1. Inleiding
Naar aanleiding van de vorige gemeenteraadsverkiezingen schreef ik een driedelige serie https://www.en-clave.nl/de-cultuur-achter-het-kunst-cultuurbeleid-binnen-de-kom-volendam-deel-i/ over de culturele en politieke wortels van dit kunst & cultuurbeleid. Aan de culturele analyse https://www.en-clave.nl/de-cultuur-achter-het-kunst-cultuurbeleid-binnen-de-kom-volendam/ en https://www.en-clave.nl/de-politiek-achter-het-kunst-cultuurbeleid-binnen-de-kom-volendam-deel-iii/ voeg ik in paragraaf 2 met behulp van verschillende definities van cultuur een persoonlijke invalshoek toe.
In paragraaf 3 leg ik uit wat een tirannie van de meerderheid is, waarom dat problematisch is, en dat dit mechanisme binnen onze gemeentepolitiek op meerdere beleidsterreinen, waaronder kunst & cultuur, een doorslaggevende rol speelt. Omdat het diep in onze cultuur zit, merkt niemand het op. U vast ook niet. Daarom is het verstandig om door te lezen. Vervolgens schets ik in paragraaf 4 de status quo wat betreft ons kunst & cultuurbeleid, en in paragraaf 5 gebruik ik, aan de hand van hun landelijke stemgedrag, de mening van waarschijnlijk eenderde van mijn dorpsgenoten over de wenselijkheid van bezuinigingen op de NPO als graadmeter voor het belang dat zij aan kunst & cultuur hechten. In paragraaf 6 bespreek ik wat de verkiezingsprogramma’s van onze lokale partijen over kunst & cultuur vertellen. Vervolgens ga ik van algemeen naar bijzonder door in paragrafen 7 en 8 te focussen op PX Muziekfabriek en PX Cultuurpodium. Paragraaf 9 gaat over onze bestuurscultuur (definitie 2) en de onwenselijke informatie- en daarmee machtsposities die zij faciliteert, die ook binnen het culturele veld (term Franse socioloog Bourdieu) voor stagnatie staan. Paragraaf 10 bevat mijn conclusie.
In de kern is dit artikel een zoektocht naar de onjuiste aannames die ons aartsconservatieve, ambitieloze kunst & cultuurbeleid al decennia stutten. Laat ik met betrekking tot de betekenis van het complexe begrip cultuur in de volgende subparagraaf allereerst wat potentiële misverstanden uit de weg ruimen. We moeten wel weten waar we het over hebben. Vaak gaat het hier al mis.
2. Drie verschillende betekenissen van cultuur
De Nederlandse filosoof Sjaak Koenis constateert in hoofdstuk 6 van zijn ideeënrijke en inzichtverschaffende boek Het verlangen naar cultuur (2008) dat deelnemers tijdens publieke en private debatten over cultuur vaak langs elkaar heen praten omdat zij verschillende betekenissen van cultuur door elkaar gebruiken. Dat wil ik voorkomen.
Aan de Engelse cultuurwetenschapper Raymond Williams (1921 – 1988) ontleent Koenis de volgende drie betekenissen:
1) Een algemeen proces van intellectuele, geestelijke en esthetische ontwikkeling (cultuur als beschaving);
2) Een bepaalde manier van leven van een volk, periode of groep (cultuur als leefwijze);
3) De producten van intellectuele en vooral artistieke activiteit (cultuur als monument).
Cultuur als beschaving versus cultuur als leefwijze?
“Niets zo praktisch als een goede theorie” (Kurt Lewin). Met Hofstedes cultuurmodel, dat zich alleen bezighoudt met het cultuurbegrip bedoeld in definitie 2, heb ik vier jaar geleden in deze serie de wortel van onze landelijk gezien sterk achterblijvende uitgaven (minder dan 50%) voor kunst & cultuur (definitie 1) blootgelegd: de Volendamse angst voor de vreemde en het vreemde. Volgens Hofstede een kenmerk van Sterke Onzekerheidsvermijding: Wat anders is, is niet interessant, maar gevaarlijk! ‘vréjmde lûi´ is onze variant op Obelixs ‘Rare jongens, die Romeinen’. Het vormt onze grondhouding.
Ik (g. 1968) had op het Waterlant College geen niet-Volendamse vrienden. Dat deden wij niet. Een bepaald gedeelte van de aula was voor ons Volendammers. Op 4VWO leerde ik bij aardrijkskunde van mevrouw Welborn het begrip etnocentrisme. Beoordeel andere culturen niet op maatstaven afkomstig uit je eigen cultuur. Een cultureel antropologische doodzonde. Dit is altijd mijn vertrekpunt gebleven.
Dat een negentiende-eeuws, pré-modern, rooms-katholiek vissersdorp niet investeert in kunst & cultuur is begrijpelijk. Dat een eenentwintigde-eeuws, deels (asynchroon) gemoderniseerd, welvarend dorp met een lege vissershaven en lege kerken dat niet doet, roept vragen op. Is de diepste, deels onbewuste wens van met name het lokale CDA en VD80 om ons binnen een rooms katholieke zuil te houden?
Voor Volendammers lijkt de cultuur bedoelt in definitie 2 (cultuur als leefwijze) een negatieve invloed te hebben op het proces bedoeld in definitie 1 (cultuur als beschaving). Bezien Volendammers het proces cultuur als beschaving met wantrouwen omdat kunst & cultuur vaak van buiten komt en (onbewust) een bedreiging vormt voor de Volendamse cultuur als leefwijze, die feitelijk bestaat uit een gedeelde opvatting over wat het goede leven inhoudt (inclusief wereldbeeld en keuken)? Is er hier nog steeds sprake van een cultuurclash? Waar vindt die plaats? Op school of op het werk. En laat ik als enfant terrible dan ook maar direct de vraag poneren waar wij zo langzamerhand toch niet meer omheen kunnen: zijn de meeste Volendammers eigenlijk gewoon cultuurbarbaren?
3. Tirannie van de meerderheid is ondemocratisch
Laat ik een democratisch tekort binnen onze gemeente aan de orde stellen. Het bestuur van de gemeente Edam-Volendam en de politieke partijen die haar wethouders leverden, functioneerden de afgelopen drie decennia op diverse beleidsterreinen – waaronder kunst & cultuur –, als een tirannie van de meerderheid. Als de huidige politieke meerderheden niet veranderen, blijven de sectoren waar weinig aan wordt besteed, zoals kunst & cultuur, steeds het kind van de rekening. Hoewel zij de term tirannie van de meerderheid niet gebruiken, lijken de klachten van gemeentegenoten uit de periferie (buiten Volendam), bijv. inzake het teruglopende voorzieningenniveau aldaar, op hetzelfde mechanisme te wijzen (zie www.grootwaterland.nl).
Dit democratische tekort is cultureel geworteld in onze Sterke Onzekerheidsvermijding (cultuurmodel Geert Hofstede). Daarom ziet een Volendammer het probleem niet. Volgens de definitie van Albert Camus is Edam-Volendam geen democratie. Minderheden hebben geen recht op een uitzonderingsbehandeling. Zo leren wij dat binnen onze cultuur. Als jurist heb ik het afgeleerd.
Mona Keijzer is de ultieme Volendamse
Dit laatste geldt niet voor ex-minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, tevens ex-minister van Asiel en Migratie Mona Keijzer (ex-BBB, ex-CDA), ook een geboren en getogen Volendamse, onze wiegjes stonden nog geen honderd meter van elkaar, tevens een jurist, die dit minderhedenstandpunt perfect illustreerde met haar beslissing om de woningvoorrang voor statushouders wettelijk in te trekken. De Raad Van State vond dat de achterstand die statushouders op de woningmarkt hebben diende te worden gecompenseerd door dit voorrangsrecht. Daarom was Keijzers voornemen in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Daar kwam nog bij dat de asielketen nog meer verstopt zou raken. De Raad gaf een sterk negatief advies. Keijzer, die als ultieme Volendamse altijd alles zeker weet, gaf aan dat zij er anders over dacht, en zette door. Volendammers zijn het met haar eens.
Mona Keijzer is een populist
Als jurist vind ik Keijzers handelen onbegrijpelijk. Maar wanneer je kijkt naar haar ruim honderdelfduizend voorkeurstemmen, de mensen die zij moet bedienen, wordt haar handelen begrijpelijker. Met dit duidelijke standpunt scoort zij bij haar persoonlijke achterban: symboolpolitiek. Behendig eigende zij zich het door Jesse Klaver (GroenLinks-PvdA) opgeplakte etiket palingpopulist als geuzennaam toe. Laat dat maar aan haar over.
Zelfs de gelauwerde interviewer Jeroen Pauw moet alle zeilen bijzetten wanneer Mona Keijzer te gast is. Zij gaat namelijk eerst even uitleggen hoe het zit, en wil daarbij niet onderbroken worden. Maar Klavers verwijt was natuurlijk terecht: Mona Keijzer is een populist. Zij was één van de bepalende gezichten van het kabinet Schoof. Het eerste wat dit kabinet wilde doen was middels een noodwet de Tweede Kamer buitenspel zetten. Zij vond namelijk dat het volk vond dat er sprake was van een asielcrisis.
Een ochlocratie is een ontspoorde democratie
Binnen een ochlocratie, een ontspoorde democratie, ligt de macht bij een ongestructureerde menigte en regeert de emotie in plaats van de rede. Voornoemde noodwet valt onder deze definitie. Een goede openingsscène bevat de essentie van de film. Het leven imiteert de kunst. Keijzers minderheden standpunt is diepgeworteld in de Volendamse cultuur, en het vormt een democratisch tekort waar ons huidige kunst & cultuurbeleid een direct gevolg van is. De figuur Mona Keijzer zegt heel veel over de gemiddelde Volendammer die zij immers tracht te bereiken. Ik wilde het haar wel laten lezen maar wilde het niet naar de BBB sturen. Ze is niet makkelijk bereikbaar. Maar volgens mij becommentarieer ik slechts de feiten.
4. CDA-wethouder voert al vier jaar geen kunst & cultuurbeleid
Er bestaat een minderheid van burgers, waartoe ik ook behoor, die weliswaar niet wordt vervolgd, maar ook niet wordt gehoord. Deze minderheid – daar zijn er meer van – vindt het onverdedigbaar dat de gemeente Edam-Volendam in vergelijking met soortgelijke Nederlandse gemeenten (waarschijnlijk al decennia) ruim 50% minder besteedt aan kunst & cultuur, zonder dit sterk afwijkende beleid deugdelijk te onderbouwen. Deze tirannie van de meerderheid legt ons willens en wetens een ambitieloos kunst & cultuurbeleid op.
Aan het einde van Deel III [zie link] van voornoemde driedelige serie (2022) gaf ik aan dat het percentage waarmee de jaarlijkse cultuurbegroting stijgt, en een coëfficiënt dat uitdrukt hoe deze nieuwe extra bestedingen worden verdeeld over traditionele en vernieuwende activiteiten, een startpunt zou kunnen zijn bij een beoordeling van het op dit punt gevoerde beleid.
Hier stel ik slechts vast dat de stijging van het budget voor kunst & cultuur over de afgelopen, vierjarige bestuursperiode nihil is geweest. En het had erger gekund. Onze gemeenteraad wilde bezuinigen op de cultuurcoördinator. ONS Belang geeft in haar verkiezingsprogramma aan dat als er bezuinigd moet worden kunst & cultuur niet steeds de dupe zou moeten zijn. ONS Belang kan het weten omdat zij er onder haar vorige naam Lijst Kras medeverantwoordelijk voor was. Dat er al vier jaar geen opvolger is van de Nota Kunst & Cultuur 2018-2022 en er dus geen kunst & cultuurbeleid is, zegt eigenlijk alles. Landbouwminister Femke Wiersma (BBB) heeft ons laten zien dat voorkomen dat er iets gebeurt ook beleid kan zijn.
5. De gemiddelde Volendammer over kunst & cultuur op nationaal niveau: de NPO
De houding van de gemiddelde Volendammer ten opzichte van kunst & cultuur bleek ook uit het stemgedrag tijdens de afgelopen Tweede Kamer verkiezingen. Daarom maak ik dit uitstapje naar de landelijke politiek. Dat veel Volendammers stemmen op partijen die de NPO minimaal willen kortwieken is veelzeggend. Wilders wil haar het liefst opheffen. De afvallige Shanna Schilder (Groep Markuszower, ex-PVV) ook? In plaats van een sterke, controlerende, vierde macht (de journalistiek) zien rechtsradicale partijen liever een ongecontroleerde uitvoerende, tweede macht (de regering). Dat de NPO overwegend links is, kan ik niet los zien van het gegeven dat ons landsbestuur vrijwel altijd rechts is geweest. De NPO vervult haar functie als tegenmacht zou je kunnen zeggen. Keijzers bericht met een ‘knipoog´ op X, waarmee zij de integriteit van de NPO in twijfel trok door te suggereren dat de NPO het Israëlische standpunt niet laat zien, was smakeloos en een vice-premier onwaardig.
Anders dan de NPO maken commerciële omroepen geen kwaliteitseries zoals bijvoorbeeld Oogappels (2019-2025), De Joodse Raad (2024) of Bodem (2025). Daarvoor ontbreken de financiële middelen en het verdienmodel. Joop van den Ende heeft gelijk en hij kan het weten. Met een uitgeklede NPO worden BBC One & Two bij mij thuis nog vaker het alternatief. Lekker geen reclame. En zij zenden laat op de avond vaak interessante films uit.
Daarentegen hebben de commerciëlen een ontstellend zwak filmaanbod. Vooral laaggewaardeerde (volgens tvgids.nl) B-films, eens per jaar alle James Bond-films, en die hele Sniper-serie een week lang. Met in totaal vijftien minuten per uur hetzelfde reclameblok. Winstmaximalisatie heet dat. Het gaat er niet om iets moois te maken, maar om geld te verdienen. Francis Ford Coppola bood een paar jaar geleden in Rolling Stone Magazine zijn excuses (ironie) aan voor The Godfather Part II (1974). Omdat hij daarmee de sequel als mogelijkheid op de kaart had gezet. Laat de gemiddelde Volendammer, die net als ik thuis graag televisie kijkt, zich als een soort puul liever dwangvoederen met de genrefilms en eindeloze sequels van de puur financieel aangedreven Amerikaanse cultuurindustrie?
6. Wat zeggen Volendamse partijen in hun verkiezingsprogramma’s over kunst & cultuur?
Hiervoor ging het over de situatie tot op heden. Hierna volgt een korte schets van hetgeen de lokale verkiezingsprogramma’s over kunst & cultuur zeggen. Het meer in Edam gewortelde GroenLinks-PvdA besteedt er in haar verkiezingsprogramma het meeste aandacht aan. Zeer lovenswaardig natuurlijk, maar gezien onze tirannie van de meerderheid zal deze partij niet snel deel gaan uit maken van een coalitie. De lokale VVD beperkt zich tot het uitspreken van de wens dat kunst & cultuur meer aandacht moeten krijgen in het onderwijs (Onderwijs, punt 6). De Volendamse partijen VD’80, BVNL en LEV wijden in hun huidige verkiezingsprogramma geen enkel woord aan kunst & cultuur. Dat is duidelijk. Het nieuwe lokale D66 en Luister 25 opvallend genoeg ook niet. Dat is minder duidelijk. Wilden zij Volendamse kiezers niet afschrikken? En dan het lokale CDA dat al een hele tijd beleidsverantwoordelijkheid draagt. Uit haar verkiezingsprogramma: ‘Het CDA wil dat het stimuleren van kunst en cultuur sterker en structureel wordt verankerd in gemeentelijk beleid. Het is misschien geen wettelijke taak maar zo ziet het CDA dat wel.’ Hoe valt deze passage te rijmen met het al vier jaar ontbreken van een kunst & cultuurbeleid onder de huidige CDA-wethouder? (zie paragraaf 4.)
Het lokale CDA zal meeliften op het landelijke CDA succes (het Henri-effect). Binnen een toekomstige coalitie zal zij – zonder haar lijkt het niet te kunnen – wederom de portefeuille (Sociaal Domein) opeisen, de portefeuille die zij met twee wethouders al ruim zeventien jaar bezet. Binnen dit Sociaal Domein werd in 2025 45% van de totale gemeentebegroting besteed. Het lokale CDA is de maatschappelijk best georganiseerde rem op een gezonde culturele ontwikkeling van onze gemeenschap, omdat zij negatief staat ten opzichte van de rol van onze jeugd als change agent. In andere woorden: Conservatiever dan de paus. Maar met een VD80 wethouder zal het beleid niet veel anders zijn. De tirannie van de meerderheid (zie paragraaf 3).
Onze politici: boekhouders in plaats van economen?
Voor het CDA heeft VD80 ook achttien jaar een wethouder gehad op voornoemd beleidsterrein. Meer geld naar kunst & cultuur staat op Volendam gelijk aan vloeken in de kerk. Volgens mij heb ik Jan Smit bij Pauw & Witteman ook weleens horen zeggen dat subsidie wel lekker makkelijk is. Nou niet bij onze gemeente hoor! Want de gemiddelde Volendammer is het eens met Jan Smit: De markt moet het oplossen. Een invalide argument dat nog steeds wordt gebruikt.
Elke econoom leert echter dat de cultuursector wordt gekenmerkt door marktfalen: vraag en aanbod zijn niet goed op elkaar afgestemd. Omdat er buiten de mainstream al snel geen realistisch verdienmodel meer bestaat, valt het totale kunst & cultuuraanbod minder divers en lager uit dan wat ook economen als maatschappelijk optimaal beschouwen. Wanneer de overheid niet instapt, blijft alleen de commercie over. Veel tribute bands dus. Verrassend zijn mag nog slechts binnen zeer strakke parameters. Precies zoals Volendammers het graag horen: “Zoo van het plaatje¨.
Natuurlijk haken de boekhouders die onze politiek bevolken af wanneer je over positieve externe effecten begint. Een lange termijn visie ontbreekt, en omdat dit moeilijk te kwantificeren valt zien zij door hun cijferfetisj niet dat de verwachte maatschappelijke baten de subsidies dan wel aanbestedingen overschrijden. Hoewel onze gemeentelijke nota’s graag wijzen op deze positieve externe effecten, vertaalt het zich nochtans niet in gemeentelijk beleid. Cultuureducatie nu, geen Jeugdzorg later, zegt ONS Belang die het inmiddels wel lijken te zien.
ONS Belang: een koerswijziging of verkiezingsretoriek?
Misschien bestaat er toch een lichtpuntje. Want wie schetste mijn verbazing tijdens het lezen van het huidige verkiezingsprogramma van oppositiepartij Ons Belang (voorheen Lijst Kras) dat warempel een paragraaf getiteld kunst & cultuur bevat:
‘Kunst & cultuur verdienen een stevige plek. ONS Belang staat voor een cultuurbeleid waarin ruimte is voor traditie en vernieuwing. Wij vinden dat kunst en cultuur structureel aandacht en ondersteuning verdienen, ook in tijden waarin financiële keuzes moeten worden gemaakt. Kunst & cultuur mag volgens ONS Belang niet het kind van de rekening worden, zonder dat we hebben gekeken naar alternatieve bezuinigingsmaatregelen.´
In haar laatste verkiezingsprogramma, toen Ons Belang nog Lijst Kras heette, ontbrak dit beleidsterrein geheel. Lijsttrekker en SKOV-onderwijzer/directeur Loek Kras had er niet zoveel mee. Is hier sprake van een koerswijziging of is dit verkiezingsretoriek? Er is enig bewijs dat het niet alleen retoriek is omdat ONS Belang in 2024 een amendement indiende waarmee de door het college voorgestelde bezuiniging op Your Talent niet doorging. (Your Talent wordt georganiseerd door de Sportkoepel in samenwerking met Club & Buurthuis Werk (CBW), en bestaat uit een zeven weken durende kennismakingscursussen op gebied van sport, kunst & cultuur (inclusief muziek) voor kinderen tot 17 jaar.)
Van algemeen naar bijzonder
Hiervoor ging het steeds over de kunst & cultuur begroting in zijn algemeenheid. Hierna gaat het over onze popmuzikale cultuur en over PX in het bijzonder. “Het bruggehoofd van de tegencultuur”, aldus Boudewijn Smid in zijn boek Enclave Volendam (2013). Terug naar het verkiezingsprogramma van ONS Belang.
ONS Belang: ´Cultuureducatie nu, geen Jeugdzorg later’
In een eerdere versie van Ons Belangs verkiezingsprogramma legden zij onder het kopje Onderwijs een direct verband dat van groot belang is: ‘Cultuureducatie nu, geen Jeugdzorg later.’ Ik kon het volledige citaat niet meer vinden. Een verkiezingsprogramma als ‘work in progress’? Onder het nieuwe kopje kunst & cultuur vond ik nu wel de volgende passage:
‘Het Club Buurthuis Werk (CBW) speelt een belangrijke rol in het culturele leven van onze gemeente. Vooral de jeugd en senioren vinden steun en kansen hun talenten te ontwikkelen, sociale contacten te onderhouden/vrienden te maken met behulp van de programma’s van het CBW. ONS Belang wil: De samenwerking met het CBW intensiveren en versterken. Het CBW meenemen bij beleidskeuzes op het gebied van kunst en cultuur.´
Navraag bij Henk de Boer (n.2 ONS Belang) leerde mij dat zij PX Cultuurpodium zien als een zelfstandige, subsidiabele activiteit binnen de stichting Club & Buurthuis Werk.
Het zijn natuurlijk maar verkiezingsbeloften maar van het CDA en VD80 weten we zeker wat we krijgen: meer van hetzelfde.
7. PX Muziekfabriek geen subsidie Muziekschool Waterland wel
Op Volendam lijkt de impliciete aanname te zijn dat er hier een soort hoorn des overvloeds bestaat waaruit popmuziektalent zal blijven stromen zonder dat dit om onderhoudsinvesteringen vraagt. Waarom zou dat zo zijn? En waarom laten we het bij sport dan niet aan het toeval over? De verhouding tussen geld voor sport en geld voor kunst & cultuur per hoofd van de bevolking is in onze gemeente al heel lang zoek.
Met meer geld naar kunst & cultuur maak ik onderscheid tussen dat voor muziekschool PX Muziekfabriek en dat voor Cultuurpodium PX (zie paragraaf 8). Stel € 50.000 voor PX Muziekfabriek. In totaal gaat het dan om 1,25% van het vrije gedeelte (daartegenover staat geen wettelijke taak vanuit de Rijksoverheid) van de gemeentelijke begroting van € 4 miljoen (op een totale begroting van het Sociaal Domein van € 65 miljoen gaat € 61 miljoen dus op aan de wettelijke taken). Gezien het percentage van 1,25% lijkt dit meer over principes dan over geld te gaan. In muziekdorp Volendam! Uit dit vrije gedeelte van de begroting dient trouwens ook het nieuwe gemeentehuis te worden gefinancierd. Hoeveel procent van dit vrije gedeelte gaat daar straks jaarlijks naar toe?
Muziekschool Waterland ontvangt voor haar binnenschoolse lessen wel subsidie van onze gemeente (€ 130.000) en PX Muziekfabriek voor haar buitenschoolse lessen niet. PX Muziekfabriek vormt een goede muzikale vervolgstap na het al genoemde Your Talent. Op dit ogenblik zorgt de hoogte van het lesgeld echter voor een afbreukrisico. Sommige ouders kunnen dit lesgeld niet betalen. Daarom wil PX Muziekfabriek de subsidie grotendeels gebruiken om haar lesgeld te kunnen verlagen.
Een ander gedeelte van de subsidie voor PX Muziekfabriek zou worden gebruikt om een jaarlijkse talentenjacht rondom de binnen PX Muziekfabriek gevormde lokale bands te organiseren met als hoofdprijs bijvoorbeeld een budget dat moet worden gebruikt om een EP of album met eigen materiaal op te nemen. Er kan een afspraak worden gemaakt met onze lokale muziekstudio’s en producers zodat dit geld onze lokale economie niet hoeft te verlaten. Deze investeringen in kunst & cultuur zijn in onze eigen kinderen. De Volendamse horeca maakt overigens graag gebruik van de door PX Muziekfabriek opgeleide bands. Hoewel zij ze wel kunnen betalen gaan ze liever voor duo’s of trio´s. Die zijn goedkoper.
8. Waarom geen subsidie voor Cultuurpodium PX?
Laten we met het citaat van ONS Belang (aan het einde van paragraaf 6) in gedachten hun ideale toekomstige situatie eens vergelijken met de al decennia bestaande status quo. Cultuurpodium PX (onderdeel van stichting Club & Buurthuiswerk) geniet als landelijk erkend poppodium gedurende dezelfde periode de twijfelachtige eer de enige in dit gezelschap te zijn die geen subsidie ontvangt van haar eigen gemeente. Een gemeente die geen kans onbenut laat om zich als muzikaal te presenteren. Wat zegt dat over ons? Een culturele verklaring op basis van Hofstedes cultuurmodel is onze negatieve houding ten opzichte van onze jeugd (een kenmerk van Sterke Onzekerheidsvermijding). De rol van de jeugd als change agent wordt hier gefrustreerd. Een vier jaar terug gestart onderzoek naar de wenselijkheid van een budget voor PX Cultuurpodium heeft volgens de leidinggevende ambtenaar nog niet geleid tot een subsidieregeling omdat het door andere prioriteiten nog geen uitvoering heeft gekregen.
Buiten de politieke arena maar met veel invloed daarbinnen bestaat er ook een geducht, politiek obstakel. Onze invloedrijke horecasector – thans vertegenwoordigd door ex-wethouder Hans Schütt als voorzitter van de Edam-Volendamse afdeling van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) – klaagt al decennia over de door stichting Club & Buurthuiswerk jegens de horeca bedreven ‘oneerlijke concurrentie´. Een bekend stokpaardje van de Koninklijke Horeca Nederland, een zeer actieve belangenvereniging die haar leden tijdens gesprekken met cultuurinstellingen bijstaat. Gesubsidieerde instellingen zoals buurthuizen, sportkantines en culturele centra die horeca-activiteiten ontplooien, vallen onder de noemer paracommercie. Het standpunt van KHN is dat voornoemde organisaties een oneerlijk voordeel hebben door subsidies en de inzet van vrijwilligers. Volgens de directeur van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF) bestaat er geen jurisprudentie waarin horeca-ondernemers op het punt van oneerlijke concurrentie ooit in het gelijk zijn gesteld.
Bij Cultuurpodium PX bestaat al geruime tijd de wens om met behulp van gemeentelijke subsidie een wat vernieuwender en alternatiever programma aan te kunnen bieden. In het verleden gaven ambtenaren bij PX-vertegenwoordigers aan dat dit kansloos was. Er bestaat hier geen gemeentelijke subsidieregeling voor, dus die zou in het leven moeten worden geroepen. Dit is geen juridische kwestie, maar een politieke.
Mijn vraag welk standpunt onze horecasector op dit punt inneemt of zou innemen, of zij dit ook als oneerlijke concurrentie ziet, wilde Schütt niet beantwoorden.
Mijn inschatting is dat horeca-ondernemers vertegenwoordigers van het CDA, VD’80 en de VVD in kennis zullen stellen van het feit dat zij niet gelukkig zijn met het voornemen om een dergelijke subsidieregeling in het leven te roepen, omdat zij vinden dat er dan sprake is van oneerlijke concurrentie. Zij zijn gewoon bang dat het hun omzet gaat kosten. Het is hun kruideniersmentaliteit die ons hier parten speelt. Ik kom niet vaak meer in café’s maar samen met een dierbare vriend genoot ik op zaterdagmiddag rond zes uur in Café ‘t Winckeltje van een Westmalle Dubbel toen er een dertigkoppige Armada binnenkwam. Prachtig opgemaakte vrouwen en net gedouchte mannen. Wat is dit? Het bleek dat zij hier gingen inpilsen om anderhalf uur later naar een Tom Jones tribute in de PX te gaan. Ze hadden er zin in in, en dan heb je ook dorst. Of er slipjes op het podium zijn gegooid is mij niet bekend. Ik moest om acht uur thuis zijn.
Er bestaat geen onderzoek waarmee kan worden onderbouwd dat het biertje dat wordt gedronken bij een cultuurpodium (in casu PX) daarom niet wordt gedronken in de plaatselijke horeca (in casu de Dijkhoreca). Er bestaan wel genoeg aanwijzingen dat een vergroting van het culturele aanbod binnen een gemeente leidt tot een vergroting van haar totale horecaomzet. Wij lijken in alles zelfvoorzienend te willen zijn, maar voor kunst & cultuur ga je maar naar Amsterdam. Waarom houden wij deze uitgaande Volendammers niet hier? Uit angst voor een kleinere punt missen onze horeca-ondernemers de grotere taart.
Het punt is nu juist dat PX Cultuurpodium een minder commercieel, vernieuwender aanbod wil kunnen brengen. Met subsidie zou zij in plaats van een Andre Hazes tribute een alternatievere band kunnen programmeren die minder publiek trekt maar waarmee zij zich als poppodium wel kan profileren en haar regionale uitstraling kan vergroten. Zo’n ruil zou voor de horeca juist winst betekenen. Jan Zwarthoed (Hotel-restaurant Le Pompadour) en Zem Veerman (Café-restaurant de Vrijheid) gaven tijdens de bijeenkomst d.d. 16 februari jl. in de PX inzake Programma Waterfront ook aan dat zij regelmatig gasten ontvangen die bij hen komen eten en drinken voordat zij naar PX Cultuurpodium gaan.
Onze politici zijn beducht voor die andere horeca-ondernemers die immers de heilige grond aan onze haven bezitten dan wel bezetten. Wat moet je met dat Programma Waterfront als je hen niet mee krijgt? En deze ondernemers spreken als gastheren de hele dag iedereen. Die wil je niet tegen de haren in strijken. Dat sommigen van hen zowel politiek als ambtelijk binnen onze gemeentelijke organisatie goed de weg kennen, bleek al uit het rapport van Berenschot over kermis 2022. Het is natuurlijk ook maar een klein gebouw.
Laten we even uitzoomen. Wij als gemeenschap hebben al decennia een mager kunst & cultuur aanbod omdat onze horeca bang is dat het haar omzet kost. Laat het maar even op u inwerken.
9. Een maatschappelijk ongewenste stapeling van bestuursfuncties binnen het culturele veld
Ik wees er in mijn driedelige serie van vier jaar geleden al op dat vrijwel het gehele maatschappelijke middenveld in Volendam ondemocratisch (via de stichting) is georganiseerd. Ook gaf ik toen al aan dat Volendam nog altijd enkele koninkrijkjes telt, die garant staan voor culturele stagnatie. Sommige van onze bestuursvoorzitters zitten (nog steeds) als een soort cultuurpausen binnen het culturele veld (term van de Franse socioloog Bourdieu) al meerdere decennia gerieflijk op hetzelfde pluche. Afgekeken van een politieke tijdgenoot (hij ruste in vrede), die op dit punt een illustere voorganger vormde, lijkt ook deze ex-politicus als bestuurder al decennia politiek met culturele middelen te bedrijven.
Omdat de situatie sindsdien niet is veranderd, vestig ik daar in deze paragraaf wat uitgebreider de aandacht op. Ik ben geen politicus maar een journalist die geen andere manier ziet om dit aan de orde te stellen. Daarbij stel ik het algemeen belang boven het private belang. Om dit laatste zoveel mogelijk te ontzien, noem ik hier geen naam of partij.
Een onmisbaar lijkende bestuurstijger
Deze bestuurder zit in het bestuur van vier culturele organisaties en is sinds de oprichting in 2004 al tweeëntwintig jaar voorzitter van een van deze vier. Een onmisbaar lijkende bestuurstijger en raspoliticus. Voor de gemeente is hij een gesprekspartner en dus krijgt hij informatie en daarmee macht. Een dergelijke machtspositie is maatschappelijk gezien ongewenst. Zelfs bij particuliere, niet gesubsidieerde stichtingen of verenigingen dienen dit soort invloedrijke bestuursposities niet te lang door dezelfde persoon te worden bekleed. Het zou een zegen zijn wanneer deze bestuurder eindelijk besluit dat hij genoeg heeft gedaan voor onze gemeenschap. Zo zou zijn eventuele toetreding tot het bestuur van de stichting die de Spaandercollectie gaat beheren zeer onwenselijk zijn, al zou het wel perfect illustreren wat er in ons dorp misgaat. En laat deze raspoliticus de verleiding weerstaan om bestuursposities over te dragen aan familieleden. Dat heet nepotisme. Niet doen dus.
Trouw boegbeeld van de hiervoor genoemde tirannie van de meerderheid
Als fractievoorzitter van een Volendamse partij betoonde voornoemd bestuurder zich altijd een medebepalend en trouw dienaar van de hiervoor genoemde tirannie van de meerderheid. Hij liet zich ooit ontvallen dat hij de PX eigenlijk overbodig vond. Zij moest dus vooral een Club & Buurthuis blijven. Dit standpunt maakt twee van zijn vier bestuursfuncties minimaal problematisch.
In deze twee besturen dient hij te worden vervangen door een jonger iemand met meer gevoel voor PX Muziekfabriek en PX Cultuurpodium.
(Dit is geen sollicitatie. Volendam heeft meer behoefte aan kritische journalisten. Een pet die mij bovendien beter past.)
De Volendamse bestuurscultuur moet op de schop
Dat onze bestuurscultuur op de schop moet lijkt nog steeds niet tot iedereen te zijn doorgedrongen. Ik heb in een 2REWIND artikel uit 2017 over de bestuurscultuur van de SKOV al eens gewezen op de overlap die bestond tussen het bestuur van FC Volendam, dat van de SKOV én dat van de kerk. Hetzelfde verschijnsel doet zich ook in andere sectoren voor.
In de lokale ondernemersvereniging IBEV zitten bijna 50% van bestuursleden al minimaal vijftien jaar en een aantal al ruim twintig jaar. Ik begrijp niet dat deze bestuurders dit zelf willen. Ik heb het hier niet over recht, maar over ethiek. Ook voor de wereld buiten de IBEV is het onwenselijk als informatieposities daarbinnen leiden tot machtsposities daarbuiten.
De Rotary is ook een vereniging en zij ontleent haar naam aan het (drie)jaarlijks rouleren van functies. Een lid kan zich niet blijven onttrekken aan deze democratische plicht die is overgenomen van de Oude Grieken (in ieder geval Athene). Bij ons vormt de katholieke kerk met haar voor het leven benoemde paus eerder het lichtende voorbeeld. De Volendamse bestuurscultuur moet zich aanpassen aan de huidige tijd. Dat moet door jongvolwassenen gebeuren. Het is hun democratische plicht. Een derde van hen beschikt inmiddels over een HBO of WO-diploma. Leggen ze dat soms af wanneer ze ons dorp binnen rijden? Of wordt hen niets gevraagd? Volendammers zijn apolitiek en dat wordt doorgegeven. Zolang je niet in hun portemonnee zit, vinden ze alles goed. Ik gaf al eerder aan dat dit maatschappelijk een belangrijk nadeel vormt. Het is niet democratisch en sommige mensen krijgen daardoor teveel macht. Deze dorpsgenoot ook.
10. Conclusie
Wat worden we toch slecht bestuurd, en wat gaat er hier toch veel naar de filistijnen. Een tirannie van de meerderheid legt ons op basis van onjuiste aannames willens en wetens al decennialang een ambitieloos kunst & cultuur beleid op. Het lijkt niet om geld maar vooral om principes te gaan. Over muziek als eindexamenvak op het Don Bosco College komen we later nog te spreken.
Ondanks dat duidelijk is dat de markt niet zorgt voor een evenwichtig kunst & cultuuraanbod (onjuiste aanname 1) blijven onze bestuurders en hun kiezers hun standpunt daarop baseren. Bovendien lijken zij een spanning tussen cultuur als beschaving versus cultuur als leefwijze te zien of ervaren. Volendammers worden opgevoed tot cultuurbarbaren. Daarbij heeft de lokale horeca een stevige vinger in de beleidspap. Een publiek belang wordt opgeofferd aan de private belangen van bange Rupjes Nooitgenoeg. Terwijl uit onderzoek blijkt dat zij juist zullen profiteren van een diverser kunst & cultuuraanbod. Een kruideniersmentaliteit speelt ons hier parten: Kleingeestig, gierig en bekrompen. Dat er in casu sprake zou zijn van oneerlijke concurrentie is onjuiste aanname 2. Er bestaat geen jurisprudentie waarin dit standpunt steun vindt. De lobby van de PX is jammer genoeg niet zo krachtig als die van de sportverenigingen en de horeca-ondernemers. De PX zou de nieuw gekozen gemeenteraad moeten uitnodigen om haar ideeën toe te lichten.
‘Op´ Volendam lijkt bovendien het idee te bestaan dat er hier sprake is van een soort hoorn des overvloeds waaruit popmuziektalent zal blijven stromen zonder dat dit om onderhoudsinvesteringen vraagt (onjuiste aanname 3). Als econoom geloof ik daar niet in: “there is no such thing as a free lunch”. Ik denk dat deze aannames heel schadelijk zijn geweest.
De Volendamse partij (ONS Belang) lijkt de positieve lange termijn effecten van meer investeringen in kunst & cultuur inmiddels wel te zien: Cultuureducatie nu, geen Jeugdzorg later’. Het zijn natuurlijk maar verkiezingsbeloften maar van het CDA en VD80 weten we immers zeker wat we krijgen: meer van hetzelfde. Vanwege de hier bestaande tirannie van de meerderheid is Edam-Volendam geen democratie.
Los van de genoemde kruideniersmentaliteit is ook de Volendamse bestuurscultuur niet meer van deze tijd. Het wordt tijd dat Volendamse bestuurders stoppen met het verzamelen van bestuursfuncties, en dat zij na maximaal acht jaar plaatsmaken voor een opvolger.
Wanneer je als overheid zoveel minder besteed aan kunst & cultuur zou je dat als politicus moeten uitleggen (Comply or explain). Volendamse politici weigeren verantwoording af te leggen. De arrogantie of de domheid van de macht? Kiest u zelf maar:
“Ook domheid heeft haar eigen eergevoel. Ze verzet zich zelfs veel heftiger tegen spot dan ondeugd tegen berisping. Want de ondeugd weet dat de kritiek gelijk heeft, maar domheid gelooft daar niet aan”.
Karl Kraus (1874 – 1936), Oostenrijks-Joods schrijver, dichter, toneelschrijver, satiricus, pamflettist en journalist.