“Every true faith is infallible. It performs what the believing person hopes to find in it. But it does not offer the least support for the establishing of an objective truth. Here the ways of men divide. If you want to achieve peace of mind and happiness, have faith. If you want to be a disciple of truth, then search.”
Friedrich Nietzsche 

Paragraaf I Inleiding 

‘Het culturele klimaat (van Volendam, MT) toont een dubbel gezicht. We zien een gemeenschap waarin de participatie in tal van cultuuruitingen omvangrijk is. Daar staat overigens tegenover dat dit levendige culturele klimaat door enkele respondenten als weinig gevarieerd en weinig uitdagend wordt gezien’, aldus de Commissie Ringeling in zijn onderzoeksrapport ’t Derde Klaphek Voorbij (2001), p.18, zie https://repub.eur.nl.

In dit artikel probeer ik te onderzoeken in hoeverre hetgeen de Commissie Ringeling hier aan de orde stelt inderdaad opging, en in dat geval in hoeverre dit nog steeds opgaat. Allereerst wat relevante cijfermatige informatie over onze gemeente.

De gemeente Edam-Volendam gaf in 2017 75% /50% minder uit aan kunst & cultuur dan vergelijkbare gemeenten: € 98 / € 55 versus € 24 per inwoner (zie tabel 1 uit de Nota, p.13). Waarom? (zie vraag 3, paragraaf II).
In 2020 waren de inkomsten van de gemeente Edam-Volendam als volgt verdeeld: rijksbijdrage gemeentefonds € 41,4 miljoen, onroerende zaakbelasting (OZB) € 5,8 miljoen en overige gemeentelijke belastingen € 823.000 (zie Edam-Volendam.begroting-2020.nl (p.99)).

De gemeente Edam-Volendam is in vergelijking met de gemiddelde Nederlandse gemeente zeer solvabel. Per ultimo 2016 bedroeg het eigen vermogen 59,2% (2018: 62.6%) van het balanstotaal (€ 66 miljoen) versus 34,8% bij de gemiddelde gemeente.
Jaarlijks terugkerende uitgaven (zoals bijvoorbeeld die aan kunst & cultuur)  mogen echter in principe niet vanuit de algemene reserve worden gefinancierd. Deze bedragen dienen dus of ergens te worden bespaard óf de inkomsten dienen via gemeentelijke belastingen te worden verhoogd. Dit laatste lijkt in Volendam gelijk te staan aan vloeken in de kerk (zie vraag 6 (paragraaf II).

De gemeenteraad stelt de hoogte van de cultuurbegroting vast. Voor Beleidsnota Kunst & Cultuur 2018-2022 (hierna: Nota Cultuur of Cultuurnota) is dit op 12 juni 2018 gebeurd. Op basis van deze Nota is het totale budget voor kunst & cultuur voor de jaren 2018 tot en met 2022 met € 100.000 verhoogd.
Hoewel deze Cultuurnota uiteraard geldt voor de gehele gemeente Edam-Volendam (circa 36.000 inwoners) richt ik mijzelf vooral op de effecten die zij binnen Volendam (circa 22.000 inwoners) heeft.

(Buitenschoolse) culturele voorzieningen voor de jeugd in Volendam ook volgens de wethouder onvoldoende
‘Ondanks de aanwezigheid van een sterke muziekcultuur, veel culturele verenigingen, de samenwerking met Muziekschool Waterland en lesaanbod, is er een significante daling in cultuurparticipatie bij jongeren vanaf 12-jarige leeftijd. Er zijn weinig activiteiten op het gebied van literatuur of beeldende kunst voor de jeugd of een creatieve broedplaats waar ze hun talenten kunnen ontplooien.’ (aldus de wethouder op p. 13 van de Nota Cultuur). Binnen het culturele veld wordt de vraag gesteld op basis van welke cijfers of welk onderzoek de gemeente deze significante daling baseert.

De wethouder heeft ook besloten om cultuur in de brede zin van het woord in te zetten bij de ontmoediging van alcoholgebruik bij jongeren door hen allerlei activiteiten aan te bieden.
Waarom wordt er  ̶  in de veronderstelling dat de Volendammer jeugd met het huidige cultuurbeleid onvoldoende wordt bereikt en zij eerder en meer alcohol gebruikt dan de gemiddelde Nederlandse jeugd (onderzoeksrapport Programma LEF d.d. 15-11-2018 van dr. Ina Koning, zie www.lef-edvo.nl)  ̶  tijdens de desbetreffende beleidsperiode slechts € 2,- per inwoner extra uitgetrokken voor kunst & cultuur? (zie vraag 4, paragraaf II).

Bestaat er een verband tussen een zuinig en conservatief cultuurbeleid zoals dat van de gemeente Edam-Volendam (en de Stichting Katholiek Onderwijs Volendam (SKOV)), en een hoog alcoholgebruik onder de jeugd? Quirijn van den Hoogen verdedigt (in zijn Effectief cultuurbeleid. Leren van evalueren, Boekmanstichting, 2018) een evidence-based cultuurbeleid. Hoewel ik de term ‘meten is weten’ niet graag gebruik, want wat meet je tenslotte?, lijkt hij hier wel toepasbaar. Ook Ina Koning is van mening dat indien deze correlatie inderdaad bestaat dit zou moeten kunnen worden aangetoond.

Leidt in Volendam een Sterke Onzekerheidsvermijding tot een conservatief cultuurbeleid?
Onzekerheidsvermijding is de mate waarin leden van een cultuur zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties; dit gevoel wordt onder andere uitgedrukt in nerveuze spanning en in een behoefte aan voorspelbaarheid: aan formele en informele regels (Geert Hofstede (2001), Allemaal Andersdenkenden, p. 144).

In mijn artikel ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’ (zie 2REWIND 2018, paragraaf 2.D, p.40-42) concludeer ik, aan de hand van Hofstedes cultuurmodel dat er duidelijke tekenen zijn die erop wijzen dat de Volendamse cultuur in vergelijking met de Nederlandse cultuur wordt gekenmerkt door een Sterke Onzekerheidsvermijding (zie tabel 1 en 2) Hofstede, p.168: ‘In het christelijke deel van de wereld is er een sterke correlatie tussen het percentage katholieken (tegenover protestanten) en de Onzekerheidsvermijdingsindex van dat land. (…) De correlatie met Onzekerheidsvermijding is heel verklaarbaar omdat de katholieke Kerk haar gelovigen een zekerheid verschaft die in de meeste protestantse groepen ontbreekt.’ 

Volgens Geert Hofstede hebben culturen met een relatief Sterke Onzekerheidsvermijding op het gebied van Algemene normen, gezin, school en werk (zie tabel 1) eerder een weerstand tegen innovatie (Hofstede, Allemaal Andersdenkenden, 2001, tabel 5.3 p.160, zie ook 2REWIND 2018, p.40-42). Hofstede in de laatste alinea van p. 162 inzake de categorie Politiek & ideeën (zie tabel 2): ‘Landen (lees: culturen, MT) met een Sterke Onzekerheidsvermijding kenmerken zich door conservatieve tendensen, zelfs binnen partijen die zich progressief noemen.’ 

In hoeverre zijn vooral het lokale CDA en/of de door hetzelfde gedachtengoed geïnspireerde SKOV behoudend katholiek? Ondanks dat de verzuiling in Nederland sinds eind jaren zestig verleden tijd is, kan de vraag worden gesteld in hoeverre veel Volendammers ondanks de lege kerken feitelijk nog altijd binnen een rooms-katholieke zuil leven. In tegenwoordige terminologie zou men van een bubbel spreken. Zijn Volendammers behoudend katholiek? Dient er in dit kader betekenis te worden gehecht aan het feit dat het gebouw waarin stichting Club & Buurthuiswerk in 1932 werd gevestigd, werd vernoemd naar Pius X (1835-1914)? 

Deze in 1932 nog niet zalig verklaarde paus was immers fel gekant tegen het modernisme (binnen de katholieke kerk). Natuurlijk was het ook een vroom man van eenvoudige Italiaanse afkomst die heel geliefd was. Een relevantere vraag is welke invloed de vertegenwoordiger van de Volendamse parochie binnen het SKOV-bestuur uitoefent op het in Volendam gegeven onderwijs. In ‘het belang van kunstonderwijs binnen een data gedreven onderwijssysteem’ (2REWIND december 2016, p.10 – 18) concludeerden Tuyp & Zwarthoed dat er op het Don Bosco College (onderdeel van de zeer solvabele Stichting Katholiek Onderwijs Volendam) beduidend minder wordt gedaan aan kunst & cultuur (in de onderbouw) en muziek (in de bovenbouw) dan op vergelijkbare scholen in de regio. 

De cultuurcoördinator van het SKOV-basisonderwijs mag acht uur per week besteden aan zijn taak. Volgens een insider/informant te weinig om een vernieuwend programma aan te kunnen bieden. Waarom wordt hier  ̶  gezien ook de opmerkingen van de commissie Ringeling over een mogelijke sociaal-culturele achterstand  ̶  door die zeer solvabele SKOV i-n-v-r-e-d-e-s-n-a-a-m op bezuinigd? Omdat zij dat als feitelijk onderwijsmonopolist simpelweg kan? Wat is toch de wortel van dat conservatieve  ̶  vaak genoeg op het onverantwoorde af  ̶  begrotingbeleid, waar ook die Volendamse politieke partijen zo’n fervent voorstander van zijn? In het Rooms-katholicisme? De visserij? Armoede? Een combinatie van die drie?

Datgene wat vanuit de gemeente wordt uitgegeven aan kunst & cultuur (productnummer 5.24 of 5.25) lijkt daarbij voornamelijk gericht op gekende vormen: de kunstcollectie en de daarin weerspiegelde Rooms-katholieke volks- en zangcultuur in combinatie met het visserijverleden (zie vraag 10, paragraaf II). Kan de huidige (en zal de toekomstige) jeugd zich nog voldoende identificeren met dat geïdealiseerde verleden? Willen wij eigenlijk dat zij ondanks die lege vissershaven en lege kerk gewoon blijven meespelen in het voornamelijk als toeristische product opgevoerde toneelstuk ‘het schilderachtige, negentiende eeuwse Rooms-katholieke vissersdorp Volendam’?

Tabel 1 Belangrijke verschillen tussen samenlevingen met Zwakke en Sterke Onzekerheidsvermijding I: algemene normen, gezin, school en werk

Zwakke onzekerheidsvermijdingSterke Onzekerheidsvermijding
Onzekerheid is normaal onderdeel van het bestaan en men leeft van dag tot dagDe onzekerheid die inherent is aan het bestaan, wordt ervaren als een voortdurende bedreiging die men onder controle moet krijgen
Weinig stress; subjectief gevoel van welzijnVeel stress; subjectief gevoel van angst
Agressie en gevoelens mogen niet worden geuitAgressie en gevoelens mogen op de juiste plaats en tijdstippen worden geventileerd
Men voelt zich op zijn gemak in onduidelijke situaties en met onbekende risico’s Men aanvaardt bekende risico’s, maar is bang voor onduidelijke situaties en onbekende risico’s
Soepele regels voor kinderen over wat vies en taboe isStrakke regels voor kinderen over wat vies en taboe is
Wat anders is, is interessantWat anders is, is gevaarlijk
Studenten waarderen ongestructureerde onderwijssituaties en goede discussies Studenten waarderen gestructureerde onderwijssituaties en willen het juiste antwoord weten
Docenten mogen zeggen dat ze iets niet wetenDocenten worden geacht alle antwoorden te hebben
Er moeten niet meer regels zijn dan strikt nodig isEr bestaat een emotionele behoefte aan regels, zelfs als die onuitvoerbaar zijn
Tijd is een oriëntatiekaderTijd is geld
Lui zijn is behaaglijk; je werkt alleen hard als het nodig isEmotionele behoefte aan activiteit; innerlijke drang tot hard werken
Precisie en punctualiteit moeten worden aangeleerdPrecisie en punctualiteit zijn van nature aanwezig
Tolerantie tegenover afwijkende en innovatieve ideeën en dito gedragAfwijkende ideeën en gedrag worden onderdrukt; weerstand tegenover innovatie
Motivatie door prestatie plus waardering of sociale behoeftenMotivatie door veiligheid of zekerheid plus waardering of sociale behoeften

Tabel 2 Belangrijke verschillen tussen samenlevingen met Zwakke en Sterke Onzekerheidsvermijding II: politiek en ideeën 

Zwakke OnzekerheidsvermijdingSterkte Onzekerheidsvermijding
Weinig wetten en regels, die bovendien ruim gesteld zijnVeel wetten en regels, die bovendien heel precies zijn
Als de regels niet kunnen worden nageleefd, moeten ze veranderd wordenAls de regels niet kunnen worden nageleefd, zijn wij zondaars en moeten schuld belijden
Burgers zijn mondig tegenover de overheidBurgers zijn onmondig tegenover de overheid
Protesten van burgers zijn toelaatbaarProtesten van burgers moeten onderdrukt worden
Burgers staan positief tegenover overheidsinstellingenBurgers staan negatief tegenover overheidsinstellingen
Ambtenaren staan positief tegenover het politieke procesAmbtenaren staan negatief tegenover het politieke proces
Tolerantie, gematigdheidConservatisme, extremisme, roep om wet en orde
Positieve houding tegenover jonge mensenNegatieve houding tegenover jonge mensen
Regionalisme, internationalisme, speciale status voor minderhedenNationalisme, xenofobie, gelijkschakeling van minderheden
Vertrouwen in generalisten en in gezond verstandVertrouwen in deskundigen en in specialisatie
Veel verplegenden, weinig artsenVeel artsen, weinig verplegenden
De waarheid van de ene groep mag niet worden opgelegd aan anderenEr is maar één Waarheid en dat is de onze
Mensenrechten: niemand mag vervolgd worden vanwege zijn of haar overtuigingReligieus, politiek en ideologisch fundamentalisme en intolerantie
In de wijsbegeerte en de wetenschap overheersen relativisme en empirismeIn de wijsbegeerte en de wetenschap zoekt men naar alomvattende theorieën
Wetenschappelijke tegenstanders kunnen privé vrienden zijnWetenschappelijke tegenstanders kunnen privé geen vrienden zijn

Politieke gevolgen van secularisatie (ontkerkelijking)
Uit een interview (www.wapenveldonline.nl) met Victor Kal, universitair hoofddocent wijsbegeerte aan de UvA:

Kwetsbaarheid
‘Wat mij zorgen baart’, zegt Kal ‘is de kwetsbaarheid van de moderne mens. Het gevoel dat mensen niet meer zichzelf kunnen zijn, omdat iets anders hun de wet voorschrijft. Het idee dat mensen hun wortels hebben verloren en daardoor gemakkelijk op sleeptouw worden genomen. Dat is wat er gebeurt in onze moderne maatschappij. Mensen denken te leven in een individualistische samenleving. Maar de particuliere identiteit van het individu is flinterdun. We lopen allemaal achter de mode aan. Op het niveau van de waarden, de opvattingen, hebben we persoonlijk nog maar weinig in huis. Het is de vraag, of wij ons nog kunnen verweren als ons leven in het gedrang komt.

De particuliere identiteit van het individu is flinterdun. Deze situatie is niet zo moeilijk te verklaren. Als mensen een binding verliezen met levensbeschouwelijke tradities, worden ze teruggeworpen op zichzelf. Hoe radicaler ze afscheid nemen van hun wortels, des te gemakkelijker worden ze een speelbal van wat zich op het politieke forum voordoet. Ze hebben geen reserve meer waarmee ze kritisch kunnen reageren op iemand die belooft al hun problemen te zullen oplossen. We hebben het gezien met Pim Fortuyn. Hoe zou iemand in zo korte tijd zoveel aanhangers kunnen krijgen, als deze mensen geen zwevend bestaan zouden leiden? Ik wil niet al te pessimistisch zijn, maar soms denk ik dat wij leven in omstandigheden waarin zoiets als het fascisme bij uitstek kan gedijen. Mensen zonder wortels zijn een potentiële prooi van ideologieën.’

Het kiesgedrag in Volendam
Gaat wat Kal hier beweert ook op voor Volendam?
In Volendam waren tijdens de provinciale Statenverkiezingen 2019: 41% (65% in de kom Volendam) van de in Edam-Volendam uitgebrachte stemmen voor het Forum voor Democratie, 14,8% voor het CDA. Gemeenteraadsverkiezingen 2014: Lijst Kras 24,7%, VD’80 18,8%, CDA 17,8%. In Urk stemden tijdens de Provinciale Staten verkiezingen 2019 40,4% op de SGP, 17,6% op Forum voor Democratie, 17,3% op de CU, 13% op de PVV en 8,5% op het CDA. In de gemeente Edam-Volendam stemden tijdens de provinciale Statenverkiezingen 2019 40,7% op Forum voor Democratie, 14,8% op CDA, 9,6% op de VVD en 9,0% op de PVV. Het vermoeden lijkt gerechtvaardigd dat Baudets kiezers bij gemeentelijke verkiezingen Lijst Kras en VD’80 stemmen.

Is Forum voor Democratie cultureel net zo conservatief als het SGP? Urk stemde overigens altijd al op de SGP, dus Kals constatering gaat voor hen niet op. SGP’er Bisschop pleitte begin november 2019 voor regels voor islamitische gebedsoproepen omdat het eigenlijk geloofsbelijdenissen zouden zijn. FVD-leider Baudet vond Bisschop nog te zwak en vroeg de SGP “veel uitdrukkelijker” voor het christelijk erfgoed op te komen (zie de column Lofti El Hamidi, NRC 4 november jl., p.2).

Vormt het kiesgedrag in Volendam  ̶  van Lijst Pim Fortuyn naar de PVV naar Forum Voor Democratie een illustratie van hetgeen Victor Kal hiervoor schetst? Oftewel, hebben Volendammers geen reserve meer waarmee ze kritisch kunnen reageren op iemand die belooft al hun problemen te zullen oplossen? Bestaat die reserve waar Kal over spreekt niet uit culturele bagage? Zoja, moet die culturele bagage dan niet flink worden vergroot? Durven Volendammers zichzelf deze vier vragen te stellen? En dan in het bijzonder natuurlijk onze wethouder Cultuur (voor de reactie van de wethouder, zie vragen 8.a, 8.b en 8.c (paragraaf II)), de bestuursvoorzitter van de SKOV, de uitvoerend bestuurder van de SKOV, de directeuren van de basisscholen SKOV (en leraren) en de rector van het Don Bosco College (en leraren). Wat betreft de wethouder is vervolgens de vraag of zijn beleid vervat in de Cultuurnota die culturele bagage in voldoende mate verhoogt.

In hoeverre wordt hier een gesloten maatschappelijk systeem in stand gehouden?
Reproduceert het gehele politieke, sociaal-culturele en onderwijskundige / educatieve systeem zich in Volendam? Leidt het ook cultureel behoudend lijkende katholieke Volendamse onderwijs (de SKOV) conservatieve kiezers op die in vergelijking met de gemiddelde Nederlandse burger minder culturele scholing krijgen, en die vervolgens daarna in hun rol als ouders, o.a. via hun onderwijsadvies (liever géén kunstvakken), politieke (vrij rechts) en esthetische voorkeur (bestaande percepties bevestigend), hun wereldbeeld (behoudend) één op één doorgeven, zonder Volendamse kinderen het gereedschap te verschaffen om het gebodene effectief ter discussie te kunnen stellen? Kan het risico dat hier iets van een gesloten systeem ontstaat, of nog erger: een vicieuze cirkel, wel worden uitgesloten? De hoop van de Commissie Ringeling  ̶  dat de jeugd als change agent zou kunnen optreden  ̶  lijkt hiermee in ieder geval effectief te worden gefrustreerd. Het gevolg lijkt te zijn dat een eventuele sociaal-culturele achterstand (zie ook vraag 8.c) alleen maar groter wordt. Nemen de CDA-wethouder Cultuur, de bestuursvoorzitter en uitvoerend bestuurder van de Stichting Katholiek Onderwijs Volendam en de rector van het katholieke Don Bosco College hier hun verantwoordelijkheid wel? 

In dit artikel focus ik mij dus in het bijzonder op de vraag in hoeverre de wethouder er via zijn cultuurbeleid (de Nota Cultuur 2018-2022) voldoende aan doet om het risico te beperken dat hier sprake is van een autonoom, gesloten systeem dat zichzelf in stand houdt zonder inbreng en invloed van de wereld er buiten.

Leeswijzer
In lijn met mijn vorige twee 2REWIND-artikelen (de eerste over de bestuurscultuur van de SKOV (december 2017) en de tweede over de kans van slagen van Programma LEF (december 2018) omschrijf ik bij citaten slechts de achtergrond van de betreffende respondent/informant. Ik wil diens anonimiteit niet prijsgeven omdat Volendammers nogal snel geneigd lijken tot het ad hominem argument (op de man in plaats van op de bal). Uiteraard pas ik tijdens mijn door kritische cultuursociologie geïnspireerde onderzoeksjournalistiek hoor en wederhoor toe. In totaal heb ik circa twintig mensen geïnterviewd, waaronder (ex)SKOV-docenten, (ex)gemeenteraadsleden, ex-wethouders van de gemeente Edam-Volendam, leden van het cultuurplatform, ambtenaren van de gemeente Edam-Volendam en wethouder Vincent Tuijp (samen met een beleidsmedewerker). 

Paragraaf II bevat mijn vragen aan de wethouder, zijn antwoorden  ̶  die hij ondanks een eerdere mondelinge toezegging niet nader wilde toelichten  ̶  en mijn commentaar daarop. Ook de wethouder is uiteraard nog in staat gesteld op de uiteindelijke versie te reageren. Met name vanwege de overzichtelijkheid heb ik de vragen en antwoorden inclusief commentaar in een afzonderlijke paragraaf ondergebracht. De uiteindelijke versie van dit artikel heb ik voorgelegd aan een vijftal op hun kritisch vermogen door mij verkozen meelezers. Hun opmerkingen en adviezen heb ik verwerkt. Deze tekst komt uiteraard in zijn geheel voor mijn verantwoording.

Paragraaf II Het schriftelijke interview
Deze paragraaf II bevat mijn vragen aan de wethouder, zijn antwoorden en mijn commentaar op die antwoorden. Ik vond het onbegrijpelijk en bijzonder spijtig dat de wethouder zich niet aan een eerder gemaakte mondelinge afspraak hield om zijn antwoorden nader toe te lichten. Daarom heb ik hem gevraagd om zijn eventuele aanvullingen na het lezen van de uiteindelijke tekst dan maar onder mijn commentaar te plaatsen. Met name vanwege de overzichtelijkheid heb ik deze vragen en antwoorden plus commentaar in deze, aparte paragraaf ondergebracht.

Vraag 1 en 2 gingen over de procedures om tot die uiteindelijke Cultuurnota te komen.

3) Waarom gaf de gemeente Edam-Volendam in 2017 in vergelijking met de gemiddelde Nederlandse gemeente 75%/50% (€ 98/€ 55) versus € 24 minder uit aan kunst & cultuur?

Antwoord wethouder: Daar is geen specifieke reden voor. Zoals bij vraag 1 reeds is aangegeven is de begroting historisch gegroeid.

Commentaar MT: Dat de begroting historisch zo gegroeid is, werd niet aangegeven bij het antwoord op vraag 1. Had vraag 3 moeten beginnen met ‘Wat is de oorzaak?’ in plaats van met ‘Waarom?’ De wethouder moet toch willen weten waarom deze historisch gegroeide begroting zo sterk achter lijkt te blijven? Mogelijke redenen voor het verschil, die tijdens mijn gesprekken met de overige respondenten werden geopperd, vormden het waarschijnlijk hoger dan gemiddelde percentage vrijwilligers in Volendam en het feit dat Volendam anders dan sommige andere gemeenten in de tabel op p.13 van de Nota geen centrumfunctie in de regio vervuld (zie ook het antwoord van de wethouder op vraag 9.c). Volgens de in dit veld gezaghebbende Cor Wijn, destijds namens BMC Yacht Group de opsteller van de cijfers die onderdeel zijn van tabel op p.13 van de Cultuurnota (m.u.v. het cijfer over de gemeente Edam-Volendam, zie hierna), is het echter niet aannemelijk dat het onderhavige verschil hiermee volledig kan worden verklaard. 

Het roept de vraag op of de wethouder dan niet de wens heeft om er achter te komen waar dit grote verschil door veroorzaakt wordt? Ik vraag me af of de oorzaak daarvan is dat een trendbreuk (uitgaven per inwoner aan kunst & cultuur) op dit punt politiek (CDA, VD’80, Recht Door Zee en Lijst Kras) toch onhaalbaar is. De stelling van de Commissie Ringeling (2001) dat er op Volendam sprake was van een sociaal-culturele achterstand (zie ook vraag 8.c) lijkt nooit te hebben geleid tot een aanpassing van het cultuurbeleid bij de gemeente (of de SKOV). Ik vind dat verwijtbaar.

Omdat de wethouder niet meer reageerde op mijn verzoek om zijn antwoorden nader toe te lichten blijft een en ander onduidelijk. Zie ook mijn commentaar bij het antwoord van de wethouder op de hierna volgende vraag 4. Overigens vond ik het zeer storend (en onprofessioneel) dat ik via Cor Wijn moest vernemen dat het cijfer over Volendam (€ 24 per inwoner) niet van hem afkomstig was, maar door de gemeente Edam-Volendam zelf berekend is.

4) Waarom komen er, in de wetenschap en de vaststelling dat ‘de jeugd (die een alcoholprobleem lijkt te hebben) vanaf twaalf jaar niet wordt bereikt (zie de Nota Cultuur, p. 13), tijdens deze collegeperiode (2018-2022) slechts € 2,- per inwoner bij? 

Antwoord wethouder: Zoals aangegeven in het interview van 1 november jl. kiest de gemeente voor een integrale benadering van het Sociale Domein. De Alliantie Kansrijk heeft als opdracht een kansrijke leefomgeving te bieden voor de jeugd tot 18 jaar waarin ze hun talenten te kunnen ontdekken en ontwikkelen. De Alliantie Kansrijk stemt het aanbod van de activiteiten op het gebied van sport, kunst en cultuur en persoonsvorming af naar behoefte van het veld. De Alliantie Kansrijk is de lokale partij die de aanbesteding van ruim 6 ton gegund heeft gekregen.

De begroting voor kunst en cultuur is voor de beleidsperiode 2018-2022 met € 100.000,- per jaar opgehoogd. Een deel van dit bedrag wordt geïnvesteerd in de programmalijn Talentontwikkeling van de jeugd, die als doel heeft om alle jeugdigen de best mogelijke kans op de ontdekking en ontwikkeling van hun talenten op het gebied van kunst en cultuur te bieden. Onder deze programmalijn vallen ook de bestaande subsidies die verstrekt worden aan o.a. Muziekschool Waterland en het project Cultuureducatie met Kwaliteit die zorgdragen voor de kennismaking van de jeugd met cultuureducatie. In de komende 3 jaar investeert de gemeente met budget vanuit de programmalijn Talentontwikkeling van de jeugd en Levendige historie in een verbetering van het aanbod op het gebied van erfgoededucatie. 

Commentaar MT Die € 2,- is de resultante van € 70.000 gedeeld door 35.000 (het aantal inwoners van de gemeente Edam-Volendam). Die € 100.000 waar de wethouder het over heeft, is inclusief de kosten voor monitoring (€ 5.000) en de kosten voor de cultuurmakelaar (€ 25.000). Zie Nota Cultuur p. 31.
De Alliantie Kansrijk is de naam van het samenwerkingsverband (een VOF?) tussen Stichting de Sport-Koepel en Stichting Club- & Buurthuiswerk. Deze combinatie ontvangt samen (€ 560.000 (niet € 600.000) niet meer subsidie dan ieder van voornoemde twee stichtingen daarvoor afzonderlijk. Bovendien is er sprake van een reallocatie van financiële middelen. Het CBW en de Sportkoepel dienen hun focus te verleggen van sociaal-emotionele ontwikkeling naar talentontwikkeling (zie ook mijn commentaar bij vraag 8.c).
Het feit dat de gemeente Edam-Volendam per inwoner veel minder uitgeeft aan kunst & cultuur (zie vraag 3) in combinatie met de wetenschap dat de Volendamse jeugd een alcoholprobleem én een sociaal culturele achterstand (zie vraag 8.c) lijkt te hebben, heeft de gemeente dus niet doen besluiten om meer geld voor kunst & cultuur uit te trekken dan die € 70.000 (dan wel € 100.000). 

Ik vind het vreemd dat in de Cultuurnota aan de ene kant wordt geconstateerd dat er te weinig voorzieningen zijn voor de jeugd (p.13) om vervolgens voor Talentontwikkeling van de jeugd in diezelfde Nota slechts een bedrag van € 15.000 uit te trekken (p.31).
Waarom de wethouder erop vertrouwt dat de nieuwe aanpak (via stichting Alliantie Kansrijk) zonder extra financiële middelen wel (zie Nota, p.13) in staat zal zijn om de jeugd te bereiken is mij niet duidelijk.

Uit mijn onderzoek in het kader van Programma LEF (zie 2REWIND 2018, p. 44, tweede kolom): “Volgens een andere respondent is de samenwerking tussen partijen wel constructief. Echter, zo stelt hij, wanneer er gerichte investeringen moeten worden gedaan, bijvoorbeeld in het kader van muziek of bewegingsonderwijs, dan wordt naar elkaar gekeken voor de oplossing (gemeente vs. SKOV en vice versa). Terwijl de financiering in beide gevallen geen probleem mag zijn als er een overstijgend gemeenschappelijk belang bestaat waarvoor een duidelijke oplossingsrichting aanwezig lijkt.”

5)  Kan de wethouder inhoudelijk reageren op het hiervoor weergegeven citaat?

Antwoord wethouder: Dat klopt. In Nederland is het zo dat het onderwijs zelf de verantwoordelijkheid heeft voor de inrichting van hun binnenschoolse curriculum, daar heeft de gemeente geen zeggenschap over. 

De belangrijkste taak voor de gemeente op het gebied van onderwijs is huisvesting van de scholen. Daarnaast geeft de gemeente geld uit aan leerlingen die extra begeleiding nodig hebben en houdt ze toezicht op de naleving van de Leerplichtwet. 

Op initiatief van de gemeente en de schoolbesturen is het project Samen Beter gestart, om op die manier de gelden die de gemeente beschikbaar heeft voor het bieden van een kansrijke jeugd op een effectieve manier kunnen besteden.

Commentaar MT: Het ‘Dat klopt’ werkt misleidend. Zou de wethouder werkelijk over het hoofd hebben gezien dat betreffende respondent doelde op zijn Programma LEF? Met ‘Dat klopt’ schept hij de gelegenheid om twee alinea’s te laten volgen die slechts algemeen bekende informatie bevatten. De respondent die hier wordt geciteerd heeft het in betreffend citaat over de samenwerking tussen de SKOV en de gemeente inzake de financiering van alternatieve activiteiten (waaronder buitenschoolse cultuureducatie of sportonderwijs) in het kader van Programma LEF. Hij/zij beweert dat zowel de SKOV als de gemeente (beiden zeer solvabele rechtspersonen) in dat kader graag wachten tot de andere partij zich financieel committeert (lees: de portemonnee tevoorschijn trekt). Voor mij illustreert dit citaat weer eens dat het begrotingsbeleid van zowel de gemeente als van de SKOV richting onze jeugd, die naast een sociaal-culturele achterstand mogelijk ook een alcoholprobleem lijkt te hebben, onverantwoord conservatief is. En/of gespeend is van een visie op de oorzaken van de problemen in Volendam die van sociaal-culturele aard kunnen zijn (voor dit laatste zie mijn artikel ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst (2REWIND 2018, p. 30-45).
Wat betreft Samen Beter. Bij de bespreking van vraag 8.f zal blijken dat van de negen SKOV-basisscholen alleen de J.F. Kennedyschool hieraan meedoet. Jammer dat nu net de directeur van deze school heeft besloten de SKOV te verlaten.

Een citaat van een respondent met affiniteit met cultuur en een grondige kennis van de politieke verhoudingen in Volendam:

‘er is vanuit het gemeentebestuur geen echte cultuurvisie, men reageert op verzoeken uit de gemeenschap, initieert niet, en is bang door de kiezers afgerekend te worden indien men ambitie toont en beleid wil maken dat geld kost. Uit de begroting blijkt dat men feitelijk geen realisering nastreeft’. 

6) Kan de wethouder inhoudelijk reageren op het hiervoor weergegeven citaat?

Antwoord wethouder: Er ligt een cultuurnota met daarin een gemeentelijke visie op het gebied van kunst en cultuur. Tijdens de uitvoering van de nota zijn er diverse projecten geïnitieerd en in uitvoering. Het lijkt mij logisch dat de gemeente niet alleen als pinautomaat kan fungeren.

Commentaar MT: Wat de wethouder precies bedoelt met de laatste zin, en dan vooral met de term ‘pinautomaat’, is mij niet duidelijk. Ik vind de term hier ook ongepast. Dit vooral ook gezien het gat met betrekking tot de kunst & cultuur uitgaven per inwoner waarop vraag 3 en 4 zich richten. 

7.a) Waarom is er nog steeds geen cultuurmakelaar (totale jaarlijkse kosten € 25.000), terwijl de helft van de beleidsperiode (2018-2019) inmiddels al verstreken is? 

Antwoord wethouder: Inmiddels is het traject in opstart voor de inhuur van tijdelijke externe krachten. Naar verwachting is begin 2020 de cultuurmakelaar aangesteld. 

Commentaar MT: De wethouder geeft geen antwoord op de vraag. Het roept bij mij de vraag op in hoeverre het feit dat er nog steeds geen cultuurmakelaar is, wordt veroorzaakt doordat potentiële gegadigden worden afgeschrikt door de vergoeding in relatie tot het takenpakket/verwachtingspatroon.

 7.b) Betekent dit (de afwezigheid van een cultuurmakelaar), nu de gemeente vooral een faciliterende rol beoogt, niet dat het risico groot is dat een belangrijk gedeelte van het voorgenomen beleid niet tot stand komt?

Antwoord wethouder: In de aanloop tot de aanwezigheid van een cultuurmakelaar heeft de beleidsadviseur in samenwerking met externe partners zo veel mogelijk de uitvoering van het beleid verricht.

De programmalijn Inclusie door Kunst en Cultuur is volledig in uitvoering en heeft vorm gekregen in het project Oude Meesters waarbij de projectleider bekostigd wordt door de gemeente. De programmalijn Levendige Historie is in ontwikkeling middels een project rondom erfgoededucatie, EuroArt 2020 en de bijdrage aan de ontwikkeling van het Botterplus project. Talentontwikkeling van de Jeugd krijgt uitvoering binnen CMK, de muziekschool en middels de opdracht aan de aan de Alliantie Kansrijk. Zichtbaarheid in imago is de programmalijn die in 2020 opgestart gaat worden.  

Commentaar MT: Aan het project erfgoededucatie doet één SKOV-basisschool mee, zie 8.c. Wat precies de inhoud van EuroArt 2020 wordt is vooralsnog onduidelijk. Wat betreft de laatste zin, zie vraag 12. 

7.c) Dient de cultuurmakelaar een zzp’er te zijn, of treedt de cultuurmakelaar in dienst van de gemeente en is er daarmee dus sprake van een gezagsverhouding? Licht toe.

Antwoord wethouder: De cultuurmakelaar is niet in dienst van de gemeente maar werkt in opdracht van. Formeel gezien is er geen sprake gezagsverhouding, zoals bepaald door de Belastingdienst. 

7.d1) Hoe verhoudt de (taak van de) cultuurmakelaar zich tot de (taak van de) coördinator/combinatiefunctionaris (brutoloonsom: € 60.000) waar op p. 32 van de Visie op Kunst & Cultuur in Edam en Volendam 2013-2016 over wordt gesproken?
7.d2) Bestaat laatstgenoemde functionaris nog binnen de gemeente? 

Antwoord wethouder: De gemeente heeft in totaal 9,5 fte’s voor de inzet van de combinatiefunctionaris in de gemeente. 

Vrijwel alle Fte’s worden ingezet binnen de Alliantie Kansrijk, maar ook nog in de extra inzet sportkoepel (KTEV, Verenigingsondersteuning, loketfunctie enz.).

De taak van de cultuurmakelaar betreft de realisatie van de doelen uit de verschillende programmalijnen van de cultuurnota.

Commentaar MT: Op het gebied van cultuur is er opvallend genoeg nog nooit een combinatiefunctionaris geweest. Die zijn altijd alleen ingezet op sport. Een interessante vraag is in hoeverre hier een culturele oorzaak (bijvoorbeeld een hoge score op Masculiniteit en/of een Sterke Onzekerheidsvermijding, zie ook Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst (2REWIND 2018, p.30-45)) voor aan te wijzen valt. Het beantwoorden van deze vraag viel echter buiten het kader van dit onderzoek. Zie ook het commentaar bij vraag 11.b.

7.e) Is het budget voor de cultuurmakelaar van € 25.000 (twee dagdelen) wel voldoende voor de rol die de gemeente volgens de Nota op zich wil nemen? Licht toe.

Antwoord wethouder: Het budget voor de inzet van een cultuurmakelaar is het minimaal noodzakelijke aantal uren voor het uitoefenen van de rol. Indien blijkt dat de inzet van de cultuurmakelaar zijn vruchten afwerpt dan gaan we kijken hoe de inzet van uren kan worden verhoogd. 

Commentaar MT: Meerdere respondenten binnen het culturele veld (term Bourdieu) zijn van mening dat de taken die de cultuurmakelaar op basis van de Cultuurnota krijgt onmogelijk binnen de begrote uren kunnen worden verricht. Er zit qua logica ook wat spanning tussen de twee zinnen waaruit het antwoord van de wethouder bestaat. De cultuurmakelaar moet zich in ieder geval eerst bewijzen. Zie ook mijn commentaar bij vraag 7.a.

8.a) Vormt het landelijke kiesgedrag in Volendam  ̶  van Lijst Pim Fortuyn naar de PVV naar Forum Voor Democratie  ̶  volgens de wethouder een illustratie van hetgeen Kal (zie paragraaf I) schetst? Zo nee, waarom niet? 

Antwoord wethouder: Ik vind de theorie van Kal een zeer boeiende en bevat zeker elementen die ik onderschrijf. Het gaat mij echter te ver om met de theorie van Kal voor honderd procent het landelijke kiesgedrag in Volendam te verklaren. Overigens zou de theorie van Kal een prima aanleiding en onderwerp kunnen zijn om daar in debatavonden met elkaar over te discussiëren. Boeiend!  

Commentaar MT: De wethouder wil boeiende discussies voeren, maar reageert zoals gezegd, ondanks een eerdere mondelinge toezegging na afloop van ons gesprek d.d. 1 november jl., niet op mijn verzoek d.d. 19 november jl. om een ‘nadere precisering’ van zijn antwoorden. Ook hier ontwijkt hij de vraag.  

8.b) Bestaat de reserve waar Kal over spreekt uit culturele bagage? Zo nee, waaruit denkt de wethouder dan dat deze reserve bestaat?

Antwoord wethouder: Ik denk dat de reserve waar Kal het over heeft zeker ook culturele bagage betreft. Vanuit die optiek vind ik de theorie van de Franse socioloog Pierre Bourdieu zeer interessant. Hierbij spelen ouders een grote rol in het overbrengen van cultureel kapitaal.

Vanuit die theorie kan je boeiende discussies voeren over wat er over het algemeen genomen ontbreekt of juist heel sterk aanwezig is in Edam-Volendam. Daarnaast zie je ook bepaalde ontwikkelingen die effect hebben op het culturele kapitaal. 

\\e-v\dfs\users\vervo001\Bureaublad\Figuur-23-Totaal-cultureel-en-economisch-kapitaal-in-Frankrijk-volgens-Bourdieu-in.png



Commentaar MT: Volgens de wethouder kunnen we boeiende discussies voeren over wat er over het algemeen genomen ontbreekt dan wel heel sterk aanwezig is in Volendam. Volgens mij dient de vaststelling daarvan de start te zijn van het elk proces om tot een Cultuurnota te komen. Een sterkte & zwakte analyse / SWOT-analyse ontbreekt. De Cultuurnota is weinig specifiek. Een respondent met een sociologische achtergrond concludeerde dat waarschijnlijk elke in de tabel genoemde gemeente in het overzicht op p.13 na wat aanpassingen met deze Nota Cultuur uit de voeten zou kunnen. Hij noemde de Nota pretentieus. Indien de ronkende taal wordt vergeleken met het totale (extra) budget van € 100.000 is de Nota dat ook. De omschrijving van de culturele infrastructuur in Bijlage 5 van de Nota is niet compleet. Ik verwijs verder naar mijn commentaar bij vraag 13.b. De overdracht van (te weinig) cultureel kapitaal besprak ik al in paragraaf I als onderdeel van het reproductiesysteem. Waar de wethouder met ‘bepaalde ontwikkelingen’ op doelt in de laatste zin van zijn antwoord is mij niet duidelijk.  

Intoductie MT: Door niet-Volendamse vertegenwoordigers in het onderwijs buiten Volendam wordt aangegeven dat Volendamse kinderen qua algemene cultuurkennis een achterstand lijken te hebben. De commissie Ringeling constateerde in haar rapport Het Derde Klaphek Voorbij in 2001 dat in Volendam de sociaal-culturele ontwikkeling achterbleef bij de economische ontwikkeling. 

8.c) (H)erkent de wethouder dit tekort aan algemene cultuurkennis? Zo nee, waarom niet? En zo ja, deelt de wethouder mijn mening/vermoeden dat dit wordt veroorzaakt door tekortschietende buiten- en binnenschoolse cultuureducatie?

Antwoord wethouder: Ja en nee. De commissie Ringeling constateerde ook dat Volendam weinig of geen ‘intellectuele leiders’ kent. Zet daar de theorie van Pierre Bourdieu naast en van daar uit is veel te verklaren en te bediscussiëren. 

De gemeente investeert op de volgende wijze in de binnen- en buitenschoolse cultuureducatie waarmee ze een faciliterende en ondersteunende rol biedt in het bevorderen van de ontwikkeling van algemene culturele kennis onder de jeugd:

– Muziekschool Waterland verzorgt muzieklessen bij alle basisscholen in de gemeente

– project Cultuureducatie met Kwaliteit biedt het onderwijs ondersteuning in het borgen van cultuureducatie in het curriculum, visieontwikkeling op het gebied van cultuureducatie en deskundigheidsbevordering van docenten.

– Openbare bibliotheek Waterland biedt leesbevorderingsondersteuning, taalvaardigheid en bibliotheek op school aan.

– project Erfgoededucatie waarin het basisonderwijs en de erfgoedsector de komende 3 jaar werken aan digitaal lesaanbod en cultuureducatief aanbod.

– Alliantie Kansrijk die o.s. activiteiten op het gebied van kunst en cultuur aanbiedt voor de jeugd tot 18 jaar.

Er wordt dus wel degelijk iets aan buiten- en binnenschoolse cultuureducatie gedaan. Dat we dit moeten blijven monitoren en verbeteren waar mogelijk lijkt mij evident. 

Commentaar MT: Ja en nee? Herkent de wethouder nu wél of géén tekort aan algemene cultuurkennis? Omdat hij hier geen keuze maakt, kan hij de vervolgvraag ook niet beantwoorden. De opmerking van de commissie Ringeling was mij bekend, maar ik begrijp niet hoe dat verband houdt met de rest van het antwoord. Wat bedoelt de wethouder met ‘Zet daar de theorie van Pierre Bourdieu naast en van daar uit is veel te verklaren en te bediscussiëren’. Welke theorie van Bourdieu? Die over cultureel kapitaal, die over smaak, of misschien die over het veldbegrip? Ook wat daar volgens de wethouder uit te verklaren valt, wordt jammer genoeg niet duidelijk.
Inzake de daar navolgende opsomming van de wethouder. De subsidie aan Muziekschool Waterland van € 89.000 is door zijn partijgenoot in 2011 met € 50.000 drastisch verminderd. De investeringen in of resultaten van het project Cultuureducatie met Kwaliteit in verband met de SKOV zijn mij niet bekend. Dat aan Project Erfgoededucatie maar één SKOV-school meedoet, stemt los daarvan wat betreft de resultaten van Cultuureducatie met Kwaliteit (zie ook vraag 8.f) ook weinig hoopvol. Stichting Alliantie Kansrijk (wat betekent de afkorting o.s?) beschikt bovendien niet over een drastisch groter budget dan haar ‘voorgangers’ Stichting de Sport-Koepel en Stichting Club & Buurthuiswerk. Vanwaar het idee dat beide partijen automatisch beter gaan presteren, en de jeugd wel gaan bereiken  ̶  op p.13 van de Nota wordt immers geconcludeerd dat dit voor die samenwerking niet gebeurde  ̶ , wanneer zij bestuurlijk verbonden zijn? 
Wat betreft de laatste alinea. Ik ontken niet dat er iets wordt gedaan aan buiten- en binnen schoolse cultuureducatie. Ik betwijfel wel heel sterk in hoeverre hetgeen wel wordt gedaan voldoende is om een mogelijke sociaal-culturele achterstand weg te werken. Zie ook vraag 3 en 4. 

8.d) Indien het antwoord op 8.c) bevestigend luidt: moet niet worden getracht om die culturele bagage te vergroten? 

Antwoord wethouder: De culturele bagage van de inwoners van de gemeente zal door de eerder benoemde projecten vergroot kunnen worden. 

8.e) Indien het antwoord op 8.d) bevestigend luidt: vindt de wethouder dat dit binnen de huidige cultuurnota in voldoende mate (ook vanuit financieel oogpunt) gebeurd (zie ook vraag 12)? Licht uw antwoord toe.

Antwoord wethouder: Zie antwoord op vraag 8.c.
Commentaar MT: De wethouder geeft geen antwoord op vraag 8.c en dus ook niet op vraag 8.e. 

8.f) Wat zijn in het kader van de mogelijk tekortschietende cultuureducatie de (voorlopige) tastbare resultaten van het gemeentelijk onderwijsprogramma Samen Beter (zie ook Nota, p. 15), en dan in het bijzonder in relatie tot de Stichting Katholiek Onderwijs Volendam (zie ook citaat bij vraag 6)?

Antwoord wethouder: Samen Beter is de lokale educatieve agenda waarin het onderwijs en de gemeente tot afstemming komen over de inzet van beleid ten bate van de kansrijke ontwikkeling van de jeugd. Vanuit Samen Beter is het erfgoededucatieproject opgestart waarin het basisonderwijs de samenwerking aangaat om erfgoededucatie beter in het curriculum in te bedden. Van het SKOV neemt de J.F. Kennedyschool deel aan het project.  

Het SKOV maakt als bestuur een transitie door waarbij schooldirecteuren en hun teams zelf meer te zeggen en verantwoordelijkheid krijgen over de inhoud van hun onderwijs, deelname aan het project voor erfgoededucatie maakt deel uit van deze ontwikkeling.

Commentaar MT: Van de SKOV neemt één van de negen basisscholen (de J.F Kennedyschool) deel aan het erfgoededucatieproject van Samen Beter. In de laatste alinea van zijn antwoord lijkt de wethouder (namens het SKOV-bestuur?) daarvoor een excuus aan te willen dragen. Voor mij vormt dit wederom (net als bij Programma LEF, zie vraag 5) een aanwijzing dat de samenwerking tussen de gemeente en de SKOV weinig vruchtbaar is. De SKOV lijkt haar eigen plan te trekken. Gezien de mogelijke achterstand qua sociaal-culturele vorming (zie vraag 8.c) vormt dat een moedeloos stemmende constatering. Realiseert de SKOV zich wel voldoende dat zij grotendeels mede-verantwoordelijk is voor deze sociaal-culturele achterstand?

9.a) Waarom krijgt de stichting Club & Buurthuiswerk geen subsidie voor kunst & cultuur (product 5.25) maar alleen subsidie onder de noemer van Sociaal Domein?

Antwoord wethouder: Het CBW is een organisatie met als doel om de inwoners te ondersteunen in hun participatie in de samenleving en sociale ontmoeting te stimuleren. Creatieve activiteiten die worden aangeboden in het CBW dienen dat doel. De Stichting Club en Buurthuiswerk Edam-Volendam is een instelling voor welzijnswerk voor alle leeftijdsgroepen en alle mogelijke doelgroepen.    

Introductie MT: Het cultuurpodium PX (juridisch, economisch en beleidsmatig een onderdeel van de stichting Club & Buurthuiswerk) biedt een programma met evenementen waarmee mensen in contact worden gebracht met Kunst en Cultuur (Vb. Spinvis, cabaret, Tim Knol, Johan etc.). Deze evenementen komen niet specifiek voort vanuit het sociaal culturele werk. Deze vernieuwende en meer inhoudelijke evenementen kosten meer dan ze opbrengen. PX betaalt dit zelf. Maar omdat de horeca-opbrengsten dalen (alcohol ontmoediging, mensen geven minder uit etc.) is er steeds minder geld beschikbaar voor dit soort evenementen. Alle podia in Nederland krijgen hier subsidie voor vanuit hun gemeente.

9.c) Heeft de wethouder er subsidie voor over om ervoor te zorgen dat dit culturele aanbod binnen Volendam blijft bestaan, of is de wethouder van mening dat mensen uit de gemeente dat soort evenementen maar elders moeten bezoeken?  

Antwoord wethouder: De gemeente zou volgens het Ringenmodel (zie pagina 11-14 Cultuurnota) voornamelijk ingedeeld worden bij de culturele infrastructuur die bij kernachtig beleid hoort, met een aantal extra voorzieningen die bij uitgebreid cultuurbeleid horen. 

Een belangrijk uitgangspunt van het Ringenmodel is dat het voor een kleine gemeente niet nodig is om zoveel mogelijk culturele voorzieningen te verschaffen. Het is zinvoller om de aandacht en middelen te concentreren op de kern van het gemeentelijke cultuurbeleid en de typische ‘eigenheden’ van de gemeenschap verder uit te bouwen. Hiervoor zijn weinig regelingen nodig. Een aantal regelingen voor subsidieverstrekking volstaan. Volgens het Ringenmodel is het belangrijk dat er ruimte wordt geboden aan mensen en hun ideeën voor initiatieven vanuit de samenleving. Dit bevordert het gevoel van verbondenheid, verantwoordelijkheid en betrokkenheid.

Op dit moment heeft de gemeente er niet voor gekozen om dit te subsidiëren. Uit de participatiebijeenkomsten met het culturele veld is dit niet als wens naar voren gekomen. Mocht dit wenselijk zijn dan zou er een haalbaarheidsonderzoek verricht moeten worden. Edam-Volendam ligt in de directe nabijheid van Amsterdam, Purmerend en Hoorn waar een groot en divers aanbod is op het gebied van kunst en cultuur. De vraag is of een lokaal cultuurpodium in een kleine gemeente bestaansrecht heeft en overlevingskans naast dit aanbod.  

Commentaar MT: De gemeente Edam-Volendam heeft inmiddels circa 36.000 inwoners. Daar hoort een uitgebreid cultuuraanbod bij. Wat de wethouder over het hoofd lijkt te zien is dat er op Volendam mogelijk sprake is van een achterstand op sociaal-cultureel gebied en dat het daarom waarschijnlijk noodzakelijk is om Volendammers eerst laagdrempelig (dichtbij) met kunst & cultuur in aanraking te laten komen. Zouden de circa vijftig bezoekers aan André Manuel op 14 november jl. in de PX ook naar de Kleine Komedie zijn gegaan?
Het uitbreiden van de typische eigenheden van een gemeenschap zal in het geval van Volendam de hier bestaande monocultuur waarschijnlijk alleen maar in standhouden. Hetzelfde gaat op voor de strategie waarbij de gemeente alleen vertrouwt op initiatieven die van onderop komen.
Wat betreft het haalbaarheidsonderzoek. Welke haalbaarheid wordt er precies onderzocht? Economisch is het immers (in eerste instantie) niet haalbaar. Er moet geld (subsidie) bij. 

Intoductie MT: ‘Een vitale culturele sector is een sector waarin er naast oog voor het spreiden van gekende vormen oog is voor het ontwikkelen van nieuwe vormen.’ Minister Engelshoven in Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024: ‘De vraag is: kies je voor behoud of vernieuw je?’

10) Kan de wethouder product 5.25 uit de programmabegroting uitsplitsen in subsidie voor gekende vormen en subsidie voor nieuwe vormen, en ondertussen commentaar geven op mijn stelling dat de gemeente vooral voor behoud (gekende vormen) kiest?

Antwoord wethouder: In de begroting behorende bij het cultuurnota is het volgende overzicht opgenomen:

 20182019 e.v. tot 2022
Totaal €   100.000,- €   100.000,-
Activiteiten €     70.000,- €     70.000,-
Monitoring en evaluatie €       5.000,- €       5.000,-
Cultuurmakelaar €     25.000,- €     25.000,-

Ringenmodel Cor Wijn (in opdracht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten)

De bovengenoemde bedragen betreffen de extra financiële middelen om de beschreven doelen in de programmalijnen te kunnen realiseren. Deze middelen zijn aanvullend op de bestaande begroting voor kunst en cultuur. In de programmalijnen staan doelen beschreven die vernieuwing ten doel hebben, maar ook binnen de reeds bestaande subsidies voor kunst en cultuur is er ruimte voor een vernieuwende aanpak van de aanvrager. 

Commentaar MT: De wethouder heeft het over de extra financiële middelen uit hoofde van de Cultuurnota. Mij ging het nochtans om de totale begroting van het product kunst & cultuur (productnummer 5.25). Dit omdat ik de financiële verhouding tussen gekende vormen (behoud) en vernieuwende vormen wilde weten, om zo te kunnen beoordelen hoe behoudend het Volendamse cultuurbeleid vanuit deze invalshoek is. Met dit antwoord kan ik dat niet.

11.b) Hoeveel geeft de gemeente Edam-Volendam per inwoner uit aan sport?

Antwoord wethouder: € 74,- per inwoner
Commentaar MT: De verhouding tussen sport per inwoner en kunst & cultuur per inwoner is interessant om te vergelijken met andere gemeenten en met de landelijke cijfers maar dit voerde in het kader van dit onderzoek te ver (zie ook mijn commentaar bij vraag 7.d1 en 7.d2). 

11.c) Waarom wordt er in dit kader binnen Programma LEF vijf keer meer uitgegeven aan sport (€ 75.000) dan aan cultuur versus (€ 15.000)? 

Antwoord wethouder: In onderstaand schema komt naar voren uit welke afdelingen en domeinen geld is begroot voor programma LEF. Vanuit elk domein is extra geld begroot, maar in het kader van effectiviteit en efficiëntie maken we natuurlijk ook gebruik van de bestaande budgetten, structuren en activiteiten. Daardoor kunnen we voor programma LEF niet op voorhand exact het extra bedrag aangeven. Voor de duidelijkheid: het is niet zo dat LEF bekostigd wordt door vanuit elke pot geld te halen, waardoor er minder geld beschikbaar komt voor verenigingen en instellingen. Alliantie Kansrijk is de expert die na het doen van behoefteonderzoek in het veld de activiteiten gaat neerzetten.

cid:image001.png@01D47BA0.E1D05E20

Commentaar MT: De wethouder geeft geen antwoord op mijn vraag.

Intoductie MT: Uit de Nota Cultuur, p. 14: ‘Met het oog op de toekomst waarin Edam-Volendam binnen de Metropool Regio Amsterdam een toename van bezoekers kan verwachten en de toename van gebruik van digitale middelen door het publiek, is het belangrijk hier een verbetering in te maken.’

12) Slaat ‘hier’ op de gehele voorafgaande tekst van de alinea? Ofwel gaat de gemeente ook actief werken aan een positief imago van kunst & cultuur binnen Volendam? Zo ja, hoe dan, en hoeveel financiële middelen worden hiervoor uitgetrokken? 

Antwoord wethouder: ‘Hier’ slaat op de zichtbaarheid van kunst en cultuur met als doel om kunst en cultuur een positief imago te geven. 

Commentaar MT: Ook de programmalijn Zichtbaarheid en Imago (hoofdstuk 7 van de Nota)  start pas in 2020 (de laatste zin van het antwoord van de wethouder op de hier niet opgenomen vraag 7.b). Opvallend is natuurlijk dat investeringen in kunst & cultuur blijkbaar minder een probleem vormen wanneer er aan verdiend kan worden. Op de vraag naar de extra financiële middelen die hiervoor uitgetrokken worden geeft de wethouder geen antwoord.

13.a) Vanwaar die snelle invoering van die ‘tendermethodiek/tendernet’ bij de aanbesteding Jeugd in 2019? 

Antwoord wethouder: De gemeente heeft vanwege Europese wetgeving de wettelijke verplichting opdrachten met een bedrag van € 30.000 openbaar aan te besteden via Tendernet.  

13.b) Bevat het huidige (cultuur)beleid van de gemeente meer neoliberale invloeden? 

Antwoord wethouder: Als u onder neoliberalisme een terugtredende overheid bedoelt dan lijkt me dat de cultuurnota hier juist een voorbeeld van is, dat dit niet zo is. Zie pagina 5 uit de cultuurnota:

Met het kunst en cultuurbeleid geeft de gemeente aan welk belang ze hecht aan de aanwezigheid en inzet van kunst en cultuur voor iedereen: jong en oud, vitaal en kwetsbaar, bewoners en bezoekers. Met de ambities en de doelstellingen wordt richting gegeven aan de uitvoering van het beleid dat in co-creatie met de uitvoerende organisaties in het veld tot stand gebracht zal worden. Wij willen in de komende periode meer faciliteren en aanjagen om vernieuwing te stimuleren en ruimte te geven. Goede initiatieven komen meestal ‘van onderop’, dat is een belangrijk uitgangspunt voor deze nota.

Commentaar MT: Met neoliberalisme bedoel ik  ̶  in navolging van Michel Foucault (‘De geboorte van de biopolitiek’, Uitgeverij Boom, Amsterdam 2013)  ̶  dat voormalige/oorspronkelijke overheidssectoren worden ingericht als een markt. Dit in de veronderstelling dat dit een betere verdeling van schaarse middelen met zich meebrengt (bij vraag 7.e zie ik ook een neoliberale invloed). 

Wat betreft de stelling dat goede initiatieven meestal ‘van onderop’ komen. In feite zijn er drie verdelingsmechanismen: de gemeenschap (vanouds het standpunt van het CDA), de markt (bijvoorbeeld de VVD) en de overheid (bijvoorbeeld PvdA). Mijn vraag is wat er niet ontstaat aan kunst & cultuur wanneer je het aan de gemeenschap en de markt overlaat. Mijn antwoord is dat het zorgt voor witte vlekken in de culturele infrastructuur daar waar meer expertise nodig is dan gemeenschap dan wel markt kunnen opbrengen, bijvoorbeeld bij buitenschoolse cultuureducatie op het gebied van kunst, dans, theater en literatuur. Met uitzondering van dans ontbreekt dit in Volendam dan ook vrijwel geheel (zie ook p.13 van de Nota). Precies dit lijkt mij van essentieel belang voor de reserve (culturele bagage?) waar Victor Kal op doelde. 

Paragraaf III Conclusies

De commissie Ringeling constateerde in haar rapport Het Derde Klaphek Voorbij (2001) dat in Volendam de sociaal-culturele ontwikkeling achterbleef bij de economische ontwikkeling (zie ook het openingscitaat in paragraaf I en het inleidende citaat bij vraag 8.c). Waarom is nooit onderzocht in hoeverre deze stelling gegrond is, zodat daar, indien dit inderdaad het geval zou blijken, zowel door de gemeente Edam-Volendam als de Stichting Katholiek Onderwijs Volendam beleid op had kunnen worden gemaakt? Waarom heeft de wethouder nog niet onderzocht waarom de gemeente Edam-Volendam qua uitgaven voor kunst & cultuur per inwoner zo sterk achterblijft op andere gemeenten (zie vragen 3 en 4)? 

Er blijft meer onduidelijk. Tijdens onderhavig onderzoek gaf de wethouder geen antwoord op bepaalde vragen (7.a, 8.c, 8.e, 10 en 11.c), ontweek andere vragen (5 en 8.a), of bleef bij bepaalde vragen in zijn beantwoording zowel slordig dan wel vaag (6, 7d1, en 8.b). Dit klemde des te meer vanwege zijn niet nagekomen toezegging aan het einde van het mondelinge interview om zijn schriftelijke antwoorden eventueel later toe te lichten. De wethouder maakte tijdens dit onderzoek in zijn geheel daarmee geen sterke indruk. De uiteindelijke tekst heb ik hem voor publicatie toegezonden. Hij heeft daar niet meer op gereageerd. 

Een citaat (zie ook vraag 6) afkomstig van een respondent met affiniteit met kunst & cultuur en een grondige kennis van de politieke verhoudingen in Volendam:

‘er is vanuit het gemeentebestuur geen echte cultuurvisie, men reageert op verzoeken uit de gemeenschap, initieert niet, en is bang door de kiezers afgerekend te worden indien men ambitie toont en beleid wil maken dat geld kost. Uit de begroting blijkt dat men feitelijk geen realisering nastreeft’.

De bescheiden begroting voor kunst & cultuur (product 5.??) in de gemeente Edam-Volendam (lees: de kom Volendam) is historisch zo gegroeid (zie ook het antwoord op vraag 3). Een eventuele achterstand wordt met de € 100.000 extra op basis van de Cultuurnota niet weggewerkt. De € 15.000 voor Talentontwikkeling van de jeugd die onderdeel uitmaakt van deze € 100.000 vormt een veelzeggend bedrag. Volendam telt ongeveer 3.000 jongeren tussen 12 en 18 jaar. Dat is € 5 (extra) per kind. 

De wethouder brengt hier tegenin dat Talentontwikkeling van de jeugd over meerdere programma’s is verdeeld. Dit verdient enige toelichting (die overigens niet door de wethouder werd gegeven). Allereerst krijgt Alliantie Kansrijk minder budget dan haar twee partners (Stichting de Sportkoepel en Stichting Club & Buurthuiswerk) daarvoor ieder afzonderlijk (zie commentaar bij vraag 4), en ook minder dan de wethouder beweerde (€ 560.000 i.p.v. € 600.000). Volgens de Nota (p.13, de op één na laatste alinea) werd voor de inwerkingtreding van de Nota Cultuur de jeugd niet voldoende bereikt. Onduidelijk blijft op welk onderzoek de wethouder deze stelling baseert. Dit is van groot belang omdat het de rechtvaardiging vormt voor zijn beslissing om de Sportkoepel en het CBW te dwingen hun focus te verleggen van sociaal-emotionele ontwikkeling naar talentontwikkeling. De Sportkoepel en het CBW moeten als gevolg daarvan activiteiten gaan afstoten (of zelf financieren) om zo financiële ruimte te maken voor activiteiten die gericht zijn op talentontwikkeling. De wethouder zegt vervolgens dat er extra geld wordt geïnvesteerd in talentontwikkeling. Hij vertelt er echter niet bij dat deze financiële middelen worden weggehaald bij het voormalige speerpunt sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook bij de presentatie van Programma LEF bleek de wethouder creatief bij het herlabelen van bestaande begrotingen om zijn beleid in een positiever daglicht te stellen. Indien de ronkende taal van de Nota wordt afgezet tegen de hoogte van haar begroting op de laatste pagina (p.31) wordt de kwalificatie van de Nota als pretentieus begrijpelijk.

Het woord dat steeds terugkomt in de Nota is ‘faciliteren’. Het is spijtig dat de functionaris die daarvoor moet zorgen, de cultuurmakelaar, er op de helft van de beleidsperiode van de Nota (2018-2020) nog steeds niet is (zie vraag 7). 

Voor mij bevestigt het citaat hiervoor dat het begrotingsbeleid (op het gebied van kunst & cultuur) van de gemeente Edam-Volendam (en ook dat van de SKOV trouwens, zie vraag 5 en 8.f) richting onze jeugd, die naast een mogelijk sociaal-culturele achterstand ook een alcoholprobleem lijkt te hebben, onverantwoord conservatief is. Het ziet er niet naar uit dat dit snel zal gaan veranderen. Extra uitgaven voor kunst & cultuur dienen immers of ergens te worden bespaard óf de inkomsten dienen via gemeentelijke belastingen te worden verhoogd. Dit laatste staat in Volendam gelijk aan vloeken in de kerk (zie ook het citaat hiervoor). De Volendamse partijen (CDA, VD’80 en Lijst Kras) lijken elkaar op dat punt inderdaad in een electorale/budgettaire houdgreep te hebben.

De reproductie van een autonoom maatschappelijk systeem in een vrijwel gesloten cirkel vormde in de tijd van de verzuiling (de jaren vijftig) in Nederland de regel. Welke gevolgen heeft het voor een eenentwintigste eeuwse gemeenschap wanneer voornoemd gesloten systeem daar nog steeds lijkt te bestaan terwijl de ontkerkelijking ook daar vrijwel volledig is? Kun je jezelf in dat geval als gemeenschap zonder nadelige gevolgen binnen zo’n zuil blijven verschuilen? Of is het juist dit dat tot een mogelijke sociaal-culturele achterstand leidt? Het uitgangspunt van de Nota dat goede ontwikkelingen van ‘onderop’ komen (zie laatste zin antwoord op vraag 13.b, en uit het citaat hierboven: ‘men reageert op verzoeken uit de gemeenschap, initieert niet’), biedt hier geen enkel soelaas. 

In paragraaf I stelde ik de vraag in hoeverre de wethouder er via zijn cultuurbeleid (de Nota Cultuur 2018-2022) voldoende aan doet om het risico te beperken dat Volendam vanuit cultureel oogpunt een autonoom en gesloten systeem blijft. Op basis van mijn onderzoek beantwoord ik die vraag ontkennend. 

In het openingscitaat gaven sommige respondenten tijdens het onderzoek van de Commissie Ringeling aan dat het culturele klimaat in Volendam weinig gevarieerd en weinig uitdagend is. Dit kan wellicht deels worden verklaard uit het feit dat alles van onderop moet komen (zie citaat) en de investeringen in kunst & cultuur sterk achterblijven bij die van de rest van Nederland. Uit het antwoord van de wethouder op vraag 9.c blijkt dat hij van mening is dat Volendammers maar een beroep moeten doen op de culturele voorzieningen in Amsterdam, Hoorn en Purmerend. In bijlage 5 bij de Nota Cultuur wordt PX Volendam wel in het Ringenmodel van Cor Wijn opgenomen, en wordt vermeld dat PX qua podiumkunsten een centrale positie inneemt. Subsidie voor culturele activiteiten krijgt PX echter niet (zie mijn commentaar bij vraag 9.c). Tijdens het huidige cultuurbeleid blijven ook de binnen- en buitenschoolse cultuureducatie in Volendam onvoldoende. De CDA-wethouder Cultuur, de bestuursvoorzitter en uitvoerend bestuurder van de Stichting Katholiek Onderwijs Volendam (zie vraag 8.f) en de rector van het katholieke Don Bosco College lijken hun verantwoordelijkheid op dit laatste punt onvoldoende te nemen. Indien Volendam inderdaad een sociaal-culturele achterstand heeft, zal die onder het cultuurbeleid van deze wethouder blijven bestaan. Ik acht dat verwijtbaar.
______________________________________________________________________________________________________
Dit artikel verscheen eerder in Cultureel Opinieblad 2Rewind 2019 – er wordt naar verwezen in het artikel De cultuur achter het kunst & cultuurbeleid binnen de kom Volendam (Deel I)

0 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Oktober kunstmaand: Interview met Sophie Basseleur

Oktober is kunstmaand in de gemeente Edam-Volendam. Speciaal voor deze gelegenheid interviewt de jongerenredactie van enClave iedere week een kunstenaar die actief is in de gemeente. Deze week interviewt Roy de Smet kunstenares Sophie Basseleur.
Lees verhaal

Oktober kunstmaand: Interview met Hayo Riemersma

Oktober is kunstmaand in de gemeente Edam-Volendam. Speciaal voor deze gelegenheid interviewt de jongerenredactie van enClave iedere week een aantal prominente kunstenaars dat actief is in de gemeente. Deze week interviewt Lieke Pannekeet kunstenaar (en kunsthistoricus) Hayo Riemersma.
Lees verhaal

[ WINACTIE ]

Like, reageer en maak kans op enClave Cultureel Opinieblad, en Hemingways geroemde boek over Parijs getiteld "A Moveable Feast"!