Dorpsgek verdoemt naar de stad die zijn gedaante en gedachten deelt
Stad van zonderlinge zielsverwanten, idealisten voor
Vrijheid en Verdraagzaamheid
Stad van nuchtere rationalisten die pragmatisch al hun arbeid importeren
Met een blinkend witte kern die als een baken van de schat van rijkdom uit het centrum reflecteert
Die elke kleur ander de buitenwijken in verdrukt en over elk klein uiteinde van dit metropool uitsmeert
Een kern van deugden waar alle buurtkinderen naar de universiteiten mogen om eindeloos te discussiëren over hoe we dit land kunnen ophemelen naar alle utopieën waarover ze hebben geleerd
Om, vervolgens braaf op de linkse partijen te stemmen die zijn bevolkt met hun oude universiteitsgenootjes
Veel van hen kennen geeneens iemand
Die met zijn handen werkt
Dorpsgek deelde deze sentimenten wel
Ging naar dezelfde universiteiten
Luisterde dezelfde muziek
Las dezelfde boeken
Deelde een maar deels getolereerde seksuele voorkeur
Maar
Werd nog steeds bestempeld als de ander,
Omdat hij zijn afkomst niet verloochende.
De dorpsgek is doodeenzaam