De nieuwe buren waren al de hele middag aan het boren. Ons huis gonsde mee. Ik wist niet of ik dan maar een rondje zou rijden door de grauwe grijze werkelijkheid van Nederland in december of thuis zou blijven met een koptelefoon op om eindejaarslijstjes muziek door te luisteren op zoek naar het zogenaamde beste van 2021. Iedereen wil klinken als Adrienne Lenker dacht ik. Ik plofte neer in de bank. Geen van beide dan maar. Het nieuwe jaar stond voor de deur, maar ik had geen zin terug te blikken op een jaar waarin ik te veel was bedonderd door mijn niet uitgekomen verwachtingen.

Sloom bewoog de dag zich voort. Buiten in de verte harde knallen van jongens die leken te verlangen naar oorlogsgebieden. Ik aaide de kat over zijn kop. Het beestje spinde de angst weg. Ondertussen was mijn vrouw verantwoordelijk voor de heerlijke geuren vanuit de keuken. Ik kuste haar op haar wang. Buiten trok de mist de dag verder dicht in duisternis. 

Het boek dat ik las over de tijd rond de Eerste Wereldoorlog liet zien dat zaken puurder waren toen. Beter af zonder de dagenlange digitale verdoving van nu. Los van een wrede nietsontziende oorlog gevolgd door een Spaanse Griep pandemie dan natuurlijk. Maar men kon incasseren toen. En accepteren. Accepteren is de eerste stap richting eigenwaarde herpakken en niet leven op hoop of verontwaardiging, maar leven op een dankbare nederigheid die verandering in gang kan zetten omdat het weet waar het heen wil. 
Ik wist niet waar ik heen wilde. 

Die avond keken we Don’t Look Up. Ik liet de laatste chocolaatjes die we nog over hadden van Sinterklaas smelten in m’n mond. Ik zag mijn gevoelens – en ik denk die van velen – over de staat van onze wereld verbeeldt in een haast perfecte hyperbolische satire. Wat een climax wanneer een schreeuwende Leonardo DiCaprio als professor Mindy zich afvraagt of de mensheid niet gewoon verdient uit te sterven indien zij niet meer in staat blijkt de realiteit onder ogen te komen zonder tussenkomst van kapitalistische belangen en egoïsme. 

Na de aftiteling plots publiekslieveling Yuval Noah Harari op ons scherm. Voor wie de mens slechts een zoogdier is, de ziel een verzinsel met een geschiedenis. Maar hij mediteert wel en heeft geen telefoon. Naast me bleef mijn telefoon ongevraagd oplichten. Ik wilde liever verder lezen in mijn boek, maar ik lag zo ongezond languit in de bank dat de bestseller zijn door ratio gedreven mortieren kon blijven afvuren.
Interviewster Janine Abbring bleef in goedlachse fan girl modus. Prachtig wel hoe hij met Game of Thrones als voorbeeld kraakhelder fileerde dat mensen die geloven in complotten niet hun best doen de logistiek van de werkelijkheid te bevatten. Daarna zijn artificial intelligence relaas zoals altijd raak en zwaar. Zwartgallig als ik ook kan zijn, zijn toekomstbeeld vind ik een gatenkaas. De retoriek van een historicus, laat staan de toekomstvisie van een historicus, mist de spirituele hoop van een filosoof of kunstenaar. Maar de afstandsbediening lag buiten mijn luie bereik. Artificial Intelligence gaat ons vervangen, is ons al voorbij aan het razen, ging hij door.
Ik stond op, brieste en zwaaide met m’n vuist ‘Maar A.I. staat nooit stil voor het nieuwe jaar, doet niet aan meditatie of contemplatie. Kan niet inefficiënt zijn. Het raast maar door. Heeft misschien ooit een bewustzijn, maar geen ziel!’ 
Ik drukte de TV uit. M’n vrouw glimlachte me uit. 

M’n spiegelbeeld zag er vermoeid uit, maar poetste de tanden plichtsgetrouw. Wat een krijger. Ik liep de kleurig verlichte kamer van mijn zoontje in. Ik gaf hem een nachtkus op zijn wang, stopte hem nog wat in. Hij kwam slaperig overeind. ‘Papa…? Kom jij nog even bij me knuffelen?’ Ik besloot toe te geven. Even bij hem te liggen. 

Toen ik in een roes zo stil mogelijk uit zijn bedje klom trok een lichte stip op de muur mijn aandacht. Ongelooflijk. Verdomme. Wat een klunzen die buren. Een boorgat in de muur. Ik boog ernaartoe. Leunde tegen de koude muur. Morgen maar even aangeven bij ze. Ik besloot door het gaatje te kijken. Licht puin blokte mijn zicht. Ik blies even door het gaatje. Nu kon ik zien wat er aan de andere kant gebeurde. 

De kamer waar ik inkeek was met kleine lampjes en kaarsjes verlicht. Het was grotendeels leeg, nog niet ingericht. In het midden van de kamer zat de nieuwe buurvrouw in kleermakerszit op een matje te staren naar haar telefoon.
Ik hield mijn mintige adem in. Achter me hoorde ik mijn zoontje zachtjes ademen. 

De buurvrouw drukte haar bril terug op haar neus en fluisterde. ‘De open deur waar we doorheen moeten in 2022 is dat de wereld is veranderd. Voorgoed. We kunnen niet terugkeren naar het oude normaal. Corona heeft mij gebroken ten opzichte de tijd ervoor, want het heeft laten zien dat er een gebroken fundament is.’

Ze kuchte even en keek op naar de deur van de kamer. ‘Ja ik kom zo naar bed’ riep ze naar de buurman die haar blijkbaar toeriep van ergens uit het huis. Met haar wijsvinger swipete ze verder op het scherm van haar telefoon. 

‘Wat een droefenis hoor ik je denken. Absoluut. Maar wat een zegen ook die is ons overkomen. Want wat een tijd om in te leven. Wij mogen en moeten het tij keren en dat is een schone taak. Onze opdracht voor 2022 is om door middel van toegepaste zelfkennis de ommezwaai te maken.’ Ze zuchtte weer. Drukte haar telefoon uit.

Haar man liep de kamer in. ‘Ik weet het niet met dit artikel Frans’.

‘Ik heb het even gelezen…, maar schat, dit kan je uitsturen. Je bent te onzeker. Dat is niet nodig.’ Hij legde zijn hand op haar schouder. ‘Een dingetje: het stuk over dat Facebook Zeewolde een vervuilende metamorfose mag geven zou ik eruit halen. Jamie Oliver die een rechtszaak wint van McDonald’s omdat hun eten te veel gif bevat, maar dat de restaurants open mogen blijven en mensen er maar blijven eten zou ik erin houden. Dat illustreert je punt sterker.’ 

Het was moeilijk kijken door zo’n klein gaatje, maar tot mijn verbazing zag ik nu duidelijk dat de buurvrouw Naomi Smaller was. Ik lees haar essays graag. M’n vrouw had al een paar gezegd dat ik even hallo moest zeggen bij de buren en me netjes moest voorstellen. 

De buurvrouw stond nu op blies een voor een de kaarsjes uit en drukte de lampjes uit. Ik besloot ook naar bed te gaan. Uit schuldgevoel voor m’n onbedoelde voyeurisme pakte ik een wattenstaafje uit de commode van m’n zoontje en propte het in het boorgaatje. Zo voelde het alsof ik er nooit doorheen had gekeken. 

Ik liep op m’n tenen zachtjes naar de deur van de slaapkamer. Het parket kraakte toch. Toen ik de klink aanraakte begon deze te gloeien en op te lichten. Het licht liep als een lopend vuurtje rond de contouren van de deur. Gouden vonkjes sprongen ervanaf en doofden rond mijn voeten op de grond. Als in een Disney-film. In het midden van de deur verschenen de cijfers 2 0 2 2 als een mysterieuze code. Ik schrok ervan. Dat dit gebeurde, maar net zo goed van dat jaartal. 2022. Als kind voelde dat een eeuwigheid weg. Een toekomst die ik nooit zou kunnen kennen. Laat staan voorspellen.

Ik bekeek de deur. Deze bleef magisch glinsteren. Ik draaide me om naar het slapende kind voor wie 2052 ooit eenzelfde realiteit zou bieden. Bij zijn geboorte had ik hem in stilte beloofd dat ik er alles aan zou doen om hem een goed leven te geven. In 2018 geboren, in 2020 een Coronakind dat gewend was aan mondkapjes. 

M’n hand klemde nog steeds om de klink. De afgelopen twee jaar hadden me geleid tot harde zelfreflectie en een scherpere blik op de wereld. Maar in 2022 zal de bezinning actievere gevolgen krijgen dacht ik. Net als de buurvrouw beargumenteerde. Met een knuppel zal ik ook dingen kapotslaan. Door te herzien, af te stoten en me uit te spreken. Nog nooit ben ik zo onbevreesd geweest voor een nieuw jaar. Nooit eerder voelde de jaarwisseling zo onbenullig. De gloed van de deur nam af. Alsof de stekker eruit was getrokken. 

‘Rustig maar 2022’ hoorde ik mezelf zeggen. ‘Ik zie je als het jaar van het heft in eigen handen. De veranderingen die onze kinderen een betere toekomst zullen geven worden in jou in gang gezet.’

Ik opende de deur en liep erdoorheen de donkere overloop op. Gigantische knallen schrokken me op. ‘Jezus Christus’ riep ik. Het was achter ons huis. In de steeg. Oorverdovend hard. Ik wilde naar buiten toe om verhaal te halen, maar er was alleen nog maar stilte. En nu het verwarde snikken van mijn wakker geschrokken zoontje. Rustig maar, ga maar weer lekker slapen. In mijn hoofd zag ik kruitdampen opstijgen in de nachtmist. Lage tienerstemmen barstten in lachen uit. Gerommel. Daarna echoden hun voetstappen de steeg uit.

15 Shares:
You May Also Like
Lees verhaal

Voorwoord

(Uit het nieuwe magazine en-Clave, nu te koop bij Jan Cas Sombroek, Primera Volendam en Boekwinkel ‘t Pakhuys…
Lees verhaal

Strips van Straks

Een introductie en voorproefje van Frank Bonds stuk "Strips van Straks". Dit stuk is in zijn geheel te lezen in cultureel opinieblad enClave (mei 2021) en vanaf nu te koop bij de boekhandel.