De Biljonairsclub

De bovenstaande strip zet ons aan het denken over de ongelijke balans tussen de straatarme Donald Duck en zijn stinkend rijke oom, Dagobert Duck. In het geldpakhuis zien we een van Dagoberts kluizen, en zorgvuldig getelde munten liggen overal over de grond verspreid. Er liggen stapels biljetten op een dossierkast, en een staartklok (ongetwijfeld van grote financiële waarde) toont ons de tijd. De twee bespreken hun voornemens voor het nieuwe jaar, maar helaas voor Donald worden zijn persoonlijke doelen en dromen belemmerd door zijn financiële situatie: hij heeft nog schulden bij vrienden en familie die hij moet aflossen voor hij aan persoonlijke groei durft te denken. Hij moet zich dieper in de schulden werken bij zijn vrekkige oom om verder gezichtsverlies bij zijn vriendin en oma te beperken: “Kan ik iets van u lenen?”

Donald Ducks thuis- en werksituatie is ons allen bekend: hij is continue in geldnood en als hij geld heeft kan hij er niet mee omgaan, hij heeft talloze baantjes (van brandweerman tot treinmachinist, van wereldreiziger tot muntenpoetser) om maar rond te kunnen komen, en ondertussen draagt hij zorg voor zijn neefjes Kwik, Kwek en Kwak, ooit gedumpt bij Donald op de stoep door zijn zus Dumbella. Tot slot is zijn vriendin Katrien na jaren van Donalds avances nog steeds er niet over uit of ze nu samen met Donald wil zijn, of liever met zijn neef Guus Geluk. Al met al een ongelukkige situatie voor Donald Duck. 

De bittere armoede waar Donald Duck in verkeert is een resultaat van de socio-economische slaafsheid van een Duckstad dat bezwijkt onder het juk van Dagobert Duck en de andere biljonairs. De Duckstadse bourgeoisie bestaat uit besnorde blanke mannen, met gestreepte broeken, dikke sigaren en randloze brillen of monocles. Op donaldduck.nl wordt de Biljonairsclub beschreven, alsook Dagoberts greep naar het voorzitterschap, en wel als volgt:

“[W]ie denkt dat de biljonairs de hele dag gezellig keuvelen over oliebronnen en knisperende biljetten heeft het mis. Door de eeuwige strijd om aanzien en rijkdom is het er vaak niet zo gezellig. Vooral Dagobert heeft vaak ruzie met de andere clubleden. […] Uiteindelijk komt Dagobert er achter dat het voorzitterschap [van de biljonairsclub] inhoudt dat je lezingen moet houden en grote donaties aan goede doelen moet geven. Omdat hij dat absoluut niet wil, zorgt hij ervoor dat hij de verkiezingen verliest.”

In Duckstad is filantropie niets meer dan een rookgordijn om de eigenlijke vrekkigheid van de bourgeoisie te verhullen, en het veinst slechts een interesse in het welzijn van de arbeidersklasse. De hogere klassen in Duckstad zijn gedehumaniseerd geraakt, hun rijkdom garandeert hun status, en hun filantropie waarborgt hun morele superioriteit over de lagere klassen.

Tekst gaat door onder de afbeelding

Donald Duck, en velen met hem, gaat gebukt onder een slaafse moraliteit, waarin iemand zoals oom Dagobert zijn morele superioriteit waarborgt zo lang Donald niet in staat is zijn schulden af te betalen. In het door biljonairs bestuurde Duckstad, waar de bourgeoisie het morele kompas van het proletariaat voorschrijft, is de status quo door en door corrupt en van ieder idealisme ontdaan. Winstbejag en zelfbehoud zijn de drijfveren van deze plutocratie, de bestuursvorm waarin de rijken aan de macht zijn. Inderdaad, wanneer Donald zijn precaire situatie uitlegt aan zijn oom, kan die alleen maar antwoorden: “Mooi! En hoe kom je aan geld?” Wat is dit voor wereld, waarin een eend zijn oom, een gevederde triljardair, moet smeken om geld om zijn schulden af te kunnen betalen aan zijn vriendin en grootmoeder?

How to Read Donald Duck (1971)

In How to Read Donald Duck: Imperialist Ideology in the Disney Comic (1971) beargumenteren Ariel Dorfman en Armand Mattelart dat de Disney-strip eigenlijk een vehikel is voor kapitalistische propaganda, en met name voor het Amerikaans cultuurimperialisme (saillant detail: Dorfman en Mattelart moesten twee jaar na publicatie van het boek vluchten uit Chili als gevolg van een militaire staatsgreep, en How to Read Donald Duck werd verbannen en in grote aantallen verbrandt). Door de kromme verhoudingen in Duckstad als alledaags te presenteren, lijken eigenlijke immorele houdingen ten opzichte van geld, derdewereldlanden en man/vrouw-relaties opeens acceptabel. Dorfman en Mattelart wijzen op de fouten in dit systeem; zo beargumenteren zij dat de economische relaties in Donald Duck-strips altijd verticaal zijn — geld en status gaan hand in hand — terwijl de familiaire relaties horizontaal zijn: in de Disney-familiestructuur is er nooit een natuurlijk vaderfiguur, of patriarch, aanwezig. De vader van Kwik, Kwek en Kwak komt niet of nauwelijks voor in de strips, noch die van Donald of Katrien. “Uncle-authority,” schrijven Dorfman en Mattelart, “not having been conferred by the father (the uncle’s brothers and sisters, who must in theory have given birth to the nephews, simply do not exist), is of purely de facto origin, rather than a natural right. It is a contractual relationship masquerading as a natural relationship” (34). Binnen deze familiaire verhoudingen, waarin ouder-kind-relaties nonexistent zijn, is er geen liefde mogelijk: als je lijdt, lijd je alleen, altruïsme en filantropie zijn tot zwaktes gedegradeerd, en een helpende hand is ver te zoeken (35). Zo laat Katrien Donalds liefde al jaren onbeantwoord: hun relatie is niet romantisch, maar economisch. Zodra Donald in financieel zwaar weer verkeert, deserteert Katrien naar Guus Geluk.

Tekst gaat door onder de afbeelding

Ondanks het feit dat Donald en zijn neefjes vaak verantwoordelijk zijn voor de humanisering van Dagobert — wanneer zij samen een lange reis maken, zijn vuile werk opknappen, of wanneer zij hem laten zien dat er meer in het leven is dan geld en bezit — blijft voor Dagobert zijn relatie tot Donald en zijn neefjes strikt financieel. Sterker nog, in een van de verhalen worden Kwik, Kwek en Kwak, maar niet Donald, uitgeroepen tot erfgenaam van Dagoberts triljardenerfenis (Some Heir over the Rainbow (1953)). Niet vanwege hun familieband, maar omdat het de neefjes lukt Dagoberts toch al niet onaanzienlijke fortuin te vergroten. Bovendien dreigt Dagobert in meerdere strips om Donald uit zijn erfenis te schrappen als ie nog eens over de schreef gaat. Aanspreken op zijn gedrag (“Je bent een slechte vader”) gaat niet in verband met de neef/oom-relatie, die zorgt voor een verwrongen onderlinge hiërarchie.

Deze scheve machtsverhouding tussen twee familieleden — die dus eigenlijk geen echte familieband hebben, maar eerder een koude financiële verhouding — doet ons denken aan wat Karl Marx en Friedrich Engels beargumenteren in Het Communistisch Manifest (1848). In dit beroemde manifest wordt de klassenstrijd gepresenteerd als de alomtegenwoordige en historische drijfveer van alle samenlevingen tot dan toe. Met betrekking tot Donald Duck zien we dat hij overduidelijk tot de geëxploiteerde arbeidersklasse behoort, ofwel het proletariaat, en Dagobert tot de bourgeoisie: 

“De bourgeoisie heeft alle tot nu toe eerwaardige en met vroom ontzag beschouwde ambten van hun heilige schijn ontdaan. Zij heeft de geneesheer, de jurist, de priester, de dichter, de man van de wetenschap in haar betaalde loonarbeiders veranderd. De bourgeoisie heeft van de familieverhouding haar roerend sentimentele sluier afgerukt en haar tot een zuivere geldverhouding teruggebracht.”

Dagobert voldoet vrijwel letterlijk aan alle kritiek die Marx heeft op de bourgeoisie, namelijk het tot doel stellen van eindeloze accumulatie, een mateloze drift tot schatvorming (Dagobert zwemt letterlijk in het geld), voorkoming van circulatie (Dagobert geeft niets uit) en een absolute onachtzaamheid voor het welzijn van zichzelf en anderen ten behoeve van kapitaalvergaring (Das Kapital I.3.3.a.).

Tekst gaat door onder de afbeelding

De strip bovenaan deze pagina wekt de schijn dat Dagobert Duck zijn klunzige neef matst door hem überhaupt geld te lenen, maar in werkelijkheid zien we hier de machinaties van een plutocratie: de rijken zijn aan de macht, en de armen wordt een klassenstrijd onmogelijk gemaakt door hun sociologische probleem (Donald Duck kan niet goed met geld omgaan) te verdraaien tot een economisch probleem (Donald Duck heeft een schuld). Inderdaad, de economische exploitatie van Duckstad door Dagobert Duck en de andere leden van de bourgeoisie reduceert de slagkracht en worsteling van Donald Duck en zijn mede-proletariërs tot een discussie over goed en kwaad (Dorfman & Mattelart 67). In deze verhouding kan het proletariaat alleen maar verliezen zo lang zij een economische schuld heeft ten opzichte van de bourgeoisie. Deze positie wordt schrijnender na Donalds door wanhoop gedreven vraag, welke hem alleen maar dieper in de schulden zal brengen bij de grootste vrek van Duckstad: “Kan ik iets van u lenen?”

Hopelijk wordt Duckstad snel wakker, en realiseren de donzige proletariërs zich de uitzichtloosheid van hun economische positie onder de schaduw van Dagobert Duck en zijn biljonairsclub. Dan start Donald Duck het volgende jaar met een voornemen dat er echt toe doet: revolutie!

Geciteerde werken

Dorfman, Ariel, en Armand Mattelart. How to Read Donald Duck: Imperialist Ideology in the Disney Comic, Ediciones Universitarias de Valparaíso, 1971. https://fadingtheaesthetic.files.wordpress.com/2012/03/33788991-how-to-read-donald.pdf=. Geraadpleegd op 8 januari 2021. 

Duckipedia: Biljonairsclub. https://www.donaldduck.nl/duckipedia/b/biljonairsclub/ Geraadpleegd op 8 januari 2021.

Marx, Karl, en Friedrich Engels. Het Communistisch Manifest, vertaald door Herman Gorter. Marxists Internet Archive Nederlandstalig, https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1848/manifest/cm.pdf. Geraadpleegd op 8 januari 2021.

Marx, Karl. Het Kapitaal, vertaald door Dr. I. Lipschits. Marxists Internet Archive Nederlandstalig, https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1867/kapitaal/het_kapitaal.pdf. Geraadpleegd op 8 januari 2021.

11 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Strips van Straks

Een introductie en voorproefje van Frank Bonds stuk "Strips van Straks". Dit stuk is in zijn geheel te lezen in cultureel opinieblad enClave (mei 2021) en vanaf nu te koop bij de boekhandel.