Lockdowns en sneeuwstormen, er zijn mensen thuis gebleven met slechtere redenen. Wat mij betreft een perfecte periode om mijn intellectuele schuld jegens de Westerse filmgeschiedenis in te lossen. Deze maand werp ik mezelf op een aantal klassieke cinematografische hoogtepunten van de afgelopen eeuw, waarbij de AFI’s 100 Years…100 Movies-lijst als leidend wordt beschouwd. Deze lijst bestaat uit de 100 beste Amerikaanse films, zoals bepaald en geselecteerd door het American Film Institute, en genomineerd met behulp van een poll, ingevuld door meer dan 1.500 toonaangevende kunstenaars en filmmakers. Deze week begin ik met Citizen Kane (1941), vaak gezien als de beste film aller tijden, en met een koppige eerste plek in nagenoeg alle filmlijsten die er maar te vinden zijn.

Citizen Kane opent met het overlijden van Charles Foster Kane, de hoofdpersoon, gespeeld door Orson Welles (tevens regisseur van de film). Op zijn sterfbed laat Kane een glazen sneeuwbol uit zijn hand rollen die vervolgens op de grond kapot valt. Zijn laatste woorden: “Rosebud”. Wat volgt is een uitzending van News on the March, waarbij we leren dat Kane een media mogul was, een immens rijke krantenmagnaat die met de groten der aarde sprak, at en dronk: hij kon Adolf Hitler en meerdere Amerikaanse presidenten tot zijn vriendenkring rekenen. De kijker leert onmiddellijk: Kane was ‘larger than life’. Hij is de Richard Murdoch van zijn tijd, een onaantastbaar icoon die zijn rijkdom te danken heeft aan opiniemakerij. Toch overlijdt hij moederziel alleen, in zijn gigantische paleis genaamd Xanadu, dat bomvol staat met antieke beelden en kunstwerken die Kane over de jaren heeft verzameld. Kane was een enigma, zijn rijkdom garandeerde hem geen persoonlijk geluk, en zijn politieke carrière werd om zeep geholpen door een privéschandaal. Journalist Jerry Thompson wordt op pad gestuurd om het mysterie rondom de mediamagnaat te ontrafelen, misschien waren zijn laatste woorden wel de sleutel tot wie Charles Foster Kane werkelijk was. Thompson gaat op onderzoek uit, en stelt iedereen die Kane persoonlijk kende de vraag: wat is de betekenis achter “Rosebud”? 

De puls van Citizen Kane ligt in de voortstuwende kracht van “Rosebud” (Alfred Hitchcock noemde dit een “MacGuffin”, een object dat het plot in gang zet, maar verder niet wordt gedefinieerd). Niemand lijkt te weten wat “Rosebud” betekende voor Kane, zijn vrienden niet, zijn tweede vrouw niet, zijn financieel partners niet. Toch lukt het Thompson wél om het persoonlijke leven van Kane in kaart te brengen, op een Rashōmon-achtige manier. Rashōmon (1915) is een kort verhaal van de Japanse auteur Ryūnosuke Akutagawa, waarin een misdaad wordt overgeleverd via slechts ooggetuigenverslagen. Het idee is dat deze onbetrouwbaar zijn, maar toch telkens een essentieel stukje van de puzzel onthullen. Dezelfde verhaaltechniek zien we in Citizen Kane: we horen alleen via-via wie Kane was, en met welke persoonlijke dilemma’s hij worstelde. Zo leert Thompson uit de memoires van Walter Parks Thatcher — de voogd van Kane — dat hij zijn rijkdom te danken had aan het feit dat zijn moeder ooit een schijnbaar waardeloze goudmijn had geërfd. Vervolgens besluit Kanes moeder om de opvoeding en boekhouding van de jonge Kane uit te besteden aan Thatcher. Het shot waarin deze scène zich afspeelt is overigens baanbrekend: we zien Kanes ouders en Thatcher binnen in een gammel houten huisje het lot van Kane bediscussiëren, terwijl buiten de kleine Charles met een sleetje in de sneeuw aan het spelen is. Deze techniek wordt deep-focus genoemd, waarbij zowel de voorgrond als de achtergrond scherp worden gefilmd. De toepassing van deep-focus in een Hollywoodproductie was absoluut cinematografisch pionierswerk van Orson Welles, de 24-jarige regisseur.

Citizen Kane heeft haar relevantie behouden door de tijdloosheid van haar verhaal. Door een mythisch figuur te ontleden door middel van anekdotes wordt de mens bloot gelegd. Kane de mythe is makkelijk te ridiculiseren en te abstraheren tot een karikatuur, maar Kane de mens roept onze compassie op en toont hem als een van ons, een concreet wezen van vlees en bloed. We leren dat de Amerikaanse droom, ofwel Kanes katapultering van een arme jongen uit de arbeidersklasse tot immens rijke mediamagnaat, voor Kane geen zegen blijkt. De worstelingen die bij ons gepaard gaan met onze dromen, zijn voor Kane een fait accompli. Bijvoorbeeld: Kanes tweede vrouw is een aspirerend operazangeres met een matige ambitie, maar Kane neemt geen genoegen met matigheid, dus bouwt hij een gigantisch concertgebouw dat zij mag openen. De recensies van de critici zijn vernietigend. Ook die geschreven door Kanes beste vriend, die nota bene voor Kanes eigen krant schrijft. Alhoewel Kane met zijn krantenimperium een machtige stem heeft, leren we dat je zelfs met al het geld in wereld de realiteit maar tot op zekere hoogte kan manipuleren. Dit fenomeen lijkt inherent aan meerdere personen binnen onze Westerse, kapitalistische samenleving. Ook de terugtrekking van Kane in zijn gigantische paleis Xanadu doet ons niet vreemd aan. Er is niemand met wie hij zich nog kan identificeren, en niemand kan zich nog tot hem verhouden. Door zijn paleis vol te proppen met de mooiste antieke kunstwerken vanuit de hele wereld vult hij een leegte die voor de rest van de wereld non-existent is. Xanadu is Graceland, Neverland, de Trump Tower, eigenlijk al die plekken van rijke mediafiguren die niet meer weten wat ze met hun geld moeten.

Een kenmerk van iedere klassieker is haar tijdloosheid: zulke kunstwerken breken met de ketenen van hun temporele setting en overstijgen zichzelf als artistiek ambachtsproduct, bovendien lijkt het vaak dat ze daarbij hun tijdgenoten ver achter zich laten. Het meesterwerk presenteert zichzelf als een geïsoleerde tour de force, een Goddelijk geschenk tussen de aardse creaties van haar tijdgenoten. In die zin is Citizen Kane voor de cinematografie wat de Mona Lisa is voor de schilderkunst. Tegelijkertijd is een kunstwerk altijd onlosmakelijk verbonden met haar tijd, en kan het historisch gezien hoogstens functioneren als een scharnier: het maakt duidelijk wat er daarvoor werd gemaakt, en gaf dat wat daarna werd gemaakt haar nieuwe richting. Citizen Kane functioneert op exact zo een manier: Orson Welles, de regisseur, maakte veelvuldig gebruik van de revolutionaire filmtechnieken van zijn tijd en combineerde deze voor het eerst in een volwaardige Hollywoodproductie. Sindsdien zijn veel van deze technieken voor ons — het verwende 21e-eeuwse filmpubliek — standaardprocedure geworden, maar het was de 24-jarige Orson Welles die in 1941 de lans brak voor zulk een ervaring. Welles was zich bewust van het belang van de totaalervaring, de film als Gesammtkunstwerk, en werkte nauw samen met de verschillende onderdelen, die samen de film tot een meesterwerk maken. Inderdaad, Citizen Kane is beroemd om de cinematografische visie van Gregg Toland, de kunstzinnige editing van Robert Wise en de muziek en toepassing per scène door Bernard Hermann. Ten slotte, het scenario, geschreven door Herman J. Mankiewicz en Orson Welles, is een van baanbrekende schoonheid en vervreemdende nabijheid. Citizen Kane is met recht een klassieker, die iedereen die zich een beetje filmliefhebber noemt gezien zou moeten hebben. 

De legende van Citizen Kane leeft voort, vorig jaar verscheen er nog een film over Herman J. Mankiewicz, de co-auteur van het verhaal (hieromtrent bestaat overigens veel discussie, verscheidene boeken zijn gewijd aan wie nou eigenlijk verantwoordelijk is voor het verhaal van Citizen Kane: Welles of Mankiewicz, of beiden). Gary Oldman vertolkt Mankiewicz in de instant klassieker Mank (2020), te zien op Netflix. 

10 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Nomadland (2020)

Drievoudig Oscarwinnaar "Nomadland" is een film over het project "Amerika", met een diepe en doorvoelde empathische boodschap.