Net als Ken Follett (zie mijn vorige bijdrage) begon Robert Harris zijn schrijverscarrière als journalist. Na een aantal non-fictie boeken en thrillers te hebben gepubliceerd, wierp hij zich met name op historische fictie en werd daarmee wereldberoemd en schatrijk. Meerdere boeken zijn verfilmd, zoals recent Conclave (2016) – over een fictieve contemporaine pausverkiezing in Rome – en An Officer and a Spy (2013), geregisseerd door Roman Polanski (bekend van films als Macbeth, Tess, Chinatown) over de beruchte Dreyfus-affaire. De joodse officier Alfred Dreyfus werd in 1894 beschuldigd van landverraad, vanwege het vermeend verkopen van staatsgeheimen aan de Duitsers, en tot levenslange gevangenschap in een strafkolonie veroordeeld. Deze op antisemitisme gebaseerde veroordeling leidde tot grote verdeeldheid in de Franse republiek (J’Accuse…! – Emile Zola) en uiteindelijk tot vrijspraak en eerherstel van Dreyfus in 1906. Een zeer leesbaar en spannend boek, net als Munich (2017) dat de Conferentie van München in september 1938 beschrijft, waar uiteindelijk het verdrag wordt getekend dat Tjechoslowakije opoffert aan de Duitsers (die het land al waren binnengevallen en zich Sudetenland hadden toegeëigend, met het argument dat in die streek veel Duitstaligen woonden), in de hoop een massale oorlog af te wenden. “Peace for our Time” jubelde de Engelse premier Neville Chamberlaine bij terugkeer in Londen, maar helaas, nog geen jaar later werd het alsnog oorlog. (Munich heeft een hoog actualiteitsgehalte dankzij de huidige Amerikaanse president die unverfroren Venezuela binnenvalt om het staatshoofd te ontvoeren, of uit “veiligheidsoverwegingen” Groenland dreigt te veroveren.) Wrang-komisch is het bezorgde besef van een van de staatshoofden in München, dat indien Hitler besloot hen ter plekke gevangen te nemen, Frankrijk en Engeland onmiddellijk zonder regering zouden komen te zitten! Gelukkig komt het niet zo ver, maar om dezelfde reden ware het beter dat Zelensky voorlopig niet naar de USA reist: de onvoorspelbare Trump zou hem zomaar in het Witte Huis voor het oog van de wereld in de boeien kunnen slaan en aan Poetin uitleveren ter bespoediging van het Oekraïense vredesproces.
Act of Oblivion (2022) duikt weer wat verder de geschiedenis in. Grofweg tussen 1640 en 1660 was Groot-Brittannië in de greep van een burgeroorlog, die in 1649 resulteerde in de onthoofding van koning Charles I wegens hoogverraad. Oliver Cromwell bestierde hierna de natie als republiek in de rol van Lord Protector. Na diens dood werd de zoon van Charles I weer als koning geïnstalleerd. De titel van het boek verwijst naar het generaal pardon voor iedereen die tijdens de burgeroorlog misdaden had gepleegd. Dat pardon gold echter niet voor de 49 mannen die hun handtekening hadden gezet onder de terdoodveroordeling van Charles I. De straf voor het plegen van regicide (het doden van een koning) was “to be hanged, drawn and quartered,” een dermate gruwelijke marteldood dat de meeste ondertekenaars halsoverkop het land ontvluchtten, onder andere naar Nederland, Frankrijk en Zwitserland. Maar ook daar waren ze niet veilig: zoon Charles II had opdracht gegeven dat allen gezocht en gevonden moesten worden, en in veel gevallen lukte dat ook. Act of Oblivion beschrijft de vlucht naar Amerika van Edward Whalley en zijn schoonzoon William Goffe, beiden familieleden en belangrijke medewerkers van Cromwell tijdens de Civil War. Zij worden op de hielen gezeten door een search party onder leiding van Richard Nayler (van de tientallen historische personages die het boek bevolken is hij het enige fictieve), en daardoor genoodzaakt voortdurend verder te trekken om nieuwe onderduikadressen te vinden. Dat is geen sinecure, want niet alle kolonisten zijn hun zaak toegedaan en menig ander durft geen onderdak te verlenen uit angst gestraft te worden voor medeplichtigheid aan verraders. Niet alleen deze spanning wordt in Act of Oblivion zeer invoelbaar gemaakt, maar ook de druk waaronder Whalley en Goffe verkeren om onder deze omstandigheden voortdurend in elkaars gezelschap te zijn. Daarnaast schetst het boek een fraai beeld van het 17-eeuwse New England; indertijd nog een zeer schaars bevolkte, rurale samenleving.
Pompeii (2003) is de eerste roman van Harris die zich afspeelt in de Romeinse tijd en beschrijft de beruchte uitbarsting van de Vesuvius op 24 augustus 79AD waarbij de steden Pompeii en Herculaneum overdekt werden met een dikke laag vulkanisch as. Rond dit gegeven weeft Harris een verhaal over corruptie rond de watervoorziening van Pompeii en omgeving (à la Chinatown – een film met Jack Nicholson als jaren-dertig-detective in Los Angeles) waarmee aquarius Marcus Attilius Primus wordt geconfronteerd. Als waterbouwkundig ingenieur is hij verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de beroemde Romeinse aquaducten die de steden van water uit het omliggende gebergte voorzien. Als de watertoevoer stokt, gaat Attilius op onderzoek uit op de bergwand van de Vesuvius. Hij achterhaalt de oorzaak van de blokkade en ontdekt ook dat het water op bepaalde plaatsen met zwavel is vervuild. Lieden die een financieel slaatje willen slaan uit de watervoorzieningsproblemen pogen ter plekke Attilius te elimineren, maar juist dan vindt de vulkaanuitbarsting plaats – door Harris zo realistisch beschreven alsof hij er zelf bij aanwezig is geweest. Belangrijke historische personages in Pompeii zijn de Romeinen Plinius de Oudere (schrijver van o.a. Naturalis Historia), die ook om het leven kwam tijdens de eruptie van de Vesuvius, en zijn neef Plinius de Jongere, eveneens letterkundige.
Hierna blijft Harris in Romeinse contreien verkeren met de in etappes geschreven Cicero-trilogie – Imperium (2006), Lustrum (2009), Dictator (2015) –; naar mijn mening zijn magnum opus. De verteller in de drie bovengenoemde titels is Tiro, de (later vrijgekochte) slaaf van Marcus Tullius Cicero (106-43 VC) – de grote redenaar, schrijver, advocaat en politicus. Tiro is diens privésecretaris en de vermeende uitvinder van steno, een snelschrift waarmee hij vliegensvlug de dictaten en redevoeringen van zijn meester kan vastleggen. Hij verzorgt ook de uitgave van deze geschriften voor publicatie tijdens Cicero’s leven en publiceert na zijn dood Cicero’s brieven en speeches en een biografie. Via de schrijfsels van Tiro in deze trilogie maken wij kennis met het turbulente leven van Cicero en leren wij historische personen als Pompeius Magnus, Julius Caesar, Crassus, Cato de Jongere en Catalina nader kennen. Met allen heeft Cicero wisselende relaties, aanvankelijk vaak vriendschappelijk, maar al snel slaat dit om, want uiteindelijk draait het in de Romeinse machomaatschappij vooral om geld, eer en macht. Terwijl wij Folletts Kingsbridge-boeken gerust in willekeurige volgorde kunnen lezen, is het bij Harris raadzaam om Imperium echt als deel 1 te lezen. Aan het eind van dit boek heeft de ambitieuze Cicero het geschopt tot de functie van consul. In het volgende deel Lustrum vervult Cicero zijn politieke taken met zoveel succes dat hij na het verijdelen van een samenzwering tegen de Republiek door Catalina tot “Vader des Vaderlands” wordt uitgeroepen. De keerzijde van deze grote eer is dat de Senaat van hem verwacht dat hij de samenzweerders ter dood veroordeelt, wat hij uiteindelijk ook doet en daarmee Julius Caesar en Marcus Antonius tot gezworen vijanden maakt. Harris heeft bij het schrijven van de Romeinse boeken veelvuldig gebruik kunnen maken van de nagelaten geschriften van Cicero, Caesar en anderen, wat wellicht de levendigheid en het realisme van de dialogen verklaart. Zonder hem tekort te willen doen: Ken Folletts personages zijn vaak nogal tweedimensionaal en hun dialogen dienen vooral om de plot te ondersteunen en voort te stuwen. Al Harris’ personages hebben echter daadwerkelijk bestaan en komen onder zijn pen sprankelend tot leven. Je ziet ze zo voor je: de trotse onverschrokken Caesar die de Senaat hautain toespreekt en de irritatie die zijn houding daar oproept; diezelfde senatoren op het politieke pluche en hun onwil om weer een veldtocht tegen een opstandige Germaanse stam te moeten leiden; de non-conformistische stoïcijn Cato de Jongere, hoewel een rijke patriciër meestal ongewassen en in oude gewaden gehuld als eerbetoon aan het Oude Rome. En natuurlijk Cicero zelf, gezien door de ogen van Tiro: de ambitieuze politicus en gewiekste redenaar die met zijn snedige tong menige tegenstander te slim af is. Maar ook Cicero de gezinsman: zijn ontroerende liefde voor zijn kinderen Marcus en Tullia en de moeizame verhouding met zijn trotse vrouw Terentia. Daarnaast leren we zijn onzekerheden en frustraties kennen daar hij in voortdurende geldnood verkeert en vanwege zijn bescheiden afkomst nooit voor vol wordt aangezien door de aristocraten.
Dictator sluit de trilogie weergaloos af als beschrijving van de laatste 15 levensjaren van Cicero, van 58 voor Christus (VC) – het jaar dat hij in ballingschap moet – tot zijn dood in 43VC, en volgens Robert Harris zelf “the most tumultuous era in human history”. Harris’ verleden als thrillerschrijver doordesemt deze pageturner, want we beleven het allemaal nagelbijtend mee: Julius Caesars opkomst en ondergang – het Eerste Triumviraat, de Gallische Oorlogen, de oversteek van de Rubicon, zijn zelfverklaard dictatorschap en uiteindelijk Caesars gewelddadige dood in de Senaat op 15 maart (de Ides) 44VC. Burgeroorlogen geselen voortdurend het Romeinse Rijk en raken ook Cicero persoonlijk aangezien hij veel vijanden heeft gemaakt. Uit alle strijd rijst uiteindelijk de persoon op van Caesars pleegzoon Gaius Octavius (Octavianus), een jongeling die door de doorgaans scherpzinnige Cicero volledig onderschat wordt. Na een korte samenwerking met Marcus Antonius verwerft Octavianus de absolute macht in Rome en tovert hij de republiek om tot een keizerrijk. Octavianus blijkt uiteindelijk een zeer succesvol keizer en verkrijgt de eretitel Augustus (zie ook het Nieuwe Testament!). Hij regeert van 27VC tot 14AD (na Christus) en sterft op 75-jarige leeftijd een natuurlijke dood – een ongekende prestatie voor een heerser toentertijd!
In augustus dit jaar verschijnt een vervolg op de Cicero-trilogie met de titel Agrippa, waarin leven en werk van Augustus prominent belicht worden. Ik kan niet wachten! Ten slotte: alle bovengenoemde titels zijn in het Nederlands verkrijgbaar. Veel leesplezier!
(Overigens is op HBO Max nog steeds de uitstekende serie Rome te zien die in hetzelfde tijdvak met dezelfde hoofdpersonen speelt. Zeer de moeite waard!)