Heel mijn jeugd is versleten
In een kooi gemaakt van grote stalen balken
Die ik gedurende mijn vormende jaren heb belegd met laag na laag bladgoud
Mijn adolescentie versleet ik met het vijlen van die vernauwende, met roest besmeurde spijlen in de kelder van de universiteitsbibliotheek
Tot er niets meer over was dan rekbaar kippengaas
En als ik nu naar buiten kijk zie ik een gevang dat eeuwig groter wordt
Doordrenkt met denkers met artrose van het beklimmen en bekrabben van de muren
Na een poosje teentje baden in de zee van
hun stemmen
Heb ik maar teleurgesteld mijn brillen afgezet
Zijnde iets te onervaren om wat van hun waarheid te vinden
lk laat mijn lijken in de kast
Ook al heb je de blauwdruk
Dat betekent niet dat je ontsnappen kunt
