Lang geleden, toen er nog concerten waren, nam een vriend me mee naar Richard Hawley in de kleine zaal van de Melkweg. Gretsch, Rickenbacker, Fender: een arsenaal aan opgepoetste lustobjecten glom in de gitaarrekken. We stonden in het midden met bier. Onze mond hing open. “This next song I wrote about flying a kite with my son. Now that’s quite dull, as a premise for a song. Except that I was off my head on acid,” vertelde Hawley bij Don’t Stare At The Sun van zijn nieuwe album Standing at the Sky’s Edge. Zijn gitaarpartijen staan als huizen. Hawley beklaagde zich over ontwikkelingen in de muziekbranche. Betalen voor bestanden op je harde schijf: “That’s like walking into a shop saying ‘I would like to buy a bucket of steam’. Well fuck all,” met een gebaar dat hintte op een slurf of iets dergelijks aan zijn voorhoofd.

Richard Hawley, bouwjaar ’67, heeft een zwarte vetkuif en een hazenlip. Hij staat bekend als de Sinatra van Sheffield. Alex Turner kijkt niet voor niks tegen hem op. Waar Hawley begon als sessiegitarist en lid van Pulp, werd hem eens op het hart gedrukt dat hij best een aardige stem had en misschien maar eens moest gaan zingen. Sindsdien heeft hij als axeman en crooner een aardige reeks albums op zijn naam.

Toen ik in Engeland studeerde wilde ik de plekken bezoeken waar Richard Hawley zijn albums aan had gewijd. Ik nam de trein van York naar Sheffield en trok er een dag voor uit om op pelgrimstocht langs de titels te hobbelen. Op krukken, want ik had mijn heup gebroken. Het noordelijke Sheffield is een ruige stad. Op straat worden mooie vrouwen gruwelijkheden toegeschreeuwd door ongekamde types met weinig tanden. Ik kwam aan bij Coles Corner maar herkende nergens het gebouw van de cover van het album. Die foto bleek dus te zijn genomen bij een theater in Scarborough. Bij Lady’s Bridge vond ik niks. Een krant waaide over de trambaan. Later bleek dat ik verkeerd op de kaart had gekeken, want Lady’s Bridge schijnt een sfeervolle buurt te zijn. Mijn bedevaart leidde nog langs Truelove’s Gutter maar die straat bestaat helaas niet meer. Goed, het was best een leuke dag.

In een trein zitten duurt mij altijd te kort. Op de terugweg zaten schuin tegenover mij twee roze zusjes van drie vier jaar. Zij deden hun best om braaf te zijn en vroegen “We’re being good, aren’t we?” Ik antwoordde, “You’re being very good, like two little angels.” Ze straalden trots. Ik had zere handen van de stadswandeling over heuvels, door parken, langs de platenzaken en restaurants van Sheffield. De pelgrimstocht bleek een deceptie, maar dat hindert niet.

Op een dag werd Richard Hawley gevraagd, “Is there a record in you that you want to make but feel that you can’t?” Zo ontstond Truelove’s Gutter. Ik begin de dag nog vaak met opener As The Dawn Breaks. Het is niet zo ingewikkeld: Hawley is je troostende oom. Zet I Sleep Alone maar eens aan, mocht je alleen thuis zitten met de blues. Tonight, als je staat te strijken op zaterdagavond. I Still Want You, als je was vergeten hoe lief je partner is. She Brings The Sunlight, als je zin hebt om het leven te vieren, met je vrienden, en een vette live show, in de zon, op hoog volume.


6 Shares:
You May Also Like