Digibetisme: totdat de laatste ‘boomer’ en voormalige hippie het loodje legt zal de handicap een bron van hilariteit blijven voor de jongere generaties. Zelfs in een liefdevolle familiesfeer overkomt het (groot)ouders worstelend met binair aangestuurde apparatuur regelmatig dat ze aanleiding zijn tot nauwverholen hoongelach van hun nageslacht. Er wordt daarmee wel erg gemakkelijk voorbijgegaan aan de inspanningen die dezelfde (groot)ouders hebben geleverd om die PC, laptop of iPhone mogelijk te maken. Die ouwelui hebben verdomme wel de moffen in de donkere jaren ’40-’45 het leven zo zuur gemaakt dat ze met de staart tussen de poten huiswaarts keerden. In die tijd legde bovendien de Britse wiskundige Alan Turing en passant de grondslag voor de moderne computer terwijl hij de werking van de beruchte Enigma codeermachine ontraadselde. Of wat dacht je van de deltawerken?

Je begrijpt het, deze schrijver is oud en een van die digibeten. En toch geniet ik dagelijks van de mogelijkheden die het internet me biedt. Voor de jong-bejaarde is het technologische wonder een grote troost in de invallende duisternis die het einde van zijn/haar dagen aankondigt. (Het valt wel mee allemaal, je bent zo oud als je bent.)

Op mijn zestiende ontdekte ik de Amerikaanse singer songwriter Jackson Browne.
Jackson moet toen zo’n twintig jaar oud zijn geweest en hij was voor die leeftijd  erg filosofisch en beschouwend, heel muzikaal ook. Zijn hyper-sensitieve liedjes praken kreukbare zielen als de mijne aan en ik had toen graag willen weten wie de mens achter die liedjes was. Dat kon ik wel vergeten: geen internet, en behalve misschien een enkeling bij de VPRO was er in het Nederlandse medialandschap geen hond te bekennen die zich bewust was van het bestaan van de man.

Na de komst van Youtube bleken er gewoon vroege interviews en live-registraties van de Californische romanticus te bestaan. Mijmerend, met een koptelefoon en veel comfortabele jeugdherinneringen kan ik nu uren zoet zijn met dat soort dingen.
Ik noem Jackson Browne maar even als voorbeeld, er is natuurlijk een schat aan beeld- en geluidsmateriaal beschikbaar over de meest uiteenlopende artiesten en onderwerpen. De wereld is kleiner geworden; alle mensen die iets kwijt willen zijn te volgen, te bewonderen of dood te wensen. De laatste weken heb ik me na een waardevolle tip uitstekend vermaakt met de podcast van de Russisch- Amerikaanse wetenschapsjournalist Lex Fridman. Bij Fridman aan tafel mengen filosofie en technologie zich als vanzelfsprekend. Vooral de editie met AI deskundige Joscha Bach is een aanrader. Het ligt niet aan jou als er veel van zijn betoog onduidelijk blijft, het IQ van de man is mijlenver boven gemiddeld. Dat is niet zo gek als een verre voorvader Johan Sebastian heette. Leerzaam en onderhoudend voor mensen die de uitgeputte Corona- discussie en de uitgekauwde eindejaarslijsten willen ontvluchten.

Ook voor de muziekliefhebber is er, zoals gezegd, veel om van te genieten.
Brian Johnson, leadzanger van AC/DC, is misschien niet het type mens waar je het van zou verwachten maar zijn interviews met bekende pop- en rockgrootheden zijn  zeker de moeite waard. De aflevering met Mark Knopfler bijvoorbeeld is op veel manieren interessant. Zowel Johnson als Knopfler zijn afkomstig uit Noord-Engelse uithoeken en de twee mannen op leeftijd hebben een mooi menselijk gesprek over hun jeugd en hun carrière. Je zou je terecht kritisch kunnen afvragen of zo’n gesprek dan belangrijker is dan een willekeurig gesprek tussen twee anonieme Britten maar beiden zijn door de wol geverfde en getalenteerde entertainers en dat blijkt. Vooral Knopfler kan mooi vertellen, voor wie ooit de moeite heeft genomen om eens in zijn songteksten te duiken is dat absoluut geen verrassing. Zijn gruizige stem en zijn ‘flow’ spelen ook zeker een rol. Brian Johnson werd geboren in het Engelse Dunston, in de buurt van Newcastle upon Tyne. De mensen uit die regio worden ‘Geordie’ genoemd, George was vooral vroeger een veelvoorkomende naam in de mijnwerkersstreek. Johnsons vader was ook mijnwerker, zijn moeder was van Italiaanse afkomst. Brian wist zich dankzij zijn artistieke aanleg en zijn ambitie al vroeg te ontworstelen aan het harde arbeidersbestaan, zong in een aantal bands en scoorde later redelijke hits met zijn band.. Geordie.

De regio rond Newcastle, Tyneside (N.O. Engeland), is in het verleden waarschijnlijk belangrijk geweest als doorgeefluik voor veel muziekstromingen. Schotse en Ierse folk zoals we die nu kennen is voor een groot deel ontstaan uit een aantal muziekstijlen die ooit aan land kwamen in de kuststreek. Noord- en Oost-Europese immigranten brachten de culturele ingrediënten met zich mee. Scandinavië heeft trouwens een verrassend groot aandeel in dat verhaal. Ooit had ik een leuk gesprek met een deskundige over migratiestromen van musicologische oervormen, vandaar. De man vertelde me dat die stromen voor historici een duidelijk inzicht geven in de verspreidingspatronen van rassen en volkeren in de geschiedenis van de mensheid. De verschillende toonladders die in oude muziekstijlen worden gebruikt zijn als stukjes DNA, duidelijk te herkennen en te traceren. In de pubs van Newcastle, net als in Ierland en Schotland, worden nog liedjes gezongen die soms honderden jaren oud zijn. Zelfs in het werk van Sting, ook een Geordie, zijn regelmatig oude folk elementen hoorbaar.
Fascinerende stof vind ik dat, en voor lezers die er verstand van hebben: ik ben meestal thuis en anders zo weer terug.

De oude man nestelt zich in zijn leunstoel. December maakt hem altijd een beetje nostalgisch en hij steekt gezellig een forse spliff op. Het nageslacht vreest het ergste, dit kon wel eens lang gaan duren. De i- en smartphones branden in hun achterzakken maar ze beheersen zich. En opa vertelt: In een ver verleden kon je als muzikant gewoon op de televisie komen als je een plaatje had gemaakt. Ook toen was dat al ’n beetje een loterij maar het was niet uitgesloten. Ergens in de jaren ’70 van de vorige eeuw maakten we met onze band ‘Jen Rog’ TV opnames voor een popprogramma. Dat ging toen nog heel primitief, je moest de hele dag aanwezig zijn voor camera repetities en ’s avonds kwam er publiek. De toeschouwers keken dan toe terwijl de muzikanten op een podium hun laatste single playbackten. De tijdrovende procedure had een nadeel. Periodes tussen de repetities moesten worden doorgebracht in een Spartaans ingerichte kantine: TL buizen, formicatafels en plastic stoelen. De kille ruimte had één attractie, achter de balie stond een flinke koelkast met een schijnbaar onuitputtelijke voorraad bier. Het bier was koud en goedkoop. Na een uur of twee van zinloos verzet was er altijd wel iemand die het voorstel deed: ‘Biertje doen dan maar?’ Het was dan 13.00 uur, de officiële opnames begonnen om 20.00. Wij waren toen nog jong. Kortom: menig muzikant kende de akkoorden of de tekst van de nieuwe single niet meer als de camera’s officieel aangingen. Er vielen slachtoffers en soms best wel ingrijpend. Het zij hen vergeven in naam van de internationale Rock and Roll community, het waren lange dagen.

Bij een van deze gelegenheden kwam ik in gesprek met een sympathieke Engelsman, type: ruwe bolster met een groot hart. Zijn band had een bescheiden hit die ook op het continent was doorgedrongen, vandaar hun aanwezigheid.
We zaten op hetzelfde level, arbeiderskinderen die plotseling ’n beetje aandacht kregen. We hadden ook dezelfde keuze: bier, koffie of Fanta. Die keer was dat niet zo moeilijk, het gesprek was belangrijker. Hij vertelde me over het leven in zijn geboortestreek en over zijn vader die mijnwerker was; ik kon qua dramatiek goed tegen hem op, mijn vaders beroep was minstens zo archaïsch, die was visser.
Toen we om een uur of vier toch overstag gingen en ook een ‘biertje dan maar’ deden waren we al dikke vrienden, drie uur daarna was de verbroedering compleet en onverbreekbaar. Ik weet nog dat hun single, een vrolijke rocksong, een instrumentale ‘hook’ had die sterk deed denken aan een traditionele Ierse jig of reel. Zijn band heette Geordie.

Jawel, mijn drink- en gespreksmaatje uit de kantine werd een paar jaar later ingelijfd in het toen al legendarische AC/DC. Het eerste album waar hij op zong, Back in Black, is tot op de dag van vandaag het één na bestverkochte album allertijden. Ik kwam het pas een jaar daarna aan de weet toen ik hem als frontman in een flits van een nieuwsprogramma op televisie zag. Er werd aandacht besteed aan het enorme succes van de Australische band. Mijn ‘vriend’ Brian Johnson had zanger van het eerste uur Bon Scott vervangen omdat die een paar biertjes te veel had gedronken en daaraan gestorven was. Scott had Brian een keer genoemd in een enthousiast verhaal, hij had hem zien zingen in een Engelse club. Brian had zich na een zeer energiek optreden plat achterover laten vallen en werd van het podium gedragen door zijn bandmaatjes. Een sensationele act vond Bon.
Hij wist niet dat Johnson op dat moment werd getroffen door een acute blindedarm aanval en direct naar een hospitaal was vervoerd.

En zo werd dit verhaal toch nog een warme kerstvertelling, over ontmoetingen en vriendschap.

1 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Geluid als vriend en vijand

Gastschrijver Wouter Prinsen heeft de diagnose misofonie: hij kan bepaalde geluiden niet uitstaan. Toch zoekt hij regelmatig de grenzen op van de geluids- en muziekgrenzen, van John Cage tot de Japanse noise-artiest Merzbow. In dit artikel voor enClave beschrijft Wouter zijn relatie met nare en bijzondere geluiden.
Lees verhaal

De achtergrond van Jacob D. Edward

Jacob D. Edward is een folky songwriter die over intrigerende, complexe onderwerpen schrijft. Na zijn eerste twee singles, kwam afgelopen vrijdag de nieuwe single van Jacob D. Edward uit: ‘Sincerely, Jacob’. Roy de Smet interviewde hem over de thematiek van zijn nummers, zijn inspiraties en aspiraties.