Veel Amsterdammers zijn schuldig aan dezelfde zonde: zij hebben nog nooit het beroemdste huis van de stad bezocht. Dit is niet zo gek als het klinkt, aangezien een van de grootste toeristentrekpleisters van Nederland goed is voor zo’n 1.295.585 bezoekers per jaar, die dagelijks een rij vormen van epische proporties, slingerend rondom de Westertoren. Hier kwam deze zomer plots verandering in, toen vanwege het coronavirus nagenoeg al het toerisme uit de stad was verdwenen. Zodoende stond niets mij een bezoek aan het Anne Frank Huis in de weg, en wat volgde was een onwerkelijke ervaring: met mijn museumpas in de hand liep ik zo door de voordeur het gebouw binnen, en na mijn handen ontsmet te hebben had ik Prinsengracht 263 nagenoeg voor mijzelf. Hier ontsteeg het museum zichzelf als toeristische attractie en leek het plots weer de de plek waar acht mensen ruim 2 jaar ondergedoken hebben gezeten. Als je niet beter wist, zou je denken dat ze zojuist het achterhuis hadden verlaten, en ieder moment weer de trap op konden lopen. Maar het noodlot van Anne Frank en haar mede-onderduikers is ons allen bekend.

Na afloop van mijn bezoek kocht ik Anne Franks Het Achterhuis, haar collectie van dagboekbrieven, geschreven tussen 12 juni 1942 en 1 augustus 1944. Naast beschrijvingen van het eten (waaronder rotte aardappelen en heel veel spinazie) en de dagelijkse huishoudelijke beslommeringen van het achterhuis, lezen we Annes ontboezemingen over liefde, angst en het Jodendom, alsook haar verrassend volwassen en rijpe ideeën aangaande filosofische acceptatie en innerlijke frustratie. Deze zijn ontwapenend en inspirerend; wij zijn Anne, we herkennen haar worstelingen en haar gevecht, en het liefste zouden we haar uit het boek trekken om haar gerust te stellen wanneer zij zich onzeker uitlaat, of wanneer zij vertelt dat niemand haar begrijpt, en hoe zij verlangt naar een “echte vriendin” die ze nooit heeft gehad.

Dat wat voor ons zo vanzelfsprekend is, was voor Anne Frank onbereikbaar, maar door middel van een bijna Kantiaanse introspectie raakt ze dichter langs de waarheid dan wij, die zo gewend zijn aan een achteloze vrijheid:

“Toen ik vanmorgen voor het raam zat en naar buiten keek en eigenlijk God en de natuur recht en diep aankeek, toen was ik gelukkig, niets anders dan gelukkig. En Peter, zolang er dat geluk van binnen is, dat geluk om natuur, gezondheid en nog heel veel meer, zolang men dat met zich meedraagt, zal men altijd weer gelukkig worden. 

Rijkdom, aanzien, alles kan men verliezen, maar het geluk in je eigen hart kan alleen versluierd worden en zal je altijd, zolang als je leeft, weer gelukkig maken.

Probeer ook eens als je alleen en ongelukkig of verdrietig bent op de vliering bij zulk mooi weer naar buiten te kijken. Niet naar de huizen en de daken, maar naar de hemel. Zolang je onbevreesd de hemel aan kunt kijken, zo lang weet je dat je zuiver van binnen bent en dat je toch weer gelukkig zult worden.” (178-179)

Het grimmige aan de leeservaring van Het Achterhuis is dat je als lezer al haar vragen en onzekerheden kunt beantwoorden, je weet hoe het verhaal afloopt, en met iedere brief die je leest komt Anne Franks noodlot dichterbij. Het leven van dit wijze, hoopvolle meisje, die idealistisch en vol blijheid in het leven staat ondanks haar ongelukkige toestand, zal worden afgekapt door een regime dat haar als ongewenst beschouwt vanwege haar geloof.

Als je Het Achterhuis uit hebt, heb je als lezer het gevoel een goede vriendin te zijn verloren. Welke emoties, gevoeligheden, liefdes, wijsheden en mooie gebaren zijn er verloren gegaan met de dood van Anne Frank? Welke innerlijke werelden, welke mensen, is de wereld nog meer ontnomen door de holocaust? Het volgende citaat van de Italiaanse Primo Levi (holocaust-overlevende en auteur van onder andere de meesterlijke autobiografie Se questo è un uomo (1947)) hangt bij de uitgang van het Anne Frank Huis: “Één enkele Anne Frank ontroert ons meer dan de ontelbaren die net zo leden als zij, maar wier beeld in de schaduw is gebleven. Misschien moet dat ook zo zijn: als we het leed van alle mensen moesten en konden meelijden, zouden we niet kunnen leven.”

Lockdown, dat is het woord dat in de geschiedenisboeken zal worden geassocieerd met het jaar 2020. Toch verbleekt het lot dat ons ten deel is gevallen bij dat van de onderduikers op Prinsengracht 263. Door Anne Franks Het Achterhuis te (her)lezen worden we ons bewust van het voorrecht van vrijheid, en de grootsheid van ieders innerlijke wereld, maar ook de wendbaarheid van de menselijke geest, voor het kwade of het goede. Wat de wereld wel niet kan opsteken van een 15-jarig schoolmeisje: “Het is een groot wonder, dat ik niet al m’n verwachtingen heb opgegeven, want ze lijken absurd en onuitvoerbaar. Toch houd ik ze vast, ondanks alles, omdat ik nog steeds aan de innerlijke goedheid van de mensen geloof” (294).

Geciteerde werken

Frank, Anne. Het Achterhuis: Dagboekbrieven 12 juni 1942 – 1 augustus 1944. Samengesteld door Otto Frank en Mirjam Pressler. Prometheus Amsterdam, 2019.

1 Shares:
You May Also Like