Ons eerste bezoek was in de nazomer van 2005 met twee net weer vrijgezelle vriendinnen. Inmiddels beiden gelukkig gehuwd met twee kinderen. Marcel wilde per se mee. Vooruit dan maar weer. Hij zat in een soort Herman Brood periode als ik het mezelf goed herinner. Onderweg draaide hij in de auto Still Believe met die door Herman onvergetelijk geknauwde zin: ‘Doing the handjive, just to kill the time’. Hilariteit alom. We waren goed te pas.

Krap tien jaar later zat Jentje nog in de maxi-cosi toen hij voor het eerst meeging. Bovenop de tafel. Prachtig vonden ze dat. Net als Italianen zijn ze verzot op kinderen (niños!). Pater familias Alcides (gastheer) zoon José (chef) en vrouw Teresa (cement) bestieren de boel. Drie jaar later voetbalde  Alcides  met Jan midden in een volle zaak met een sinaasappel. Omhelzingen als we binnenkomen. We waren er in het begin helemaal mee an.
Wij vinden onze kinderen afgezien van wat reeds voorgenomen schaaf- & schuurwerk tot nu toe redelijk geslaagd. Qua eten blijven het echter notoir lastige klanten. Eten hebben wij ze tot nu toe niet kunnen leren. Terwijl ze altijd meegaan. Het is goed gezelschap. Kleurpotloden mee. Wij dwingen ze nooit, ook thuis niet. “Snij maar een boterham met pindakaas”, zei Fred Koster (La Bonne Cuisine) altijd tegen zijn kinderen. Proeven moesten Freds kinderen wel, en daar hebben wij onze handen al vol aan. Maar bij ‘die van de haven’ gingen ze een paar keer overstag. Misschien omdat ze nog zo jong waren, en op een gegeven moment gewoon honger kregen. Het eerste wat Jan echt lekker vond waren goed gefrituurde inktvisringen (calamares fritta) met aïoli en Tess is gek op oesters, mits rauw. Jan blieft patat slechts wanneer dat in een plastic zakje door een jongen op een brommertje aan de deur wordt gebracht. Franse frietjes met voldoende knoflooksaus. Tess, nog een peuter, was ontroostbaar toen ze hoorde dat er een verwoestende brand had gewoed ‘in ons restaurantje’. De vervangende locatie iets verder in de straat telde teveel vierkante meters. Dat konden Alcides en José met zijn tweeën net niet behappen.  En dat is a-relaxed. Niet voor hen, niet voor Marcel en uiteindelijk dus ook niet voor mij. Caiprinha blijft een relatief arbeidsintensief product.

Terwijl Amsterdam soms ver weg lijkt, blijft Monnickendam altijd lekker dichtbij. Als ik op zaterdagmiddag vind dat hij het verdiend heeft en vervolgens zou zeggen: “zullen we vanavond even met zijn vieren naar Monnickendam”, wordt Marcel als een klein kind zo blij. Mijn twee andere kinderen ook. Door Jan en Tess zijn we bepaalde restaurants gewoon vaker gaan bezoeken. BOSS (Japans) in Zuid-Oost Beemster en Va Piano (Italiaans, boven de OBA) in Amsterdam blijven onverminderd populair. In het laatste geval als toetje een Frappucino met extra caramel bij dat bedrijf dat geen winstbelasting betaalt in Nederland, maar waar ze wel je voornaam op je beker zetten, toe. Omdat Marcel van Caipirinha en Carajillo houdt, ben ik naar Monnickendam altijd de BOB. Ik vind alcohol (al snel) zonde van de calorieën. Marcel vindt dat de calorieën in alcohol langer rendement opleveren. Hij vindt mij zonder drank trouwens ook gezellig. Gelukkig zit er in elk gerecht knoflook. Spanjaarden gaan daar helemaal los op. Mijn moeder op maandagochtend: “Wat geven jullie die kinderen toch te eten?” Dit gerecht vormt daar trouwens een uitzondering op.

Nooit aten wij in een tapasbar lekkerder dan bij Los Del Puerto. Naar Tapas Bar Català in de Spuistraat, de eerste tapasbar in Amsterdam, gaan we op een zomerse dag ook nog wel eens. Dit vooral voor de gefrituurde spiering, en een bijzonder paarsgekleurd gerechtje (in de vitrine) met inktvis en rozijnen in een saus met een pasta die lijkt op rijst (Orzo). Op dat krijtbord staan altijd interessante dingen. Goedkoop is het niet. Goed wel. Als dorpse peuters vonden Jan en Tess de gehele entourage en stadse sfeer daar hoogst interessant. Liefst drie keer naar de wc. Ieder apart. En met zo’n trap loop ik zelfs nu nog mee. Om even een idee te geven: op  de overloop hebben wij ook nog steeds een hekje. Het vanouds door Spaanse matrozen bezochte Centra (decennia lang de beste Paella en Zarzuela van Amsterdam) in de Lange Niezel (aan de rand van de rosse buurt) bestaat helaas niet meer in die hoedanigheid. Met Mark Sijmonsbergen, die toen, dertig jaar geleden, al bij Tel werkte, at Marcel hier voor het eerst pulpo. Koud en lekker. Wij wilden daar een keer met de kinderen (toen nog zes en vier) eten maar niet teveel hoeven uitleggen omtrent hetgeen in deze contreien met veel enthousiasme ook aan de man gebracht wordt. Dat lukte wonderwel. Dat zou nu niet meer gaan. Maar de eigenaar schijnt met de noorderzon naar Spanje te zijn vertrokken. Gelijk heeft ie, maar jammer blijft het wel.

Ik vraag mezelf weleens af of je bij de Spaanse ambassade een menulijst kunt opvragen als je in Nederland een tapasbar wilt beginnen. Bij Los Del Puerto  worden zij geserveerd zoals zij waarschijnlijk ooit bedoeld waren. Perfectie is nooit eenvoudig. De grondlegger van de moderne Franse keuken Fernand Point (1897-1955) liet zijn sollicitanten een spiegelei bakken. Dan wist hij genoeg. De Uruguayaanse keuken is een mengeling van de Spaanse, de Italiaanse en de Zuid-Amerikaanse keuken. Los del Puerto (letterlijk: die van de haven) is een qua kaart vrij traditionele tapastent maar de vis is hier f-a-n-t-a-s-t-i-s-c-h. Wij zijn avontuurlijke eters (graag ook orgaanvlees), maar hier bestellen we bijna altijd dezelfde gerechten: brood met aioli, gefrituurde calamares, gefrituurde ansjovis, viskroketjes, venusschelpjes, oesters, scheermessen, een lamspies en pulpo a la Gallega. Als we in helemaal rechts in het hoekje zitten, kunnen we in de keuken kijken. Zo viel ons op dat een dunne, mysterieuze, groene saus een belangrijke rol speelt bij meerdere gerechten. Olijfolie, knoflook en peterselie uiteraard, maar de juiste mix hebben we nog niet boven tafel. Wat had ik mijn vader zaliger en mijn schoonvader zaliger hier graag een keer naartoe willen nemen.

Pulpo a la Gallega. Vis met de textuur en de bite van vlees. Verse octopus slaan ze in Spanje een poosje tegen de rotsen (een tuinmuur kan ook). Het spierweefsel verliest zijn samenhang. Soms wordt, waarschijnlijk om dezelfde reden, zelfs geadviseerd om verse octopus (wel al dood) eerst in te vriezen. Een gouden tip van een kok bij de SLIGRO: je moet de octopus (vishandel Tel, bevroren) niet koken, maar stoven. Een bereidingswijze die ons Volendammers goed ligt. Octopus in wat olijfolie anderhalf uur stoven met een gesneden ui (tegelijkertijd in een stoofpan met dikke bodem). Octopus eruit (in zilverpapier wikkelen zodat ie warm blijft, aardappelschijfjes (kruimige aardappels) in het stoofvocht. Water toevoegen tot de aardappels net onder staan. Met beleid feitelijk vrijwel droog laten koken. Het wordt altijd geserveerd op een ronde, houten serveerplank. Geen idee waarom. Alleen bestrooien met zeezout en gerookte paprika. Paprika met een bacontwist. Gewone paprika werkt niet. Zoals veel in Volendam niet verkrijgbaar. Indien in nood gratis bij ons op te halen.

Buurland Brazilië is het thuisland van een klassieke cocktail: Caipirinha. Een vroegere horeca-leermeester van Marcel vertelde hem dat Caipirinha zo sterk moet zijn dat de zweetdruppels op je bovenlip verschijnen. Het voordeel van Caipirinha (stiekem twee borrels) boven wijn is volgens Marcel dat je net iets sneller aangeschoten kunt worden, en dat al tijdens het eten! Zuid-Koreanen eten ook met sterke drank. Japanners lusten aan de dis ook een flinke borrel. Sake kan wel 22% alcohol bevatten. Ik heb nog een leuke anekdote over Marcel en sake. And he can hold his liquor. Enfin. Net als in de meeste tapasrestaurants hebben bij Los del Puerto geen wijnkaart. Wel  een heerlijke Sangria en een goede witte huiswijn. Que aproveche!

(Los Del Puerto – Haringburgwal 5-A, 1141 AT Monnickendam, www.losdelpuerto.nl)

0 Shares:
You May Also Like