Er zijn van die onvergetelijke momenten in je jeugd, waar je vol bewondering staat te kijken van onverwachte gebeurtenissen. Voor mij was er in groep 6 zo’n moment toen meester Jan Schilder (Krun) een van de meest prachtige tekeningen die ik ooit had gezien van het bord veegde en dat zonder met zijn ogen te knipperen.  Nu, iets van 15 jaar later zit ik tegenover diezelfde meester Jan, die behalve zijn bijzondere tekentalent ook een geweldig verteltalent heeft, om antwoorden te krijgen op mijn vragen en wellicht een verklaring te krijgen voor zijn twijfelloze uitveegactie.

Kunstwerk van Jan Schilder (Krun)

Deze door mij zo gewenste verklaring ligt al snel op tafel. Jan Schilder is een ware perfectionist en zeer kritisch op zijn werk. Het overgrote deel wordt of zo uitgeveegd of simpelweg weggestopt om nooit de ogen van het publiek te bereiken. “Leuk, maar niet goed genoeg om te mogen blijven”. Resultaat: Jan Schilder’s productie komt voor hemzelf neer op gemiddeld 1 schilderij per jaar. Met deze verklaring zou ik zo naar huis kunnen, ware het niet dat Jan Schilder veel te interessant is en veel te inspirerende kunst maakt om het hier bij te laten. Jan Schilder zet fantasievolle taferelen op papier die tot de verbeelding spreken. En dat dus altijd met het nodige perfectionisme: “Een goed werk dient voor mij een algemene sterke indruk te hebben. Het liefst technisch ook goed en een goede kleurstelling”. En, opmerkelijk genoeg, Jan Schilder creeert nieuwe werkelijkheden; gekke hersenspinsels die niet bestaan. “Wat ik maak komt in de werkelijkheid niet voor. Elementen ervan natuurlijk wel, maar de verrassende combinatie van de bestaande elementen, daar gaat het om”. De vraag die bij zovelen opkomt wanneer ze de kunst van Jan Schilder zien is ‘waar haalt hij dit in vredesnaam toch allemaal vandaan?’. Jan verklaart: “Het is veelal assoccieren en combineren. Als het binnenkomt dan zet ik het op papier en vaak is dit dan een weergave van gekke gedachten en hersenkronkels. Maar hier kun je niet echt voor gaan zitten. Het komt vaak op geestelijke nulmomenten. Het begint bij mij met ‘droedels’: krabbelen tijdens een telefoongsprek of een vergadering en daarna als dat leuk is dan ga ik dat uitwerken. Het komt eigenlijk nooit aanwaaien”. 

In tegenstelling tot wat de meeste mensen vermoeden komen de verhalen bij de schilderijen achteraf en verrassend genoeg liggen deze dus niet van tevoren vast. “Elk verhaal dat ik erbij vertel is telkens anders”, verklapt hij glimlachend. Dat het vertellen van verhalen een onvervalst talent is van Jan Schilder is dan ook een feit. De schoolmeester heeft een liefde voor fantastische verhalen  – hij introduceerde mij niet voor niets de wondere werelden van Roald Dahl – maar vindt helaas te weinig tijd om hier meer mee te doen. Zijn perfectionisme is hier mede schuldig aan. Zijn kunstwerken zijn minitieuze urenwerkjes. En dan te bedenken dat sommige van deze urenvreters niet goed genoeg worden bevonden. Jan vindt dat hij zich nog steeds ontwikkelt en door de jaren heen beter wordt, daarom wil hij kwaliteit waarborgen. “Er is nog zoveel te halen. De grote meesters van vroeger vind ik weergaloos interessant. Het niveau dat zij hadden… die oude meesters waren ware tovenaars met olieverf. Ik zou dat ontzettend graag kunnen, maar dat is bijna onhaalbaar tegenwoordig”. Voor dat niveau is namelijk ontzettend veel tijd nodig en zoals genoemd is dat schaars. Jan Schilder gaat nog steeds naar cursussen om te leren en beter te worden. “Voor het beste resultaat heb je een goede techniek nodig en is het van belang studies te maken van de objecten die je gaat tekenen en schilderen”. Echter, ook op de cursus blijft Jan een beetje de vreemde eend in de bijt. “Ik ben echt meer van het originele werk en heb mijn eigen stijl. Het liefst werk ik alleen zodat ik veel kan overdenken. Mijn werk is mede hierdoor beter geworden. Ik brainstorm meer, neem meer de tijd om het beste eruit te halen. Ik forceer minder dan hiervoor”. Het resultaat is herkenbaar en omvat de al eerder besproken elementen. Het is fijnschilderkunst die op het eerste gezicht makkelijk te bevatten is. “Het is toegankelijk, daar streef ik ook naar, maar de plaatjes omvatten meer dan het eerste gezicht laat blijken. Er zijn dingen te ontdekken, details die kinderen er vaak meteen uit pikken. Ik belazer de boel altijd een beetje”.

Hopelijk worden we nog veel beetjes belazerd, want de schilderijen zijn typische eyecatchers die bij blijven en na een eerste keer bewonderen al in het geheugen staan gegrift. Dat is uniek. Meerdere mensen hebben om die reden al aangegeven dat er wat mee moet worden gedaan en dit zal zich zeer waarschijnlijk uiten in de vorm van een boek waarin al zijn beste werken zullen staan. Momenteel is Jan nog bezig uit te zoeken hoe het met de rechten zit en welke wegen er precies dienen te worden bewandeld om de publicatie te optimaliseren. Het is te hopen dat dit fantastische boek het daglicht ziet zodat er ook kan worden genoten van de schilderijen buiten de zeldzame exposities om. Hoe bescheiden Jan Schilder (Krun) ook is en hoe men het ook wendt of keert, hij is een oude meester. Ik hoop dat hij een nog veel oudere meester wordt. 

0 Shares:
You May Also Like