Quo vadis, Aida? (Nederland/Bosnië-Herzegovina, 2020) is geregisseerd door de gelauwerde Bosnische Jasmila Žbanić (1974), een seculiere moslima. Het ook door haar geschreven scenario is geïnspireerd door Under the UN Flag: The International Community and the Srebrenica Genocide van Hasan Nuhanović (2007). Voor deze vijfde lange speelfilm kreeg Žbanić o.a. een Oscar-nominatie voor beste niet-Engelstalige film. Met haar speelfilmdebuut Grbavica (2006) had ze direct de Gouden Beer van Berlijn gewonnen. Beide films gaan over (de gevolgen van) de extreem gewelddadige Bosnische burgeroorlog van 1992-1995. Žbanić wil haar landgenoten met haar films handvaten bieden om dat zwaar drukkende verleden te kunnen verwerken. Hoewel kunst niet op basis van haar nut dient te worden beoordeeld, kan zij op dit punt een positieve rol vervullen. Quo vadis, Aida?  wordt vanuit dramatisch oogpunt gedragen door hoofdrolspeelster Jasna Djuricic. Zij is de als tolk voor Dutchbat III werkende Aida. In haar indringende en uiteindelijk radeloze blik ziet de kijker het gehele drama van de val van Srebrenica weerspiegeld.
Narratologisch is de geschiedenis (behorende bij het verhaal dat de film is) als volgt: als tolk voor een nabij haar eigen stad Srebrenica gelegerde VN-vredesmissie (Dutchbat) is een Bosnische vrouw met een seculiere moslimachtergrond er getuige van dat haar man en twee zoons vanaf de basis van deze vredesmissie worden gedeporteerd. Ondanks haar smeekbeden volhardt de plaatsvervangend bevelhebber in zijn standpunt dat hij haar gezinsleden niet anders kan behandelen dan de vluchtelingen op de compound en aan de poort.

Indeling artikel
Hierna wissel ik sub paragrafen die de waargebeurde feiten weergeven af met sub paragrafen die gaan over (het verhaal van) de film. Ik doe dat omdat de val van Srebrenica ook een Nederlands trauma is, en ik voor de kijkers van deze film de feitelijke achtergrond wil schetsen. De twee ‘verhaallijnen’ kunnen ook los van elkaar worden gelezen.

Realiteit: Deconfiture van voormalig Joegoslavië[1]

Het overlijden van maarschalk Tito op 4 mei 1980 vormde het begin van het einde van Joegoslavië. Met de Slavische moslims (Bošnjaci of Bosniakken), Kroatische katholieken en Servische orthodoxe christenen leefden daar drie religieuze groeperingen ofwel drie politieke bloedgroepen verdeeld over zes verschillende deelrepublieken. Een kleiner Slavisch volk zijn de Montenegrijnen. In reactie op de groeiende invloed van Servië verklaarde Slovenië zich als eerste deelrepubliek op 25 juni 1991 onafhankelijk. Na een referendum volgde op 1 april 1992 Bosnië en Herzegovina als derde. De Bosnische Serviërs die dit referendum hadden geboycot, waren tegen deze onafhankelijkheid, en vóór Joegoslavië (of anders een Groot-Servië).
Op 6 april 1992 brak in Bosnië en Herzegovina een burgeroorlog uit. De bevolking van de in Oost-Bosnië gelegen stad Srebrenica bestond voor de meerderheid uit moslims terwijl de stad gelegen was in een overwegend Servisch gebied. In het voorjaar van 1992 veroverden de Serven de stad, maar later in dat jaar namen de Moslims haar weer over. Tijdens aanvallen van de Moslims op Servische locaties buiten de stad kwamen vervolgens naar schatting duizend Serviërs om het leven. In de eerste (winter)maanden van 1993 verslechterde de humanitaire situatie.

Film: Een vrouw als hoofdpersoon
Na Under the UN Flag schreef Hasan Nuhanović (2007) met De tolk van Srebrenica (2020) zijn memoires. Het boek gaat over de periode vóór 11 juli 1995 en verhaalt vrijwel niet over de periode ná 13 juli 1995. Naast tolk is Nuhanović dan een ongetrouwde student die vanwege de burgeroorlog weer samenleeft met zijn ouders en zijn jongere broer. Vanuit hun woonplaats Vlasenica komen zij uiteindelijk in Srebrenica terecht. In de film, die vooral gaat over de gebeurtenissen tijdens de dagen van 11-13 juli 1995, is de tolk een getrouwde vrouw uit Srebrenica wier gezin verder bestaat uit haar man en twee zoons. Žbanićs keuze voor een vrouw als hoofdpersoon vergroot het dramatisch potentieel van de film. Dit omdat daardoor het scherpere contrast ontstaat van een vrouw die in een door mannen beheerste wereld vecht voor haar eigen gezin. Een deels door ‘esthetische’ overwegingen ingegeven keuze die het waarheidsgehalte van de film echter niet aantast. Zo kon Aida bovendien als Žbanićs alter-ego fungeren. Waar de Nederlandse speelfilm De Oost (2020) vanuit het perspectief van een bezetter wordt verteld, gebeurt dit bij de Bosnische speelfilm Quo vadis, Aida? voornamelijk vanuit het perspectief van een slachtoffer: Aida. Gezien ook haar eerdere werk als geëngageerd regisseur kon de geboren Bosnische met deze belangrijke film een hoopvol eerbetoon brengen aan de vrouwen die gedurende de afgelopen vijfentwintig jaar hun verwoeste gemeenschap weer moesten opbouwen. Vrouwen als Aida vormden het fundament onder het Bosnië-Herzegovina van na de burgeroorlog, lijkt Žbanić ons te willen zeggen.

Realiteit: safe area Srebrenica
Op 11 maart 1993 kwam de Franse generaal Morrilon zelf poolshoogte nemen in Srebrenica. Toen de moslims hem niet wilden laten gaan, werd Srebrenica door de UN-Veiligheidsraad tot een zogenaamde safe area bestempeld (Resolutie 819). In haar rapport Srebrenica uit 2002 stelde het NIOD in verband met het begrip safe area het volgende: ‘Dat zou het begin betekenen van heel veel onduidelijkheid, temeer omdat nergens volkenrechtelijk was vastgelegd wat de status (anders dan safe haven, MT) van een safe area was. Ter naleving van Resolutie 819 vestigde een Canadees bataljon zich per 18 april 1993 in Srebrenica. Begin 1994 werd dit bataljon vervangen door Dutchbat I. De basis van Dutchbat (afkorting van: Dutch Batallion) I, II en III was gevestigd op het terrein van een oude accufabriek bestaande uit een enorm gebouwencomplex even buiten Potočari, een dorpje dat onderdeel was van de gemeente Srebrenica, een stad aan de grens met Servië met circa 7.000 inwoners grotendeels Slavische moslims (Bošnjaci).

Film: Ratelende rupsbanden in ochtendmist door groen heuvellandschap
Door het vertrek van Aida’s gezin uit hun huis in Srebrenica af te wisselen met close up shots van de ratelende rupsbanden van M-84 tanks die in de ochtendmist door een groen heuvellandschap denderen, verbeeldt de sterke openingsscène de voorbode van een ongelijke strijd. Vanaf dan vertelt Žbanić het verhaal van deze mensen recht-toe-recht-aan, vrijwel chronologisch met één vrij uitgebreide flashback naar wat op een intiem dorps- of verenigingsfeest met een heuse welke-vrouw-heeft-het-mooiste-kapsel?-verkiezing lijkt. Slavische moslims lijken daarmee in ieder geval weinig orthodox. Door de flexibele camera en de realistische, journalistieke opnamestijl gaat de film qua sfeer soms richting een live-reportage zoals die soms onderdeel is van een documentaire. De volgende scène van de film (de ochtend van 11 juli 1995 vóór de val van de stad Srebrenica) bevat de tragiek voor overste Karremans. Via Aida als tolk belooft hij de burgemeester van Srebrenica dat de luchtsteun om de verovering van zijn stad door de Bosnische Serviërs te verhinderen zal komen. De burgemeester, die daar inmiddels niet meer in gelooft, sneert in reactie op een eerdere opmerking van Karremans: ‘you are a lousy pianoplayer’. In de film wordt de burgemeester nadat hij is herkend direct vermoord.
Het meest bepalende beeld van de film blijft echter Aida die tijdens de dagen van 11-13 juli 1995 door velen herkend en aangeklampt gehaast de gehele compound doorkruist op zoek naar overste Karremans of later diens vervanger majoor Franken.

Realiteit: De inzet van luchtsteun bij safe area Srebrenica
Bij een safe haven werd anders dan bij een safe area wel full protection gegarandeerd. Luchtsteun kan bestaan uit close air support (defensief) of air strikes (offensief) en kan met name worden toegepast ter verdediging van een gebied dat als safe haven is aangemerkt. Uit het stappenplan van de Procedure Luchtsteun[2] blijkt dat de aanvraag om luchtsteun van de bataljonscommandant door vijf bestuurslagen dient te worden goedgekeurd. Achtereenvolgens: 1) Close Air Support Committee, 2) Force Commander, 3) Speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal VN, 4) Secretaris-generaal VN, 5) de hoogste NAVO-commandant. Stap 4 en 5 staan ook wel bekend als de dubbele sleutel. Uit de behandelingen van eerdere verzoeken om luchtsteun in Bosnië kan de conclusie worden getrokken dat dit middel doorgaans zeer terughoudend, regelmatig te laat en vaak niet effectief werd ingezet.[3] Niet elk verzoek om luchtsteun van overste Karremans werd afgewezen. Nadat hij in de dagen daarvoor drie keer tevergeefs om luchtsteun had gevraagd, werd zijn verzoek van 10 uur in de ochtend van 11 juli 1995 wel gehonoreerd. Op dat moment was de enclave Srebrenica (m.u.v. de compound van Dutchbat) echter al grotendeels ingenomen. Een bom sloeg in de nabijheid van een Servische tank in. Nadat de generaal van de Bosnische Serviërs Ratko Mladić vervolgens dreigde om de door hem in gijzeling genomen VN-waarnemers te fusilleren, werden verdere luchtaanvallen afgeblazen. In zijn rapport aan de General Assembly genaamd The Fall of Srebrenica adviseert de secretaris-generaal, ten tijde van de val van Srebrenica verantwoordelijk voor Peacekeeping Operations, Kofi Annan, om bij een dreigende genocide in het vervolg wel luchtsteun in te zetten.
Op 11 juli 1995 werd de enclave Srebrenica (het hart van een safe area) ingenomen door de Bosnische Serviërs onder leiding van Mladić. Op 13 juli 1995 werden op zijn bevel ruim achtduizend mannelijke moslims (Bošnjaci) vanuit de UN-basis Dutchbat gedeporteerd en later vermoord. Op 14 december 1995 maakte het verdrag van Dayton een einde aan de Bosnische Burgeroorlog. De ‘binnengrenzen’ van voormalig Joegoslavië zijn echter nog altijd niet definitief. Zo accepteert Servië de onafhankelijkheid van Kosovo bijvoorbeeld niet.

Film: Een lerares met een nobel doel
Tijdens een gezamenlijke sigaret – er werd veel gerookt – vertelde Aida de Nederlandse arts (Reinout Bussemaker) dat ze na de oorlog weer docent basisschool wordt. In de slotscène, die een aantal jaren daarna speelt, kijkt zij van achter uit de gymzaal voldaan naar het ingestudeerde dansje van dertig circa zevenjarige kinderen uit haar klas. Vervolgens wat shots van enthousiaste (groot)ouders in dezelfde zaal. Plots herkent de kijker de Bosnisch-Servische militair die toegang tot de compound opeiste om te kunnen checken of er zich tussen de Bošnjaci (Slavische moslims) strijders schuilhielden. Omdat hij haar zo ruw onderbrak, zal zij zijn gezicht niet zijn vergeten. Het kan toch bijna niet anders of zij is deze man sinds het einde van de burgeroorlog al eens eerder tegen het lijf gelopen? Een trotse (groot)vader van een kind uit haar klas? Deze man kan haar man en hun beider zoons hebben vermoord of daar opdracht toe hebben gegeven. Zou Aida deze man in dat geval kunnen vergeven? Hoe zou regisseur Jasmila Žbanić daarover denken? De tweede keer de film kijken was net zo’n intense ervaring als de eerste keer.

Besluit
Het antwoord op de vraag ‘Waar ga je heen, Aida?’ lijkt te zijn dat Aida net als Petrus terugkeert naar de gemeenschap die haar nodig heeft.[4] Hasan Nuhanović vertelt in De tolk van Srebrenica (p. 352) dat hij er later achter kwam dat majoor Franken wist dat er op dat moment buiten de compound executies plaatsvonden. Dutchbat werd door de Nederlandse Hoge Raad in haar vonnis van juli 2011 (mede)verantwoordelijk gesteld voor de dood van Hasan Nuhanovićs vader en broer. Jasmila Žbanić zet zich in voor het gemeenschappelijke binnen voormalig Joegoslavië. Zij is een van de ondertekenaars van The Declaration on the Common Language. Deze verklaring stelt dat Kroaten, Bosniakken, Serviërs en Montenegrijnen een gezamenlijke standaardtaal delen van het type (polycentrisch) dat uit meerdere centra bestaat.

[1] Deze sub paragraaf is net als de twee latere sub paragrafen die over de werkelijke gebeurtenissen gaan gebaseerd op J.J.G. van der Bruggen en W. ten Have (2016), De val van Srebrenica, Luchtsteun en voorkennis in nieuw perspectief , NIOD, Boom uitgevers Amsterdam, met name p. 11-27.
[2] Zie J.J.G. van der Bruggen et al., p. 63.
[3] Zie J.J.G. van der Bruggen et al., p. 96 e.v.
[4] Het eerste gedeelte van de filmtitel verwijst onder meer naar de ontmoeting tussen Petrus en Jezus zoals beschreven in de apocriefe Handelingen van Petrus. De opgestane Jezus en Petrus ontmoeten elkaar volgens deze bron op de Via Appia. Petrus was op de vlucht voor Keizer Nero, en Jezus vroeg hem “Quo vadis, Domine” (Waar gaat u heen, heer?). Petrus antwoordt “Eo Romam iterum crucifigi” wat “Ik ga naar Rome, om opnieuw gekruisigd te worden” betekent. Aida was als hoofdpersoon van de gelijknamige opera van Guiseppe Verdi uit 1871 een Ethiopische prinses wiens land in oorlog was met de Egyptenaren, terwijl zij verliefd is op de aanvoerder van de vijand. Kenmerkend voor beide Aida’s is dat ze klem zitten tussen twee vuren.

21 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Classics Review: Citizen Kane (1941)

Het meesterwerk presenteert zichzelf als een geïsoleerde tour de force, een Goddelijk geschenk tussen de aardse creaties van haar tijdgenoten. In die zin is Citizen Kane voor de cinematografie wat de Mona Lisa is voor de schilderkunst.
Lees verhaal

Nomadland (2020)

Drievoudig Oscarwinnaar "Nomadland" is een film over het project "Amerika", met een diepe en doorvoelde empathische boodschap.