Jeff Buckley is inmiddels een welbekende naam onder vele muzikanten en songwriters. Hij wordt gezien als misschien wel een van de meest invloedrijke muzikanten van zijn tijd, als een snel opkomend muzikaal genie die de term ‘muziek’, en wat dat dan ook allemaal mag omvatten, voor eeuwig veranderde. Het album dat universeel is gemarkeerd als zijn muzikaal hoogtepunt ‘Grace’, levert hier meer dan genoeg bewijs voor. Maar als het op zijn nalatenschap aankomt, wordt vaak verondersteld dat zijn invloed verwaterde, net zoals hij dat ook deed. Een iets diepere duik (laatste water grapje, beloofd) in zijn leven, zijn muziek en de sporen die het heeft achtergelaten in de muziekindustrie van toen én nu zal het tegendeel aantonen.
Over Jeff
Jeff werd in 1966 geboren in Orange County Californië, als zoon van Tim Buckley, een folk singersongwriter in de Jaren 60 en vroege Jaren 70. Hij groeide op in Zuid-Californië, waar zijn jeugd gemarkeerd werd door de scheiding van zijn ouders, en het vroegtijdig overlijden van zijn eerder genoemde vader Tim, op 28 jarige leeftijd, door een overdosis. Jeff was op vroege leeftijd al een getalenteerde muzikant: als kind zong hij al door het huis, harmoniserend met zijn moeder (een klassiek opgeleide pianiste en celliste), op 6-jarige leeftijd begon hij gitaar te spelen op een oude akoestische rammelbak die hij in zijn grootmoeders kast vond. Tijdens zijn tienerjaren bevond hij zich al in lokale bandjes, die regelmatig optraden: Geen ordinaire jongen, dus. Nadat hij afstudeerde van de middelbare school, verhuisde hij naar Hollywood om een opleiding aan de ‘Musicians Institute’ te volgen, waar hij een eenjarige opleiding voltooide op 19-jarige leeftijd. Hoewel hij in vele interviews duidelijk maakte dat dat jaar ‘the biggest waste of time of his life’ was, heeft de muzikale basis die hij daar aangeleerd heeft gekregen een fundering gelegd voor het gebruik van de bijzondere en gecompliceerde harmonieën in zijn latere muziek, die nu worden gezien als onmiskenbaar en kenmerkend. In 1990 verhuisde Buckley naar New York om een carrière in muziek na te streven. Hij werd al snel een vaste waarde in de New Yorkse music scene.
“How do you want to be remembered?”
“As a good friend.”
Jeff Buckley in BBC Four, 1984
Gewoonweg bijzonder
Maar wat maakte hem nou zo speciaal? Hij was overduidelijk begaafd, maar wat zijn situatie naar mijn mening zo bijzonder maakte, was wat hij dééd met wat hem was gegeven. Hij overbrugde wat bekend was, stapte over wat al verkend was heen, en sloeg meteen 3 treden over met zijn timbre, zijn ideeën over genres, geluid en visie. Zijn debuutalbum ‘Grace’ is een wezenlijke verwoording van waar hij voor stond. Hij schreef nummers die het woord ‘pop’ een plezier deden, en tegelijkertijd zo ongelofelijk complex waren: Hij combineerde de meest grommende, huilende kreten met de hoogste, engelachtige falset-achtige melodieën, verkende intens persoonlijke én spirituele onderwerpen met zijn lyriek. Jeff Buckley kan niet omschreven worden als één ding, één persoon, en dat is precies wat hem zo fascinerend maakt als artiest. Je zou er bijna emotioneel van worden.
Natuurlijk kan dat soort talent niet onopgemerkt gaan. Gelukkig maar, anders zouden we de artiesten Radiohead en Lana del Rey zoals ze nu zijn nooit hebben gekend. Maar ook artiesten als Anna Calvi, de ‘Muse’ frontman Matt Bellamy, en zelfs Adele beweren significante inspiratie uit Buckley te halen.
Invloeden en inspiraties
Als er een band of artiest zou zijn wiens muziek en impact op een soortgelijk niveau zou rusten als meneer Buckley, zou het Radiohead zijn. Ik zal mezelf er in dit artikel van weerhouden ook een uiteenzetting over de genialiteit van Radiohead te schrijven. Met tegenzin natuurlijk. Het voornaamste verband dat wordt gelegd tussen Buckley en Radiohead is het album ‘The Bends’ (1995). Net als Buckley heeft leadzanger en songwriter van de band Thom Yorke een indrukwekkend vocaal bereik. Jeff heeft er echter voor gezorgd dat hij daar ook daadwerkelijk volledig gebruik maakte, met name zijn falset. Toen de band tegen een ‘writer’s block’ aan liep tijdens het opnemen van het album wat dus uiteindelijk ‘The Bends’ zou gaan heten, besloten de leden een pauze te nemen in de studio om Buckley live te zien spelen in Londen. “He just had a Telecaster and a pint of Guinness. And it was just fucking amazing, really inspirational,” zei bassist Colin Greenwood in een interview. “Then we went back to the studio and tried an acoustic version of ‘Fake Plastic trees’. Thom sat down and played it in three takes, then just burst into tears afterwards. And that’s what we used for the record.”
Ook de wat bekendere artiest in mijn generatie Lana del Rey, wiens muzikale carrière wat later opkwam (rond 2005), beschouwt Jeff als een grote muzikale inspiratiebron. Ook zij begon met het voor gelimiteerd publiek optreden in kleinschalige ‘underground’ bars en cafés. Dit zegt zij over haar inspiratiebronnen: “I moved to New York when I was 19, and I’ve had a love affair with the place ever since. That’s when I found Bob Dylan, Frank Sinatra, Jeff Buckley, Leonard Cohen – my masters – and I’ve never really listened to anything else since.” De sporen van Buckley zijn met name terug te vinden in haar soft-rock album ‘Ultraviolence’. Ze maakt o.a. gebruik van een echoënde, resonerende reverb in haar nummers, erg ‘buckleyesque’ (goed galgje woord), die de luisteraar het gevoel geeft middenin een gigantische kapel te staan. Dit album bevat ook een cover ‘The Other Woman’, geschreven door Jessie Mae Robinson, en ook gecovered door (je raadt het natuurlijk al) de heer Jeff, op zijn debuutalbum ‘Grace’.
Ik merk dat ik nog wel wat paragrafen kan schrijven over de nog steeds groeiende wortels van de heilige Buckley boom. Ik merk ook dat hoe meer ik schrijf, hoe slechter mijn metaforen worden. Ik denk dat mijn punt duidelijk is. Hoewel hij inmiddels zeker niet meer beschouwd kan worden als ‘underground’ of onbekend, richt ik met dit artikel nog een extra baken van licht op een artiest die de wereld van muziek heeft veranderd, en deze de komende decennia nog meer zal veranderen. Ik denk dat er nog een hoop geleerd kan worden van zijn muziek, en, als misschien nog wel belangrijker punt, van hem als persoon:
“The only way to really make it – anywhere – is to put every bit of your being into the thing that only you can provide. You have to know what’s in yourself – all your eccentricities, all your banalities, the full flavour of your woe and your joy. What does it look like? What does it feel like? What makes it different from everybody else’s?”
__________________________________________________________________________________________
Vanaf september start Donna Marie Veerman met de studie Production & Composistion aan HKU, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
