1. Achtergrond
Met Pasen – het belangrijkste christelijke feest – kon worden gekozen tussen de Matthäus Passion (Grote Kerk, Edam), de Johannes Passion (Grote Kerk, Monnickendam) en Jesus Christ Superstar (Evenementenhal / Theater Opperdam, Volendam). Zoals uit de naam van de twee eerstgenoemde ‘passiespelen’ blijkt, volgen zij beiden respectievelijk het evangelie van Mattheus en dat van Johannes. Jesus Christ Superstar (hierna: JCS) bevat – waarschijnlijk om het dramatische effect te verhogen – elementen uit alle vier de in het Nieuwe Testament opgenomen (=gecanoniseerde) evangelies. Daarnaast hebben de makers van JCS (waarschijnlijk) ook geput uit verborgen (apocriefe) evangelies. Het Nieuwe Testament verhaalt namelijk niet over een liefdesrelatie tussen Jezus en Maria Magdalena en de jaloezie die dit bij Jezus’ discipelen – een discipel wordt onderwezen, een apostel onderwijst – opwekt.
In JCS is het Judas die in “Strange Thing Mystifying” deze relatie afkeurt. Dit laatste houdt verband met de wens van Andrew Lloyd Webber & Tim Rice om het – voor christenen – verhaal der verhalen vanuit Judas’ perspectief te vertellen. JCS vormt dus een min of meer eigen interpretatie van de laatste week van het leven van Jezus Christus. Dit echter wél gebaseerd op bronnen afkomstig uit de antieke wereld, hetgeen niet gezegd kan worden van bijvoorbeeld de Da Vinci Code. Dat het om een eigen interpretatie ging, bleek in 1971 ook tijdens de JCS première op Broadway. Religieuze bewegingen betichtten de makers van godslastering. Ook Pasolini (Il vangelo seccondo Matteo) en Scorcese (the Last Temptation of Christ) kunnen hierover meepraten. Mel Gibson (The Passion of the Christ) (2004), zelf een orthodox katholiek (= roomser dan de paus), kreeg vooral kritiek van de ‘smaakpolitie’. Ik hou mijn hart vast als het lievelingsproject van Paul Verhoeven ooit werkelijkheid wordt. De hippie-beweging zag in JCS in ieder geval een symbool voor verzet tegen de gevestigde orde. Die nozems konden er wel wat mee.
De heersende opvatting onder de huidige godsdienstwetenschappers is dat het niet waarschijnlijk is dat de vier gecanoniseerde evangelies zijn opgetekend door ooggetuigen. Deze conclusie steunt onder meer op het simpele feit dat alle vier evangelies oorspronkelijk in het (oud) Grieks zijn geschreven. Jezus’ moedertaal was Aramees (‘Abba’ is Aramees voor ‘Vader’), het Engels van die tijd. Het is niet aannemelijk dat Jezus’ discipelen, eenvoudige vissers uit Galilea, het Grieks beheersten. Daar komt nog bij dat het oudste evangelie, dat van Marcus, op zijn vroegst circa vijftig jaar ná het overlijden van Jezus is geschreven. Indien in 2005 een verhaal over een verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog zou worden opgetekend, zou ik er niet automatisch vanuit gaan dat alles exact is verlopen als verhaald. Indien zelfs de meest gezaghebbende bronnen over het leven van Jezus strikt genomen niet meer dan interpretaties kunnen zijn, lijkt het produceren van zoveel mogelijk gezichtspunten een goede zaak.
Misschien dat ons gebrek aan werkelijke kennis over de Oudheid tegenwoordig ietwat wordt gecompenseerd door het feit dat de (geschiedkundige) wetenschap sindsdien een – op zijn zachtst gezegd – nogal stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt. Historici zijn beter geworden in het op de juiste waarde schatten van bronnen uit de Oudheid. Niemand weet exact wat er tweeduizend jaar geleden in Jeruzalem is gebeurd. Als er in het Vaticaan al een rode telefoon te vinden is, loopt de lijn in ieder geval niet naar boven. Flavus Josephus (37/38-ca.100 n. Chr.) – een Joodse geschiedschrijver in Romeinse dienst – wijdt in zijn ‘de geschiedenis van het Joodse Volk’ (circa 1200 blz.) één alinea aan Jezus. Vanaf 1971 beschikken we over een in een subliem theaterstuk vervatte (mogelijke) visie van Judas. Bij mij ontmoet dit geen principiële bezwaren. Initiatieven als JCS verdienen alle mogelijke steun en lof! Je krijgt er trouwens ook jongelui mee naar de kerk. Mijn complimenten aan het kerkbestuur!
2 Meespelen in JCS: een unieke ervaring
Een rol spelen in een musical – al is het maar een kleintje – is een aparte ervaring. Het komt vooral neer op het tonen van emoties die je op dat moment eigenlijk niet hebt. Soms gaat het om emoties die je – in het ‘echte leven’ – eigenlijk helemaal niet wilt hebben. Meehuilen met de wolven in het bos – de kernactiviteit van het gepeupel – is iets waar jezelf altijd verre van zou moeten houden. Niet altijd eenvoudig. Ik moet eerlijk bekennen dat – na een keer of tien “CRUCIFY HIM!” in de badkamerspiegel te hebben geschreeuwd – de gein ervan bij mij wel begon te dagen. Een restje agressie is snel gevonden. Bij een bredere definitie van acteren blijkt trouwens dat er ook in het dagelijkse leven heel wat toneelstukjes worden opgevoerd. “Games people play”, The Psychology of Human Relationships van Eric Berne, M.D. (1964) verandert je kijk op intermenselijke communicatie. Voorgoed.
Ik heb trouwens tijdens de repetities een paar handige trucjes geleerd. Als mijn vriendin ’s avonds in slaap dreigt te vallen en ik haar gezelschap eigenlijk nog niet wil (of kan) missen, hoef ik alleen Caiafas (prachtig gestalte gegeven en gezongen door Kees Schilder (Nor)) even op de juiste toonhoogte in haar oor te neuriën: “We turn to Rome to sentence Nazareth, we have no law to put a man to death. We need him crucified – it’s all you have to do”. Het eerste uur komt van slapen niets meer. Je leert elke dag bij. Als ik mijzelf vroeger de betekenis van het woord ‘vilein’ (=boosaardig) voor de geest probeerde te halen, dacht ik altijd aan John Malkovich in “Dangerous Liasons”. Ook Saul Jonk, in zijn rol van Annas, kan er echter wat van: “There you have it gentleman – what more evidence do we need? Judas thank you for the victim – stay a while and you’ll see it bleed” “The Temple” was voor mij even wennen. Dit is dus toneelspelen, dacht ik.
Erving Goffman, een Amerikaanse socioloog uit de beroemde Chicago School, gingin “Presentation of Self in Everyday Life” (1959) nog verder dan Berne in “Games people play”. Volgens Goffman speelt elk aspect van het leven zich “on-stage” dan wel “back-stage” af. Meer smaken zijn er niet. Hij ging er vanuit dat je in het dagelijks leven alleen tijdens het afgaan – op de wc wel te verstaan – geen toneel speelt. Laten we eerlijk zijn, iedereen denkt toch na over zijn of haar “presentatie”? Het is de kerncompetentie van elke tegenwoordige politicus. Als je onze mannenbroeder, de heer Balkenende, af en toe bezig ziet, vraag je jezelf toch ook af in welk toneelstuk hij denkt te spelen? Fortuyn, zelf een gepromoveerd socioloog, had zich de theorie van Goffman in ieder geval wél goed eigen gemaakt.
Het viel mij tijdens de voorstellingen op, dat iemand hartstochtelijk dood wensen Harmen Veerman-Poesie (speelt en zingt Pontius Pilatus) vrij gemakkelijk afgaat: “Don’t let me stop your great self-destruction. DIEEEEE if you want to, you misguided martyr”. In JCS lijkt Pilatus’ rol vooral gebaseerd op het evangelie van Mattheus. Alleen Mattheus beschrijft Pilatus’ droom (hoofdstuk 27 vers 19) en het wassen van zijn handen (27:24) (Trial before Pilate). Edwin Zwarthoed doorstaat de vergelijking met Ian Gillan (leadzanger van Deep Purple) glansrijk: “WHYYYYYYYYYYYYYY, SHOULD I DIE!!!!!!(Gethsemane, zés keer tranen in mijn ogen) en“My temple should be a house of prayer. But you have made it a den of thieves.” GET OUT!!!!!!!!” (The Temple). Als ik dan toch de tempel uitgejaagd moet worden, dan maar door hem. De versies van de tempelscène zijn in Marcus (11:15-19), Mattheus (21:12-17) en Johannes (2:13-22) ongeveer gelijk. Tim Rice’s Gethsemane is – in ieder geval – niet gebaseerd op het evangelie van Lucas (22:39-46). In Lucas accepteert Jezus zijn lot namelijk kalm en gelaten. In JCS is Judas (gespeeld en gezongen door Jan Dulles) ook bloedstollend: “JESSSSSSSSSSSSSSSUSS! You started to believe the things they say of you. You really do believe this talk of God is TRUEUUUU?” (Heaven on their minds) en in Judas Death:“God! I’ll never ever know why you chose me for your crime. For your foul bloody crime. You have murdered me! YOU HAVE MURDERED ME!!!! Kan het eenzamer? Alleen het evangelie van Mattheus (27:3-10) en de Handelingen van de apostelen (1:18-19) zeggen trouwens iets over de dood van Judas. De versies verschillen. Alleen in Mattheus komt Judas door (zelf)ophanging om het leven[1].
3 Natuurlijk heeft JCS invloed op “geloofsbeleving”
Voor mij is de belangrijkste vraag niet of het verhaalde echt is gebeurd. Het gaat erom dat het je niet onberoerd kan laten. Als dit toch het geval is, wordt het de hoogste tijd voor een bezoek aan de huisarts. Het is eerst en vooral een fantastisch verhaal. De belangrijkste ingrediënten liegen er niet om: spiritualiteit, liefde, vriendschap en rebellie (Jezus, Judas, Petrus en de anderen), liefde tussen man en vrouw (Jezus en Maria Magdalena), angst (Judas), angst en politiek gekonkel (het politieke Sanhedrin: Caiafas, Annas en de anderen), verraad (Judas), machtsvertoon (het politieke Sanhedrin, Pontius Pilatus en Herodus), machtsmisbruik, decadentie, corruptie en spot (Herodus), besluiteloosheid en lafheid (Pontius Pilatus), spijt (Petrus), wijsheid en moed (Jezus), de dood (Judas en Jezus), het onvermijdelijke verdriet (Maria Magdalena, Petrus en de anderen) en de blijde boodschap (= evangelie) (allen). En dat gegoten in een subliem scenario, begeleid door prachtige klassieke rockmuziek.
Alhoewel dat in JCS nergens expliciet wordt uitgesproken door Jezus zelf – de enige die het tenslotte écht kan weten – hebben Webber & Rice de nadruk willen leggen op Jezus als mens. De idee dat Jezus en God één waren, komt vooral bij de apostel (geen discipel!) Paulus vandaan. Mens of God? Rome, Constantinopel, Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem hebben er tot aan het concilie van Nicea (352 A.D.) ruim driehonderd jaar over geruzied. De uitkomst was dat hij zowel mens als God was. Dat riekt naar een compromis. Doe mij dan Socrates (470-399 v. Chr.) maar. Hij wees er – zevenhonderd jaar eerder – in zijn eentje – op dat god niet tegelijkertijd goed en almachtig kán zijn. Een almachtige god bepaalt immers zelf wat goed is! In dat geval is ‘goed’ een nietszeggend begrip geworden. Een god die gebonden is aan hetgeen goed is, is weer niet almachtig. Volgens mij was Jezus goed en niet almachtig. Een god die zijn eigen zoon aan het kruis laat spijkeren, is misschien almachtig maar niet goed. Ik zou Abraham ook meer bewonderd hebben, indien hij zich met hand en tand zou hebben verzet tegen de opdracht om zijn eigen zoon te offeren. Dat verhaal getuigt – in mijn ogen – van tegennatuurlijke gehoorzaamheid. De mens als beul van god. Een fraai plaatje. “Religion is nothing but psychology projected into the external world” (Freud).
Nog even terug naar de emotie in JCS. Mijn -all-time- favoriete Jezus-verhaal is opgenomen in Strange Thing Mystifying: “Who are you to critise her? Who are you to despise her? Leave her, leave her, let her be now (…) she is with me now”. (Vrij naar Johannes 8:1-11, waarbij de JCS makers – in hun versie – Maria Magdalena als lijdend voorwerp kozen). In The Last Supper is Jezus bang – zonder angst geen moed – en zoekt hij, helaas vergeefs, steun: ‘Will no-one stay awake with me? Peter? John? James? Will none of you wait with me? Alleen in Marcus (14:12-26) worden Petrus, Johannes en Jakobus in deze ‘scène’ met naam genoemd. In Gethsemane is Jezus vooral moe: “After all I’ve tried for three years seems like ninety. Why then am I scared to finish what I started?” The Crucifixion bevat pijn, twijfel, berusting, en inderdaad, onmenselijke vergevingsgezindheid: “God forgive them – they don’t know what they’re doing. MY GOD, MY GOD, WHY HAVE YOU FORGOTTEN ME!!! Father into your hands I commend my spirit”. Wie kan zich niet identificeren met deze Jezus? Wie kent er geen Judas? Door de nadruk op het menselijke aspect raakt het mij eerder en meer. Ik ken niet zoveel goden persoonlijk.
4. Tot Besluit
Er staat een mooi verhaal in de Talmoed (belangrijkste heilige boek van het jodendom na ons Oude Testament). Een mens moet een jas met twee zakken hebben. In de ene zak zit een briefje waarop staat: “Ik ben niets dan stof en as”. In de andere zak een briefje met: “voor mij is de wereld geschapen”. Over wijsheid gesproken.
Marcel Tuyp, vrijdag 27 maart 2005
Dit artikel besloot de NIVO 20 jaar geleden niet te plaatsen. Wij doen het nu alsnog.