenpresident als Joe Biden op komst die van die verschrikkelijke belasting gaat heffen bij mensen met geld teveel. Eigenlijk is de Amerikaanse songwriter nu pas echt geslaagd en vormt deze verkoop de kroon op zijn werk. Nou het is een boel, maar dat laatste is het allerminst. Met deze verkoop tekende Bob Dylan zijn artistieke dood.

Bob Dylan is en was actief in de popmuziek. Het minst van het minst toch? Een op geld en faam beluste industrie der megalomane narcisten die tegenwoordig op sterven na dood is met eenzelfde lot als de dichtkunst; het heeft langzamerhand meer makers dan betrokken luisteraars in de gelederen. Een industrie met artiesten die in de regel worden gedreven door ghostwriters en enge briljante managers achter zich. Hoe je het wendt of keert, uiteindelijk kiezen popartiesten voor geld, verkopen ze hun ziel aan commerciële keuzes en hebben ze weinig tot geen principes.

Ik chargeer, maar precies dit laatste was een van de argumenten tégen een Nobelprijs voor de Literatuur voor Bob Dylan en precies daarom verdiende Bob Dylan hem ook. Zijn geschiedenis in deze slijkerige industrie staat bol van de artistieke keuzes, eigengereidheid en visie. Natuurlijk zijn de zakelijke succesverhalen bekend, maar de mythische achtergrondverhalen vormen de basis voor zijn impact. De poëtische zeggingskracht van zijn werk ontstijgt de harde realiteit van popmuziek. Hiermee opende hij deuren voor generaties van songwriters en muzikanten met eigen materiaal en zelfrespect, die zichzelf serieus wilden nemen en hun kunstvorm als kunstvorm konden benaderen. Met zijn vernieuwingen baande hij de weg voor songwriters als Nick Drake, Paul Simon, Joni Mitchell, Kate Bush, Leonard Cohen, Roy Harper, David Bowie, Sufjan Stevens, PJ Harvey en Nick Cave. Bob Dylan is ontegenzeggelijk de meest invloedrijke tekst- en songschrijver van de 20e eeuw. Een artistieke grootmacht.

Pas met de terechte toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur opende hij, met zijn werk, de allerbelangrijkste deur. In een tijd waarin songteksten en de artistieke waarde van muziek gereduceerd zijn tot een historisch dieptepunt, ontvangt nota bene een muzikant de Nobelprijs voor de Literatuur. Het is de ultieme erkenning voor de artistieke kracht en poëtische zeggingskracht van popmuziek op zijn best. De belangrijkst denkbare erkenning voor literatuur die er is werd aan songteksten toegekend. Al flikkerde Bob Dylan zijn prijs de dag erna in de sloot – dat deed hij niet, hij schreef een uitstekende speech met bewustzijn ten opzichte van zijn werk dat van anderen en dankbaarheid – dit gegeven en deze toekenning bevestigde de hoop dat varen met een visie wordt beloond. Ook voor de songwriters van nu die ploeteren in een industrie met weinig perspectief. Songwriters mogen zelfrespect hebben en mogen terecht hun kunstvorm als kunstvorm benaderen omdat het kunst is. De poëtische en kunstzinnige waarden overwonnen de argumenten dat popmuziek niets meer is dan een commercieel massaproduct.

Alles, alles maakt Dylan nu ongedaan met zijn keuze de artistieke zeggenschap over zijn catalogus te verkopen en volledig in handen te plaatsen van een partij die het verschil tussen ‘Timber’ en ‘Blowin’ in the Wind’ niet kent, en alleen weet te duiden in geld. Met deze verkoop reduceert Dylan eigenhandig zijn tot literatuur bestempelde werk terug tot een product, geeft hij zeggenschap over zijn levenswerk op voor een geldbedrag en heft hij definitief de mythe op rond zijn persoon. Hij is geen dichter of kunstenaar. Hij blijkt een geldwolf zonder sociaal bewustzijn ten opzichte van het kapotte Amerika dat hij ooit een stem gaf. En daarmee is de popmuziek qua status terug bij af, is het te hopen dat andere artistieke songwriters wel ruggegraat tonen en is het vooral verlangen naar een nieuwe muziekmessias die niet te koop is.

39 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Einzelgänger in Huissen

Einzelganger is de titel van het debuutalbum van Weazul, het alias van nieuw Volendams talent Stanley Plat (24).…
Lees verhaal

Geluid als vriend en vijand

Gastschrijver Wouter Prinsen heeft de diagnose misofonie: hij kan bepaalde geluiden niet uitstaan. Toch zoekt hij regelmatig de grenzen op van de geluids- en muziekgrenzen, van John Cage tot de Japanse noise-artiest Merzbow. In dit artikel voor enClave beschrijft Wouter zijn relatie met nare en bijzondere geluiden.