Een warme dag in november. Nana draait zich voor een tweede keer om in het pashokje van de ietwat gedateerde damesmodezaak op de hoek van de Dorpsstraat. Het is de favoriete winkel van Barbara, Nana’s moeder. Barbara, in het dorp beter bekend als Babs, bezoekt de zaak minstens één keer per week. Nana moet daar altijd een beetje om gniffelen. Babs heeft immers helemaal niet genoeg centen om zó vaak te gaan winkelen. Echter, mama heeft ook eenentwintig vriendinnen. En die zien er stuk voor stuk tip top verzorgd uit. Daarom draagt mama een masker. En dat masker koopt ze in de damesmodezaak op de hoek van de Dorpsstraat.

Nana heeft, in tegenstelling tot Babs, een hekel aan die tent. Dat ligt aan de eigenaresse van de zaak: buurvrouw Annie. Annie had ooit een man. Maar zijn hart stopte vorig jaar plotseling met slaan. Het gebeurde midden op een bouwplaats, toen hij bezig was met het slopen van een rij woningen die, ironisch genoeg, nog prima bewoonbaar waren. Gestorven als een ridder in het harnas, dacht Nana. Maar dan tussen de drilboren en heimachines. Ondanks deze tragische aangelegenheid in het leven van Annie, verafschuwt Nana haar. Dat mens is haast net zo nieuwsgierig als een paparazzo die in een kliko zit te wachten totdat hij een glimp opvangt van Ludo uit Goede Tijden. Telkens als Nana haar moeder vergezelt naar de boetiek, staat ze al ongegeneerd op de uitkijk. Nana weet dat buurvrouw Annie haar veroordeeld. Is het niet vanwege haar felroze haar, dan is het wel vanwege haar diepgewortelde liefde voor RuPaul’s Drag Race. Dingen die in de stad allang geen uitleg meer behoeven, zijn in buurvrouw Annies ogen nog aanstootgevend en ongewoon. Bovendien komen gesprekken met Annie altijd uit op die éne alomvattende vraag: of er al een leuke vent in het spel is. Alsof het een spel is. Gelukkig is Nana handig met woorden. 

Eens in de zoveel tijd laat Nana zich ompraten door haar moeder. Arm in arm lopen ze dan richting de boetiek van buurvrouw Annie; Babs vol goede moed, Nana met het lood in de schoenen. Dit keer is de gelegenheid kerstavond; Nana heeft volgens haar moeder dringend een jurk nodig voor deze “most wonderful” paar uur van het jaar. Het is pas november, maar volgens Babs dient iedere vrouw op tijd te beginnen met dit heuglijke karwei. Voor mama is kerstavond iets speciaals. Dan gaat ze op stap met haar eenentwintig vriendinnen. Eén van de belangrijkste elementen van zo’n avond is, naast de plassering van de tafels in de vaste stamkroeg, het vinden van dé jurk. Dat is nog niet zo eenvoudig, klaagt mama altijd. Wanneer je de kroegdeuren openzwaait in een volstrekt identieke jurk als een van je boezemvriendinnen, is het schaamtegevoel nabij. Echter, het ongemak zou nog veel groter zijn als jouw jurk er met kop en schouders bovenuit zou steken; dan is de enige optie rechtsomkeer maken en peinzen over de afkeurende ogen die je zullen volgen tot aan de veilige deuren van de warme taxi. Want opvallen is nooit een goed idee. 

Nana vond een keer een foto van zo’n avond. Mama helemaal links, rechts van haar nog eenentwintig zwarte glitterjurken. Het leek wel klederdracht, had ze gedacht. Kerstklederdracht. 

Nana staat in het pashokje. Aangezien Babs allang voorzien is van een zwarte glitterjurk heeft ze nu haar handen vrij om haar dochter aan een mooi exemplaar te helpen. Nana is vorige maand immers zestien geworden. En volgens mama wordt het dan toch echt tijd om met kerstavond eens een kroeg in te duiken. 

 Wanhopig kijkt Nana naar de drie gevaarten die mama zojuist onder het toeziend oog van buurvrouw Annie uit de winkel heeft geplukt. Terwijl mama uitvoerig staat te babbelen met een tweetal oudere dames in de pashokjes aan de overkant, wringt ze zich in de eerste jurk. Ze voelt de donkergroene pailletten prikken in haar linkerzij. Ze voelt hoe de stof van de onderrok niet verder reikt dan haar bovenbenen en hoe de bandjes van het bovenstuk snijden in haar schouders. Met moeite sluit ze de rits tot boven haar perzikvormige billen. De rits trekt de stof van het gewaad dusdanig samen, dat de donkergroene kerstjurk opeens aanvoelt als een 15e-eeuws korset. Met ingehouden adem stapt ze naar buiten. Een spiegel heeft het pashokje niet. Daarvoor moet Nana naar het gedeelte van de winkel waar mama, de twee oudere dames en buurvrouw Annie al klaar zitten met een kop koffie en een oordeel. In een dorp hebben paskamers nooit spiegels. Want in een dorp is je eigen inzicht nooit afdoende. In een dorp mag je een jurk pas tonen aan de buitenwereld, als de rest van de gemeenschap het binnen de veilige muren van een damesmodezaak goedgekeurd heeft. 

Plots bekruipt Nana een verstikkend gevoel. Alsof ze niet kan ademen, alsof alles zich heeft opgebouwd tot dit ene moment. De ogen van de dames die in haar rug prikken, haar moeder die het decolleté van de jurk nog een stukje naar beneden trekt, buurvrouw Annie die op het punt staat om van haar een Facebookmodel te maken, en Nana’s eigen wanhopige blik in de reflectie van de gezamenlijke spiegel. Nog voordat ze kan nadenken, leiden haar voeten haar naar de uitgang van de winkel. Stap voor stap komt ze dichterbij de deur, dichterbij de wereld daarbuiten. Nana voelt hoe de rits van de jurk langzaam losraakt en hoe haar rug en derrière stukje bij beetje ontbloot worden. Ze voelt hoe haar blote voeten de koude vloer van de boetiek raken en hoe de pailletten van de jurk een voor een naast haar tenen op de stenen vloer terechtkomen. Hoewel de ogen van de vier vrouwen haar nog niet hebben losgelaten, bereikt Nana de uitgang van de modezaak. Ze stapt over de drempel en voelt de zachte novemberwind blazen tegen haar gezicht en huid. Dan bekruipt haar een vredig gevoel. Een innerlijke rust.

En dan ziet ze hem. Een man. Een man in een pak. Hij staat aan de overkant van de damesboetiek en praat druk met iemand aan de andere kant van de lijn. Terwijl hij zijn mobiele telefoon tussen oor en schouder klemt, sleutelt hij aan de manchetknopen van zijn overhemd. Vervolgens grijpt hij zijn stropdas en trekt hij het lapje stof stevig aan. Wanneer hij zijn auto instapt, kruipen de pijpen van zijn pantalon langzaam omhoog, waardoor de bruine kleur van zijn chique lakschoenen extra zichtbaar wordt. De man ziet er machtig uit. Het kostuum lijkt hem in iedere beweging te volgen. Iedere draad in het pak is zó geweven dat de man niets van zijn vrijheid hoeft op te geven. Op dat moment voelt Nana de stof van haar eigen omhulsel opnieuw prikken tegen haar blote huid. En dan neemt ze een beslissing, daar, bij de damesmodezaak op de hoek van de Dorpsstraat. Vanaf nu zal ze op kerstavond een pak dragen. Vanaf nu zal ze Nana zijn, met roze lokken en een herenpak. Geen zwarte glitterjurken meer, geen conventies, geen maskers. Losbreken. 

0 Shares: