I.I De biecht uit het verleden

Al een tijdje zit ik vast in deze verre toekomst. Een plek die me net zo raar voorkomt als het verre verleden, daar niet van. Er zijn nog steeds geen vliegende auto’s hier, geen cyborgs, geen met lichtsnelheid reizende ruimteschepen. Maar god o god, wat is het hier maf. Eten doen ze in verband met tekorten eens per dag op de bon, de rest gaat via supplementen. De supplementen zijn lekkerder dan het smakeloze grijze voer dat voor een maaltijd door moet gaan. Elektriciteit dan. Die is er voor persoonlijk gebruik alleen van 16:00 tot 20:00. Vrijwel overal waar ik tot nog toe ben geweest heerst een armoede die zijn weerga niet kent. Dus ik ben wat verbaasd dat iedereen die ik spreek gelukkig overkomt. Zelf wil ik gewoon terug, snap je? Naar huis. Naar 2021.  

Ik zit nu in wat ooit een Albert Heijnsupermarkt was. Te wachten totdat we wat van dat beloofde eten krijgen. Iedereen om me heen leest boeken of praat met elkaar. Dat is wel een verademing ten opzichte van het apocalyptische zombieverleden waar ik vandaan kom.

Vanzelfsprekend spreek ikzelf met niemand. Ik wil niet opvallen. Dus heb ik snel een Groene Amsterdammer van de tafel gegrist om me achter te verstoppen. Gedateerd 23 januari 2071. Wegens papiertekorten niet zoveel pagina’s als in 2021, maar vooruit. Het artikel op de pagina die ik opensla trekt direct mijn aandacht. Een artikel van ene Alyosha nog wat. In een serie over opmerkelijke fenomenen uit het verre verleden.  
—–

Digitaal Verleden

BIECHTEN IN DE EERSTE DECENNIA VAN DE EENENTWINTIGSTE EEUW
Over selfies

Alyosha W-G
beeld Gabriël Thomas   

De valstrik van het internet. In de periode tussen 1995 en 2025 trapte iedereen er met open ogen in. De illusie van onbegrensde mogelijkheden en vrijheid wist iedereen in die eerste decennia moeiteloos als een rattenvanger achter zich aan te lokken.

Dat het een geld en data-gedreven mistbank was die gebruikers internationaal in toenemende mate het kritisch denkvermogen ontnam, werd vanaf 2020 door een toenemende polarisatie in de samenleving meer en meer duidelijk. Het duwde de verslaafd geraakte gebruikers in zogenaamde bubbels. Echokamers waarbinnen het individu zichzelf en de wereld om zich heen minder en minder begon te ondervragen. Geld, populariteit en macht golden geheel volgens neoliberale principes boven alles. Het morele denken raakte meer en meer verdoofd en verlamd. Zonder enige ethische, filosofische levensvisie begon het nietsontziende exhibitionistische hedonisme dat het internet iedere dag via al zijn kanalen uitzond de wereldbevolking toe te schijnen als een heuse religie. Een nihilistische religie van het tot heilig bestempelde individu waarbij deze zich onbeperkt mocht verrijken ten koste van de wereld om zich heen.

Dit werd niet of weinig ondervraagd. Sterker nog, vanaf de opkomst van de smartphone werd het de norm het privéleven in al haar facetten te delen met de wereld. Of voornamelijk de machine: het internet en “Big Tech”. Als een geloofsbelijdenis. Of biecht. Deze biecht werd dusdanig prominent dat iedere gebruiker zich op de sociale media begaf om zoveel mogelijk van zichzelf te laten zien. Zelfs toen bekend al was dat privacywetgeving bewust werd geschonden door Big Tech, bleven mensen zich vrijwillig en schouderophalend onderwerpen. In die periode groeide het probleem simpelweg door. De populariteit van het meest zorgwekkende biechtsymptoom van het internet nam alleen maar toe. We hebben het over de selfie.

Een symptoom zo oppervlakkig dat het werd weggewuifd als onbenullig en irrelevant. Het was er gewoon. Dus kinderen en tieners werden zorgeloos en zonder enig toezicht vrijgelaten in het narcistische digitale landschap waarbij zij opgroeiden in bubbels. Dag in dag uit fotografeerden ze zichzelf met hun smartphones. In het Hamelen van toen werden kinderen snel gedoopt en zonder enig toezicht vrijgelaten. Pas laat, te laat, zou de impact van de structurele geestelijke schade zichtbaar worden.
—-
Ik frons. Tja vanuit 2071 bekeken was dat best gek allemaal. Die tijd waarin ik leefde. Mijn maag rammelt. Ik kijk op of er al ergens pannen in aantocht zijn, maar weet het antwoord al. Dit gaat nog even duren. Ik sla de pagina om.

Ik schrik. Het zweet breekt me overal uit. Op de volgende pagina sta ik zelf. Zonder twijfel. Dat ben ik. Een kleurenfoto inclusief een kader met achtergrondinformatie. Mijn ogen schieten over de pagina. Blijkbaar ga ik dood in 2067. En werd ik in 2040 geïnterviewd door de Groene Amsterdammer over mijn pogingen kunstuitingen uit het digitale domein te redden in de jaren ’20. Tot mijn spijt is slechts een deel van het interview weergegeven in de context van de artikelreeks. Schijnbaar een stuk over mijn blik op selfies.

BENIEUWD NAAR HET INTERVIEW? EN HOE HET FRANK VERDER ZAL VERGAAN IN 2071? LEES VOLGENDE WEEK HOOFDSTUK 2!

Het Artwork voor 2071: A Selfie Odyssey wordt mede mogelijk gemaakt door Frank Bonds AI Bot B613.

0 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Even voorstellen… Emma Steur

Tijd om de redactie van enClave aan jullie voor te stellen! Dit keer: Emma Steur over haar voorliefde voor games en Engelse literatuur, en waarom iedereen Sylvia Plath zou moeten lezen.